Xavier Vercaemst moet lang zoeken in de speciale app op zijn telefoon, die registreert welke kamers nog vrij zijn in het viersterrenhotel Andromeda, op de zeedijk in Oostende. Andromeda telt 111 kamers. "96 procent van de kamers is gevuld", klinkt het bijna nonchalant. "Zonder negatieve pandemieverrassingen krijgen we een goede zomer, zoals in normale jaren. En de topperiode moet nog komen, tussen midden juli en midden augustus."
...

Xavier Vercaemst moet lang zoeken in de speciale app op zijn telefoon, die registreert welke kamers nog vrij zijn in het viersterrenhotel Andromeda, op de zeedijk in Oostende. Andromeda telt 111 kamers. "96 procent van de kamers is gevuld", klinkt het bijna nonchalant. "Zonder negatieve pandemieverrassingen krijgen we een goede zomer, zoals in normale jaren. En de topperiode moet nog komen, tussen midden juli en midden augustus." Het toerisme herleeft, na anderhalf jaar pandemie. Vooral vakantie in eigen land is populair, ondanks het wisselvallige Belgische zomerweer. De kust is het epicentrum van dat toerisme. "De zomer is veelbelovend gestart", registreert Mieke Dumont, woordvoerder van Westtour, de toeristische organisatie van de provincie West-Vlaanderen. "In juni kregen we meer dan dubbel zoveel onlinehotelboekingen als vorig jaar voor de maanden juli en augustus. In het eerste weekend van juli kregen we er zelfs evenveel als in het Hemelvaartweekend in mei, wat een recordweekend was." Xavier Vercaemst en zijn zakenpartners - zijn echtgenote Inge Decuypere en het echtpaar Jan Dobbelaere en Stefanie Surmont - profiteren mee van de rush naar de kust. Samen baten ze er negen hotels uit, van De Panne tot Blankenberge. Vier ervan, waaronder Andromeda, liggen in Oostende. De naam van de keten is C-Hotels Group, maar dat verandert wellicht in Flow Hospitality Group. Dat is ook de naam van de wirwar aan vennootschappen van het viertal. Een geconsolideerde balans is er niet. "Elk hotel heeft een specifieke identiteit", duidt Jan Dobbelaere. "Dat gaat van een gezinshotel tot een formule voor hippe stedelingen. Elk hotel krijgt een stempel. Die ontbreekt vandaag nog te veel bij hotels. Onze gasten willen beleving. De tijd dat een kamer met ontbijt volstond, is voorbij." Uit de balanscijfers van een twintigtal vennootschappen blijkt dat de hotelexploitatie een winstgevende activiteit is. Het viertal is ook de eigenaar van het vastgoed, vaak samen met andere investeerders. De balans van Hotel Andromeda vermeldt veel eigen vermogen. Maar het hippe hotel Upstairs, ook in Oostende, had op de balans van 2019 vooral veel bankschulden. "Dat wij eigenaar van ons vastgoed zijn, was een troef in coronatijden", vindt Xavier Vercaemst. "Voor de banken zijn onze hotels een onderliggende zekerheid. Bovendien is er onderhandeld over uitstel van terugbetaling van de leningen." De negen hotels bleven tijdens de eerste lockdown vorig jaar gesloten. Bij de tweede lockdown, vanaf oktober, opende hotel Andromeda, maar de drie andere hotels in Oostende bleven dicht. "Door de pandemie haalden we vorig jaar een derde minder omzet." Dat was in lijn met de algemene Vlaamse markt. "In 2020 hadden de hotels in Vlaanderen een bezetting van gemiddeld 26 procent", weet Stef Gits, woordvoerder van Toerisme Vlaanderen, het overheidsorgaan voor het toerisme. "De kust deed het nog het best, met een derde minder overnachtingen. In de kunststeden daalden die met bijna drie kwart." De pandemie trof de sector in het hart. Het aantal overnachtingen en de omzetten daalden met bijna twee derde ( zie tabellen). En de hotelsector was al voor de coronacrisis niet echt gezond. De financieel-economische gegevensverschaffer Trends Business Information ontleedde de solvabiliteit van de ondernemingen die balansen neerlegden. In 2019 haalde 49 procent van de 1514 hotels een solvabiliteit van een kwart. Dat betekent dat 25 procent van het balanstotaal bestaat uit eigen middelen en de overige drie kwart uit geleend geld. Voor kredietverstrekkers, vooral banken, is een solvabiliteit van een kwart doorgaans een minimumvereiste. Bijna een kwart had een negatief eigen vermogen en nog eens 17 procent een solvabiliteit van maximaal 15 procent. De 823 hotels in Vlaanderen die balansen neerlegden in 2019, scoren iets beter. Daar had de helft een solvabiliteit van minstens een kwart. Op basis van heel voorlopige cijfers lijkt de toestand slechter geworden in 2020. Maar andere horecasectoren, zoals cafés, restaurants en dancings, zijn er nog veel slechter aan toe. Bij de restaurants en de cafés heeft de helft van de bedrijven een negatief eigen vermogen. Het zwaarst getroffen zijn de discotheken en de dancings, waar 55 procent een negatief eigen vermogen heeft. "In de horecasector is de categorie hotels veruit de sterkste", duidt Pascal Flisch, businessanalist bij Trends Business Information. "Hotels zijn doorgaans grotere en beter gestructureerde ondernemingen, en met behoorlijk wat personeel. Ze zijn dus vaak ook beter gekapitaliseerd. De grootste hotels behoren bovendien tot internationale ketens. En de bedrijfsleiders zijn vaak gediplomeerde managers, die andere managementcapaciteiten hebben dan een doorsneecafébaas." De hotelsector werd massaal gestut tijdens de pandemie. De hotels konden deels openblijven, maar de activiteiten waren beperkt tot de kamers. Bars, restaurants en andere activiteiten bleven gesloten. Gasten konden een maaltijd bestellen, maar moesten die op hun kamer gebruiken. De hotels maakten massaal gebruik van het stelsel van de tijdelijke economische werkloosheid. Het voorbije jaar waren ruim 10.000 mensen in de sector bijna continu werkloos ( zie tabel). Terwijl het totale aantal tijdelijk werklozen in vergelijking met de piek van april vorig jaar met bijna 70 procent is gedaald, ging er in de hotelsector nog geen kwart vanaf. "In de hotelsector werkten 16.141 mensen in 2018. In 2019 waren het er 15.922", observeert Laurens Teerlinck, de woordvoerder van federaal minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne (PS). "Dat waren gunstige jaren voor de werkgelegenheid in hotels, en dus geen normale jaren. In maart en april vorig jaar waren vier op de vijf werknemers minstens deeltijds tijdelijk werkloos, in april van dit jaar waren dat er nog altijd drie op de vijf." Ook de zelfstandige hoteluitbaters kregen steun. Zelfstandigen die verplicht moesten sluiten, ontvingen sinds oktober vorig jaar tot eind juni elke maand een dubbel overbruggingsrecht. Dat is maandelijks 3228,20 euro bruto voor een zelfstandige met een gezin, en 2583,38 euro voor een alleenstaande zelfstandige. De instelling Sociale Zekerheid van Zelfstandige Ondernemers (RSVZ) regelt de tegemoetkoming. Van de 2613 zelfstandigen in de hotelsector vroegen 1234 de uitkering (829 van de 1762 zelfstandigen in Vlaanderen). Dat is goed voor een totaalbedrag van 24,4 miljoen euro (16,5 miljoen euro in Vlaanderen). Het Vlaams Gewest steunde de hotelsector met 35,2 miljoen euro. Ook de provincies deden hun duit in het zakje. Zo pompte Limburg 20 miljoen euro in zijn toerisme. "We zitten in de top drie van de Vlaamse vakantiebestemmingen", zegt provinciegedeputeerde en voorzitter van Visit Limburg Igor Philtjens (Open Vld). "Vorig jaar, toen de coronamaatregelen even werden versoepeld, hadden we de beste bezetting in juli ooit. En vandaag zijn onze 109 hoteluitbaters het meest optimistisch sinds de start van de pandemie. Onze provincie is een garantie voor een veilige en volwaardige vakantie in eigen land."