Bedrijfsprojecten lopen vaak langer dan voorzien en de kosten lopen niet zelden op. Tegelijk is het resultaat soms anders dan gepland. Hetzelfde geldt in de ruimtevaart. Na 35 jaar zag de Belgische projectmanager Philippe Schoonejans in de zomer van 2021 eindelijk zijn ruimtearm naar het International Space Station (ISS) gebracht worden. Eerder deze week monteerden twee kosmonauten na een ruimtewandeling van bijna zes uur de robot.
...

Bedrijfsprojecten lopen vaak langer dan voorzien en de kosten lopen niet zelden op. Tegelijk is het resultaat soms anders dan gepland. Hetzelfde geldt in de ruimtevaart. Na 35 jaar zag de Belgische projectmanager Philippe Schoonejans in de zomer van 2021 eindelijk zijn ruimtearm naar het International Space Station (ISS) gebracht worden. Eerder deze week monteerden twee kosmonauten na een ruimtewandeling van bijna zes uur de robot. De European Robotic Arm is 11,3 meter lang en weegt 630 kilogram. De 'slimme ruimtewandelaar', zoals hij ook wordt genoemd, heeft heel wat weg van menselijke armen met schouders, ellebogen en polsen, en loopt als het ware over het ISS. De intelligente ruimterobot functioneert tot op 5 millimeter nauwkeurig. Je kunt er nieuwe onderdelen van modules mee monteren, zoals een grote radiator of een luchtsluis voor instrumenten. Voorts kan de robot het ISS inspecteren, lasten verplaatsen, onderhoud uitvoeren of de mensen in het ruimtestation assisteren. Veel taken voert de robot automatisch of halfautomatisch uit, waardoor de crew meer tijd heeft voor ander werk. Hoewel het Europees ruimteagentschap ESA het in zijn communicatie houdt op twee decennia van technische en programmatorische uitdagingen, liep het project dat werd opgestart in 1986 meer dan veertien jaar vertraging op. In het begin was de robotarm bedoeld voor de spaceshuttle Hermes. Nadat die was geschrapt, werd het ontwerp drie keer aangepast. "Het vroeg verschrikkelijk veel volharding", vertelt Philippe Schoonejans. "Zonder mijn doorzettingsvermogen zou het nooit gelukt zijn en zouden honderden miljoenen euro's weggegooid zijn, werd me onlangs gezegd." Hoe ga je als projectmanager om met een uitstel van jaren? "Ik hield sinds 1994 een grafiekje bij. We zaten heel vaak rond de 800 dagen voor de lancering. Die is veertien keer met één jaar uitgesteld. Dat voelt heel anders dan één uitstel van veertien jaar", zegt Schoonejans. "De arm lag te wachten op groen licht. In afwachting van de lancering stond er veertien jaar lang een team klaar. Een van onze taken was steeds opnieuw betrouwbaarheidsanalyses doen, bijvoorbeeld om te kijken of de lijmverbindingen nog wel goed vastzaten. Ook hebben we de apparatuur van het grondstation meermaals vernieuwd." Uiteindelijk heeft de arm, die grotendeels in Nederland werd gebouwd, zo'n 360 miljoen euro gekost. De vertragingen deden de kostprijs oplopen met 75 miljoen. "Geld was het belangrijkste probleem van het project", zegt Schoonejans. "Het was meermaals op. Dat heb ik opgelost door sterk te lobbyen, vooral bij de Nederlandse overheid, die er het meeste belang bij had om haar eerdere investeringen te benutten." Een andere niet te onderschatten uitdaging was de neuzen van alle betrokken partijen in dezelfde richting te krijgen en te houden. "Enkel door internationale samenwerking kunnen we ruimtevaartprojecten realiseren. Dat is behoorlijk ingewikkeld, onder meer door politieke belangen. Wie geld geeft, koppelt daar meestal voorwaarden aan, zoals de ontwikkeling van een bepaald onderdeel door de lokale industrie. Dat moeten wij in elkaar passen. Ondertussen veranderen de vereisten voortdurend omdat de wereld verder draait." Nu zet de oorlog in Oekraïne de samenwerking rond het ISS tussen Rusland en partners als de Verenigde Staten en heel wat Europese landen onder druk. Schoonejans werkt al aan een ander project. De Europees-Amerikaanse Marsmissie gaat tussen 2028 en 2033 de bodemstalen ophalen die de Mars Perseverance Rover momenteel verzamelt. "Ik ben verantwoordelijk voor de robot die de buisjes met Marsgruis verzamelt in een soort bierkratje en dat naar de raket brengt die het in een baan om Mars zal schieten. Daar kunnen de stalen worden opgepikt door een raket die ze naar de aarde brengt. Onze grootste uitdaging is om acht afzonderlijke projecten perfect in elkaar te passen en te laten samenwerken. NASA doet vijf projecten, ESA drie, met een totale kostprijs van 6 tot 8 miljard euro." "Ik doe voornamelijk aan relatiebeheer, risk- en verandermanagement. We voeren onder meer eindeloze discussies over de afmetingen van de flesjes en de tussenruimte bij het stapelen. Hoe moeten we de flesjes in de kleine raket plaatsen? Moeten we ook gevallen flesjes van het Mars-oppervlak kunnen oprapen? Alles moet worden gefilmd. De onderdelen worden door verschillende partijen ontworpen en gebouwd over een periode van tien jaar. Ze moeten aan de extreme condities op Mars kunnen weerstaan, met snelle temperatuurwisselingen tussen -50 en 125 graden Celsius, met stofstormen en veel kosmische straling." Hoe traag sommige projecten ook lopen, de ruimtevaart evolueert met de snelheid van een raket. China werkt aan een eigen ruimteprogramma met het ruimtestation Tiangong, Chinees voor 'hemels paleis'. De Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Korea mengen zich als nieuwe spelers. Over de rijke miljardairs die de ruimte als hun nieuwe speeltje beschouwen, is Schoonejans optimistisch. "De nieuwe tycoons schudden de zaak goed op. Zo bracht Elon Musk (de CEO van Tesla en SpaceX, nvdr) de kosten van leveringen aan het ISS enorm terug met zijn deels herbruikbare transportraketten. Het ruimtevaarttoerisme wekt vernieuwde belangstelling op voor de ruimte, waardoor ook onze projecten aandacht en financiering krijgen. Die zijn belangrijk voor de mens als ontdekkingsreiziger en voor het redden van de planeet. Ook daar dragen de inzichten en oplossingen uit de ruimtevaart toe bij."