Octa+ heeft 140.000 klanten en een marktaandeel van 1 tot 2,5 procent. Daarmee is het een van de grootste van de kleinere energiebedrijven. Het is niet de enige energieleverancier die tijdelijk geen contracten met een vaste prijs meer aanbiedt. De prijsbreker Mega nam vorige week dezelfde beslissing. De meeste van de kleinere aanbieders hebben geen eigen productie. Ze kopen hun energie op de energiebeurzen. Daar zijn de prijzen de jongste maanden enorm gestegen.

Met hun beslissing dekken Mega en Octa+ zich in tegen de hoge energieprijzen. Heel wat verbruikers willen nu graag een contract met vaste prijzen sluiten, om verdere prijsstijgingen in de winter te vermijden. Voor de leveranciers is dat een lose-lose-situatie. Ofwel leggen ze nu maar een deel van de nodige energie-aankopen vast. Dan lopen ze het risico dat de prijs nog hoger is wanneer ze de rest van de energie aankopen.

Ofwel dekken ze zich al volledig in. Maar wanneer de energieprijzen dalen, zullen veel klanten overschakelen naar een goedkoper contract en blijven de leveranciers zitten met hun duur aangekochte energie. "Mensen met een vast contract kunnen dat na een maand al opzeggen. Dat is niet logisch", vindt Vincent Declerck, de commercieel directeur van Octa+. Hij pleit voor een termijn van drie tot zes maanden, afhankelijk van de duur van het contract. "Nu is een vaste prijs de facto een flexibel contract."

Daarbovenop weten de energiebedrijven dat ze de komende maanden met veel meer wanbetalers zullen worden geconfronteerd. Het probleem daarbij is dat de energiecomponent meestal maar een klein derde van de totale energiefactuur uitmaakt. De energieleveranciers moeten de rest - taksen en accijnzen, en transmissie- en distributienettarieven - wel doorstorten naar de overheid en de netbedrijven, terwijl ze zelf soms jaren moeten wachten op hun geld. "Wij zijn er absoluut voor dat de klanten goed worden beschermd", zegt Declerck. "Maar sommige maatregelen zijn gewoon te streng voor de energieleveranciers. Alle verantwoordelijkheid ligt op de schouders van de leveranciers, en geen enkele bij de netbeheerders."

Brussel

Dat geldt al helemaal in Brussel. Een energieleverancier die wordt geconfronteerd met wanbetalers, kan een ingebrekestelling sturen, maar tot er tien of twaalf maanden later een gerechtelijke uitspraak is, moet hij blijven leveren. Bovendien mogen de energieleveranciers geen klanten weigeren, tenzij ze al een schuld hebben bij de betrokken speler. Daardoor hebben sommige klanten bij verschillende leveranciers schulden opgebouwd. "In de telecomsector, bijvoorbeeld, is dat niet mogelijk, omdat je niet van leverancier kunt veranderen wanneer je nog schulden hebt bij je huidige provider."

Daarom heeft Octa+ beslist ook geen nieuwe klanten meer te werven in Brussel, een markt die nu goed is voor 20 procent van zijn klantenbestand. Declerck houdt de deur open: "Indien de regels minder streng zouden worden, hopen we in de nabije toekomst terug te komen op de Brusselse energiemarkt."

Met het verdwijnen van Octa+ blijven in Brussel de facto maar twee grote spelers over: Lampiris en Engie. Het gebrek aan concurrentie en de strenge wetgeving maken dat een gezin in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met een gemiddeld jaarverbruik 35 tot 40 procent meer betaalt dan in Vlaanderen.

Die situatie dreigt nog niet onmiddellijk voor Vlaanderen, waar er voor stroom en gas respectievelijk twintig en zestien aanbieders zijn voor particulieren. In Wallonië wordt echter gedebatteerd om, in de nasleep van de overstromingen, de klantenbescherming op te voeren. Declerck: "Met de liberalisering wilden de politici meer concurrentie op de markt krijgen. Maar voor kleinere spelers wordt het almaar moeilijk om in de drie regio's actief te blijven. Wij zijn een gezond bedrijf, dat ook mobiliteitsdiensten levert en petroleumproducten verkoopt, maar niet alle spelers bevinden zich in die situatie." Vorige week nog ging Energy2business failliet, dat 3000 klanten telde in Brussel en Wallonië.

Octa+ heeft 140.000 klanten en een marktaandeel van 1 tot 2,5 procent. Daarmee is het een van de grootste van de kleinere energiebedrijven. Het is niet de enige energieleverancier die tijdelijk geen contracten met een vaste prijs meer aanbiedt. De prijsbreker Mega nam vorige week dezelfde beslissing. De meeste van de kleinere aanbieders hebben geen eigen productie. Ze kopen hun energie op de energiebeurzen. Daar zijn de prijzen de jongste maanden enorm gestegen.Met hun beslissing dekken Mega en Octa+ zich in tegen de hoge energieprijzen. Heel wat verbruikers willen nu graag een contract met vaste prijzen sluiten, om verdere prijsstijgingen in de winter te vermijden. Voor de leveranciers is dat een lose-lose-situatie. Ofwel leggen ze nu maar een deel van de nodige energie-aankopen vast. Dan lopen ze het risico dat de prijs nog hoger is wanneer ze de rest van de energie aankopen.Ofwel dekken ze zich al volledig in. Maar wanneer de energieprijzen dalen, zullen veel klanten overschakelen naar een goedkoper contract en blijven de leveranciers zitten met hun duur aangekochte energie. "Mensen met een vast contract kunnen dat na een maand al opzeggen. Dat is niet logisch", vindt Vincent Declerck, de commercieel directeur van Octa+. Hij pleit voor een termijn van drie tot zes maanden, afhankelijk van de duur van het contract. "Nu is een vaste prijs de facto een flexibel contract."Daarbovenop weten de energiebedrijven dat ze de komende maanden met veel meer wanbetalers zullen worden geconfronteerd. Het probleem daarbij is dat de energiecomponent meestal maar een klein derde van de totale energiefactuur uitmaakt. De energieleveranciers moeten de rest - taksen en accijnzen, en transmissie- en distributienettarieven - wel doorstorten naar de overheid en de netbedrijven, terwijl ze zelf soms jaren moeten wachten op hun geld. "Wij zijn er absoluut voor dat de klanten goed worden beschermd", zegt Declerck. "Maar sommige maatregelen zijn gewoon te streng voor de energieleveranciers. Alle verantwoordelijkheid ligt op de schouders van de leveranciers, en geen enkele bij de netbeheerders."Dat geldt al helemaal in Brussel. Een energieleverancier die wordt geconfronteerd met wanbetalers, kan een ingebrekestelling sturen, maar tot er tien of twaalf maanden later een gerechtelijke uitspraak is, moet hij blijven leveren. Bovendien mogen de energieleveranciers geen klanten weigeren, tenzij ze al een schuld hebben bij de betrokken speler. Daardoor hebben sommige klanten bij verschillende leveranciers schulden opgebouwd. "In de telecomsector, bijvoorbeeld, is dat niet mogelijk, omdat je niet van leverancier kunt veranderen wanneer je nog schulden hebt bij je huidige provider."Daarom heeft Octa+ beslist ook geen nieuwe klanten meer te werven in Brussel, een markt die nu goed is voor 20 procent van zijn klantenbestand. Declerck houdt de deur open: "Indien de regels minder streng zouden worden, hopen we in de nabije toekomst terug te komen op de Brusselse energiemarkt."Met het verdwijnen van Octa+ blijven in Brussel de facto maar twee grote spelers over: Lampiris en Engie. Het gebrek aan concurrentie en de strenge wetgeving maken dat een gezin in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met een gemiddeld jaarverbruik 35 tot 40 procent meer betaalt dan in Vlaanderen.Die situatie dreigt nog niet onmiddellijk voor Vlaanderen, waar er voor stroom en gas respectievelijk twintig en zestien aanbieders zijn voor particulieren. In Wallonië wordt echter gedebatteerd om, in de nasleep van de overstromingen, de klantenbescherming op te voeren. Declerck: "Met de liberalisering wilden de politici meer concurrentie op de markt krijgen. Maar voor kleinere spelers wordt het almaar moeilijk om in de drie regio's actief te blijven. Wij zijn een gezond bedrijf, dat ook mobiliteitsdiensten levert en petroleumproducten verkoopt, maar niet alle spelers bevinden zich in die situatie." Vorige week nog ging Energy2business failliet, dat 3000 klanten telde in Brussel en Wallonië.