Het kasteel Calesberg in Schoten, waar de maatschappelijke zetel en de kantoren van Sipef gevestigd zijn, is omgeven door groen. Het is een oase van rust net buiten het drukke Antwerpen. Binnenin ademt het gebouw de roemrijke geschiedenis van de vennootschap uit die al 97 jaar bestaat. De Société Internationale de Plantations et de Finance, kortweg Sipef,werd in 1919 opgericht met als voornaamste doel plantages in (sub)tropische gebieden te ontwikkelen en te beheren. Destijds beschikte Sipef over twee agentschappen, in Maleisië en in Indonesië.
...

Het kasteel Calesberg in Schoten, waar de maatschappelijke zetel en de kantoren van Sipef gevestigd zijn, is omgeven door groen. Het is een oase van rust net buiten het drukke Antwerpen. Binnenin ademt het gebouw de roemrijke geschiedenis van de vennootschap uit die al 97 jaar bestaat. De Société Internationale de Plantations et de Finance, kortweg Sipef,werd in 1919 opgericht met als voornaamste doel plantages in (sub)tropische gebieden te ontwikkelen en te beheren. Destijds beschikte Sipef over twee agentschappen, in Maleisië en in Indonesië. Het hart van de plantagegroep klopt nog altijd in Indonesië. Maleisië is vervangen door Papoea-Nieuw-Guinea en er is ook wat activiteit in Ivoorkust. Sipef heeft het afgelopen decennium de focus verscherpt op palmolie. Daarnaast doet het enkel nog verder met rubber, thee en bananen. "Vanaf de jaren zeventig was er een uitbreiding naar heel wat andere activiteiten zoals ananassen, sierplanten en peper in almaar meer landen. Er was zelfs een uitstap naar de vastgoedsector in ons land en de Verenigde Staten. Maar dat hebben we allemaal afgebouwd", zegt CEO François Van Hoydonck. Sipef beschikte eind 2015 over een beplante oppervlakte van 70.359 hectare, waarvan 55.935 hectare eigendom van de groep. Daarvan bevond 75 procent zich in Indonesië, 24 procent in Papoea-Nieuw-Guinea en 1 procent in Ivoorkust met 82 procent palmolie, 14 procent rubber, 3 procent thee en 1 procent bananen. Met 0,44 procent van de wereldproductie aan palmolie blijft Sipef een bescheiden speler op wereldschaal. "De grote spelers zijn Aziatisch en bezitten gemiddeld een paar honderdduizenden hectare. De Europese spelers zijn een stuk kleiner en beschikken over een aantal tienduizenden hectare aan plantages", schetst de topman. Sipef wil naar 100.000 hectare tegen 2025. "Dat is een ambitieus groeiplan. In 2005 beschikten we amper over 32.000 hectare. Het komende decennium zal de beplante oppervlakte tot 71.400 hectare stijgen dankzij de uitbreiding van Musi Rawas in Zuid-Sumatra. Daarnaast willen we ongeveer 15.000 hectare extra verwerven via het uitkopen van minderheidsaandeelhouders van eigen plantages. Dat kan onder meer in Bengkulu in Midden-Sumatra." Dan ontbreken nog zo'n 15.000 hectare om de grens van 100.000 hectare te bereiken. "We zullen nog verder aanvullen met latere projecten in Musi Rawas. Er zijn ook nog andere mogelijkheden. Een aantal bedrijven zit in moeilijkheden door te veel schulden. De kwaliteit voldoet doorgaans niet aan onze normen, maar als zich een kans voordoet, dan is er een afspraak met de referentieaandeelhouders, onder wie Ackermans & van Haaren, dat een kapitaalverhoging mogelijk is. Er is een afspraak dat er geen sprake kan zijn van een substantiële schuldpositie. Groei ja, schulden nee, is het motto. We hebben nu een aanvaardbare schuldgraad van 10 procent. Het is niet de bedoeling dat die gevoelig oploopt. De richtlijn is om 30 procent van onze kasstroom aan een dividend te besteden en de resterende 70 procent voor groei te gebruiken." Het businessplan voorziet voor de komende tien jaar in een jaarlijkse groei van de palmolieproductie van minstens 5 procent. Sipef is niet de enige plantagegroep die haar areaal uitbreidt. Is er dan geen gevaar op overproductie? De palmolieprijzen zijn de jongste jaren al behoorlijk teruggevallen (zie kader (On)gezonde palmolie). De Sipef-topman is er gerust op. "Het groeiverhaal op lange termijn blijft intact. De wereldbevolking groeit niet alleen, maar wordt ook rijker. Dat betekent dat we meer vlees gaan eten en meer vet gaan verbruiken. De wereldwijde vetconsumptie bedraagt 26 kilogram per persoon per jaar. In de Verenigde Staten bedraagt het verbruik 55 kilogram en in Europa zelfs 60 kilogram. Om maar te zeggen dat er een groeipotentieel is voor de wereldwijde consumptie." Meer dierlijke oliën zijn niet of nauwelijks mogelijk. De groei zal van de plantaardige oliën moeten komen. "Palmolie heeft dan zonder discussie de beste troefkaarten", stelt Van Hoydonck. "Twintig jaar geleden bedroeg de wereldwijde productie van plantaardige oliën 93,1 miljoen ton en had palmolie een aandeel van 16 procent tegenover 21 procent voor soja-, 11 procent voor raapzaad- en 9 procent voor zonnebloemolie. Vorig jaar was de wereldwijde productie van plantaardige oliën geklommen tot 201,7 miljoen ton en was het marktaandeel van palmolie verdubbeld tot 30 procent." Van Hoydonck heeft een logische verklaring voor de verviervoudiging van de palmolieproductie in twee decennia tijd. "Gezien de schaarste aan landbouwgrond zit het hem allemaal in de gemiddelde opbrengst. Palmolie scoort met een gemiddelde opbrengst per hectare van 3,62 ton tegenover 0,8 ton voor raapzaadolie en 0,3 ton voor sojaolie." Bovendien zijn er veel minder meststoffen en pesticiden nodig om tot die superieure opbrengst te komen. "Het rendement van de palmolieproductie kan nog hoger", stelt François Van Hoydonck. "We werken aan verbeterde zaden. Bij Sipef ligt de gemiddelde opbrengst al boven 5 ton per hectare. In Papoea-Nieuw-Guinea zitten we al aan 6,3 ton per hectare." Het is logisch dat de groep de klemtoon legt op de groei in palmolie. "Bananen en thee houden we zolang die activiteiten rendabel blijven." Sipef focust ook wat minder op rubber. "Het heeft zeker zijn waarde in de groep zolang er geen substituut is voor natuurlijke rubber. We bouwen de activiteit indien mogelijk uit." Sipef zou het komende decennium ongetwijfeld nog sneller kunnen groeien. "Maar we trekken de kaart van de duurzaamheid. De volledige productie van Sipef heeft een certificaat van duurzame palmolie. Slechts 12 miljoen ton of 18 procent van de wereldproductie is gecertificeerd en volledig traceerbaar. Daarmee beperken we onze expansiemogelijkheden. Anderzijds krijgen we een premie van enkele tientallen dollars per ton en dat biedt een meerwaarde."