Het is u misschien nog niet opgevallen, maar sinds 1999 levert de liberale familie onafgebroken de federale minister van Landbouw. Dat komt omdat die minister sinds de vijfde staatshervorming zo goed als niks meer te zeggen heeft. Tot dan was landbouw zo goed als een monopolie van de christendemocraten. En u raadt het al: sinds die staatshervorming heeft CD&V altijd de Vlaamse minister van Landbouw geleverd als de partij in de meerderheid zat. In Nederland zit sinds kort de BoerBurgerBeweging in de Tweede Kamer. Bij ons is zo'n partij niet nodig. De BoerBurgerBeweging heet hier gewoon CD&V.
...

Het is u misschien nog niet opgevallen, maar sinds 1999 levert de liberale familie onafgebroken de federale minister van Landbouw. Dat komt omdat die minister sinds de vijfde staatshervorming zo goed als niks meer te zeggen heeft. Tot dan was landbouw zo goed als een monopolie van de christendemocraten. En u raadt het al: sinds die staatshervorming heeft CD&V altijd de Vlaamse minister van Landbouw geleverd als de partij in de meerderheid zat. In Nederland zit sinds kort de BoerBurgerBeweging in de Tweede Kamer. Bij ons is zo'n partij niet nodig. De BoerBurgerBeweging heet hier gewoon CD&V. Is dat gezond? Een partij die zo fanatiek vasthoudt aan een portefeuille? Moet Sociale Zaken altijd bij de socialisten zitten? Is Economie het monopolie van de liberalen? En Landbouw dat van CD&V? Natuurlijk niet. Het leidt tot dogmatisch denken en stereotiep beleid. In het geval van de landbouw leidt het ook tot een aantoonbaar hakken-in-het-zandbeleid. Enkele weken geleden kreeg een Vlaamse kippenboer geen uitbreidingsvergunning omdat hij te veel extra stikstof zou produceren. Niet volgens de Vlaamse regels, wel volgens de Europese normen. De Raad van State volgde begin april een vergelijkbare redenering over de vergunningsvoorwaarden voor het oppompen van grondwater. Opnieuw blijken onze regels te laks. De industrie en de gezinnen dreigen mee het kind van de rekening te worden. In Trends van deze week duiken we dieper in de droogteproblematiek. Het is niet omdat we in deze paasvakantie heel wat aprilse grillen en sneeuwbuien over ons heen hebben gekregen, dat het droogteprobleem verdwenen is. Vlaamse gezinnen gebruiken gemiddeld 10 procent minder leidingwater dan de huishoudens in onze buurlanden. Dat kan nog beter, maar er is al hard gewerkt. Zeker bij nieuwbouw en renovatie is wateropslag standaard geworden. Ook de bedrijven verbruiken minder water dan tien of twintig jaar geleden, ondanks de economische groei. Ook zij kunnen beter, maar er is al hard gewerkt. En dan is er de landbouw. De voornaamste conclusie is dat we over het waterverbruik van de landbouw eigenlijk zo goed als niks weten. Nochtans was de sector tijdens de hete en droge zomers van de jongste jaren een grootverbruiker. Tegelijk vormt de landbouw één levensgrote kans om water op te slaan in plaats van het te verspillen. Zowat de helft van Vlaanderen bestaat uit landbouwoppervlakte. Maar onze akkers zijn ontworpen om water af te voeren als het regent, en ze te besproeien als het droog is. De regelgeving is lek en de controle nihil. De opeenvolgende bevoegde ministers hebben vooral 'meegedacht'. Dat het anders kan, bewijst het verhaal van de West-Vlaamse groentereus Ardo. Ardo vangt massaal water op, zuivert het en deelt het met boeren in de omgeving. Maar er zijn te weinig prikkels om dat consequent te doen. Zeker voor het grondwaterverbruik zijn meer controle en een beter beleid dringend nodig. Doen we dat niet, dan dreigen bedrijven afgesloten te worden van watertoevoer, mochten de volgende zomers opnieuw te heet en te droog worden. De gezinnen kunnen opnieuw met verbodsbepalingen en een dreigend drinkwatertekort geconfronteerd worden. De komende jaren krijgt iedereen bovendien een 'slimme watermeter'. Duur water in de zomer wordt dan realistisch. Op zich geen slecht idee, maar onverteerbaar als de landbouw ondertussen te weinig stappen doet. Er is dus niet alleen een nieuw stikstof-, maar ook een nieuw waterbeleid nodig. De sector staat voor wel meer uitdagingen. Vraag is of een zinnige discussie over de rol van de moderne boer, over grootschalige versus kleinschalige landbouw, over landschapsbeheer en kwaliteits- en milieuregels, wel gevoerd kan worden als altijd dezelfde mensen en belangengroepen met elkaar rond de tafel zitten. Vaak wachten we met hervormen tot we niet anders kunnen. Die politiek stort de landbouwsector alleen maar in onzekerheid. Niemand wordt daar beter van.