Tijdens de coronacrisis zijn kosten noch moeite gespaard om ondernemingen en zelfstandigen te redden. De federale regering nam in 2020 al voor 12,7 miljard euro maatregelen om de bedrijven en de burgers te steunen. De deelstaten deden daar bijna 5 miljard euro bovenop. De regering ziet die uitgaven als een eenmalige en noodzakelijke investering in het herstel van de economie. Daar nu op beknibbelen zou pennywise maar poundfoolish zijn. Elke investering die het gezonde economische weefsel beschermt, verdient zich straks in veelvoud terug.
...

Tijdens de coronacrisis zijn kosten noch moeite gespaard om ondernemingen en zelfstandigen te redden. De federale regering nam in 2020 al voor 12,7 miljard euro maatregelen om de bedrijven en de burgers te steunen. De deelstaten deden daar bijna 5 miljard euro bovenop. De regering ziet die uitgaven als een eenmalige en noodzakelijke investering in het herstel van de economie. Daar nu op beknibbelen zou pennywise maar poundfoolish zijn. Elke investering die het gezonde economische weefsel beschermt, verdient zich straks in veelvoud terug. Dat beleid mist zijn effect niet. Het aantal faillissementen blijft laag, ook omdat er een moratorium op geldt voor de zaken die verplicht moesten sluiten. In heel wat gevallen zal dat uitstel van executie zijn. Onderliggend is de financiële gezondheid van de bedrijven sterk aangetast. De crisis vreet dit jaar tot 80 miljard euro van het eigen vermogen van de Belgische bedrijfswereld op, becijferde de financiëledataleverancier Trends Business Information. Het aantal gezonde bedrijven, met een solvabiliteit van meer dan 25 procent, is sterk gedaald, terwijl de omvang van het zombieleger, dat bestaat uit bedrijven met een negatieve solvabiliteit, toeneemt. Het beleid is aan herziening toe. "Als straks de steunmaatregelen uitdoven, dreigt een golf van faillissementen op gang te komen. De focus moet verschuiven van steun op korte termijn naar een versterking van de solvabiliteit. Dat kan gezonde bedrijven op het droge trekken", zegt Hans Degryse, hoogleraar economie en financiën aan de KU Leuven. Er moet ook een beter onderscheid worden gemaakt tussen de gezonde en de zieke bedrijven. Hans Degryse: "Red de gezonde bedrijven, maar trek de stekker uit de steun aan niet-levensvatbare bedrijven. Dan kunnen mensen en kapitaal vloeien naar de bedrijven en de sectoren die een gezond businessplan hebben. Dat moet het herstel zuurstof geven. Je wilt geen pandemie aan faillissementen, maar het beleid moet creatieve destructie toelaten en het ondernemerschap stimuleren." Het steunbeleid moet niet alleen selectiever, maar ook correcter worden. "We moeten ook meer durven nadenken over wie de rekening betaalt", zegt Hans Degryse. "Nu is dat grotendeels de overheid. In de acute crisisfase is dat begrijpelijk, maar de overheid kan niet alles blijven betalen. De factuur kan oordeelkundig worden verdeeld door een fiscaal voordeel te geven aan vastgoedeigenaars die een deel van de huur kwijtschelden, of aan banken die een schuldvermindering toestaan aan hun klanten (zie kader 'Blijf het probleem niet opschuiven')." Dat de regering terecht veel geld investeert in de bescherming van het economische weefsel, ontslaat de regeringen dus niet van de vraag of het geld op de juiste manier besteed wordt. Is voor hetzelfde geld geen grotere return mogelijk? Het steunbeleid vertoont hiaten. Neem bijvoorbeeld het overbruggingsrecht. Zaken hebben daar recht op als ze meer dan 60 procent omzetverlies boeken. "Die directe steun helpt de kosten te dekken en het eigen vermogen te beschermen, maar de voorwaarde van voldoende omzetverlies kan bedrijven prikkelen om strategisch te sluiten, of te schuiven met omzetten in de tijd", waarschuwt Degryse. "Bovendien geef je wellicht vooral steun aan die bedrijven die geen gezond businessplan hebben voor na de coronacrisis." De overheid zou dus slimmere voorwaarden kunnen stellen. Hans Degryse: "Waarom zou je steun geven aan horecabedrijven die geen afhaalmaaltijden aanbieden en niet over een witte kassa beschikken? Je kunt ook een heronderhandeling van huurcontracten of leningen vragen. De steun kan anders een verborgen bail-out zijn voor andere sectoren, zoals de vastgoedsector of de banken." Om de middelen te laten vloeien naar een oplossing op lange termijn voor de gezonde bedrijven, pleit Hans Degryse voor de oprichting van een overheidsfonds dat noodkapitaal injecteert in bedrijven met een verzwakte solvabiliteit, maar met een gezond businessmodel. Als ze investeert in het kapitaal van ondernemingen, neemt de overheid een risico, maar ze deelt ook in de toekomstige winsten, als de onderneming uit het dal klautert. Om voormalig premier Yves Leterme te parafraseren: de overheid kan zo nog iets verdienen aan de coronacrisis. Niet elke ondernemer ziet de overheid graag komen als nieuwe aandeelhouder, maar dat euvel kan verholpen worden. "Eigenaars kunnen de optie krijgen om de overheid tegen een bepaalde prijs uit te kopen", stelt Hans Degryse voor. De overheid kan ook een tussenoplossing aanbieden door fondsen ter beschikking te stellen als achtergestelde leningen, die als eigen vermogen dienstdoen, zonder de controle van de eigenaars te verwateren. De Vlaamse regering stelt achtergestelde leningen ter beschikking, en ook de federale regering werkt aan een transitiefonds van 750 miljoen euro, om bedrijven erbovenop te helpen, onder meer met achtergestelde leningen. Maar er is meer nodig. Er zijn miljarden nodig om de kmo's te herkapitaliseren. De overheid blinkt niet meteen uit als investeerder. Het ARKimedesfonds, dat in 2015 in Vlaanderen is gelanceerd om te investeren in Vlaamse kmo's, flopte grandioos. Hans Degryse: "Het is niet eenvoudig de gezonde van de zieke bedrijven te onderscheiden. De overheid heeft daar de competentie niet voor. Je hebt onafhankelijke specialisten nodig, anders dreigen bedrijven met de grootste politieke invloed voorrang te krijgen. Je zou een beroep kunnen doen op de banken of op durfkapitalisten. De banken zijn in elk geval beter gepositioneerd dan de overheid om een oordeel te vellen." Het nieuwe normaal bemoeilijkt die selectie. Bedrijven die voor de crisis een gezond businessmodel hadden, hebben dat nu misschien niet meer. "Het omgekeerde is ook mogelijk. Je kunt niet zomaar terugkeren naar het verleden, om ziek van gezond te onderscheiden", besluit Hans Degryse.