Canada, de Benelux, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Italië, Polen, Frankrijk en Zweden: het aantal landen waar Biolectric zijn vlag heeft geplant, groeit gestaag. Liefst 95 procent van de omzet van vorig jaar werd bijeengegaard in het buitenland. Het amper zeven jaar oude bedrijf uit Temse maakt kleinschalige mestvergisters voor melkveebedrijven.
...

Canada, de Benelux, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Italië, Polen, Frankrijk en Zweden: het aantal landen waar Biolectric zijn vlag heeft geplant, groeit gestaag. Liefst 95 procent van de omzet van vorig jaar werd bijeengegaard in het buitenland. Het amper zeven jaar oude bedrijf uit Temse maakt kleinschalige mestvergisters voor melkveebedrijven. Verwacht daarbij geen hightech: een witte container met wat pompen en motoren benut koeienvlaaien als grondstof om, op basis van de methaan die in de mest zit, warmte en elektriciteit te produceren. Dat verleidde ook Friesland Campina, met 12,1 miljard euro omzet het nummer zes op 's wereld ranglijst van zuivelbedrijven. De Nederlandse coöperatieve hoopt de komende jaren duizend installaties bij haar leden te laten plaatsen. Biolectric verhuisde twee jaar geleden naar een vier keer zo groot pand, en had toen net zijn honderdste installatie gebouwd. Binnen enkele weken wordt de kaap van tweehonderd gerond. "Op termijn kunnen we hier 250 installaties per jaar bouwen", zegt CEO Philippe Jans. Het bedrijf telt nu 28 medewerkers, maar verwacht een verdrievoudiging in de komende drie tot vijf jaar. "De jongste drie jaar zijn we 46 procent per jaar gegroeid. Dankzij het akkoord met Friesland Campina kunnen we onze groei beter organiseren. Voor eind 2019 zullen we een eerste schijf van 35 installaties leveren." Voor het contract met Biolectric richtte Friesland Campina een nieuwe coöperatieve op, Jumpstart. Die zet de installatie op bij de landbouwers, en verzorgt de dienstverlening achteraf, met een onderhoudscontract, leasingconcepten, en hulp bij de vergunningen en het op peil houden van de mestkwaliteit. De boeren betalen een jaarlijks lidgeld. Jans kijkt verder. "Rond Toronto zijn 3500 melkveebedrijven, potentiële klanten. De boerderijen in Canada en de oostkust van de VS hebben hetzelfde formaat als die in Europa. Al weten we ook dat één installatie verkopen in een land niet rendabel is: je moet volume creëren." Dat Jans en de medeoprichters, operationeel directeur Jonathan Schrauwen en commercieel verantwoordelijke Jan Palmaers, in de landbouw terechtkwamen, lag niet voor de hand. "Ik ben ingenieur en werkte bij Katoen Natie, waar ik een doorstroomweger voor vaste stoffen ontwikkelde. Bij de crisis in 2008 besloot ik zelf iets te doen rond hernieuwbare energie." Zon viel af wegens een kostenverhaal waar weinig eer aan te halen viel, wind is vooral een kwestie van steeds grotere wieken. "Het derde dat we bekeken was biogas. Dat is de enige energie die je duurzaam kunt produceren wanneer ze nodig is, waardoor ze kan functioneren als een batterij. We ontdekten dat er in België alleen grote mestvergisters waren. Die draaien zo veel mogelijk op organisch afval en maïs. Dat betekent dat je in conflict komt met de voedselproductie. Tel dat bij het transport, de stank en het biologisch afval, en dan weet je dat duurzaamheid ver te zoeken is." Jans en zijn collega's werkten twee jaar aan de ontwikkeling van hun installatie. De eerste installaties bouwden ze in eigendom. "Sommige daarvan werken nog, en beheren we zelf, wat rendabel is door de groenestroomcertificaten en de verkoop van elektriciteit. Sommige boeren hebben die installatie overgekocht, of een nieuwe besteld. Andere hebben we stopgezet, omdat de mestkwaliteit onvoldoende was. Maar we hebben er veel van geleerd. Via een webplatform kunnen we alle installaties opvolgen. Via de smartphone kunnen we van hieruit de motor starten in Canada, en weten we als er toch iets fout gaat, waar het wellicht aan ligt, zodat we dadelijk met de juiste reserveonderdelen ter plaatse kunnen gaan." Biolectric heeft vier types installaties ontwikkeld, van 11, 22, 33 en 44 KWh. De kleinste verwerkt de mest van 50 tot 70 koeien, de volgende van 100 koeien, enzovoort. "We werken aan een verdere vergroting. Maar we moeten niet overdrijven: een melkveehouder in ons land heeft gemiddeld 70 koeien." De toestellen maken ecologisch een groot verschil. "70 à 80 procent van de CO2-uitstoot van de landbouwsector komt van de mest die er wordt gestockeerd. Die geeft methaangas vrij, een broeikasgas dat nog veel erger is dan CO2. Door het gas te verwerken, vermijden we die uitstoot, zorgen we voor een betere mestkwaliteit en verhoogt de boer zijn energieonafhankelijkheid." Dat wekte de interesse op van Friesland Campina, al waren er ook gesprekken met het Zweeds-Deense Arla Foods en het Franse Danone. "In de landbouw is een mentaliteitsverandering aan de gang. Mensen beseffen dat de huidige manier van melk produceren niet duurzaam is. Ze merken de concurrentie van sojamelk, die een kleinere ecologische voetafdruk heeft. Onze installatie helpt mee om dat verschil in duurzaamheid gedeeltelijk te dichten." Op langere termijn kijkt Biolectric naar diversificatie. "In Italië hebben we een eerste installatie voor varkensmest geplaatst. Het is technisch mogelijk, al moet de mest heel vers zijn. Varkens zijn omnivoren, maar hun darmsysteem haalt er niet alles uit, en wat eruit komt, breekt snel af. Na een week of twee hou je nog de helft over van de energiewaarde. Maar voorlopig hebben we nog zo veel groeimarge bij de melkveehouders dat de installaties voor varkens er voorlopig niet van komen."