Management blijft een zoektocht naar het uitschakelen van wat Herman Van den Broeck 'nuttige overtolligheid' noemde. De gesprekken aan de koffieautomaat, de social talk voor de vergadering, het bespreken van een probleem van een andere afdeling. Die activiteiten hebben vaak als functie proefballonnetjes te testen, complimenten te geven, elkaars achtergrond te leren appreciëren, de bedrijfscultuur te versterken, of gewoon de camaraderie te bevorderen. Zulke resultaten vat je niet in KPI's.

Ik vang echo's op dat een van de lessen uit corona is: we kunnen nog efficiënter werken! We combineren vandaag het beste van twee werelden. We zorgen ervoor dat de mensen naar kantoor komen, maar elke dreiging tot nuttige overtolligheid vullen we op met een virtuele meeting. Zo worden de werkdagen van onze kennisarbeiders op kantoor nog wat productiever.

Ik vang een tweede type echo op: vermoeidheid. De bron van die vermoeidheid? Nog meer druk op het werk, maar evenzeer minder mogelijkheden om te ontspannen buiten het werk. De coronasamenleving is geen onbezorgd pretje. Onze vrijheid wordt in naam van het algemeen belang beperkt, onze ontspanningsmogelijkheden nemen af, en telkens als we ontspannen, krijgen we een gentle reminder dat covid-19 nog altijd onder ons is. Politici willen, durven of kunnen geen slecht nieuws brengen en beloofden dwaasweg dat we nu zouden rondhuppelen in het rijk van de vrijheid. We moeten realistisch zijn en beseffen dat we heel veel kunnen en mogen, maar dat de zorgeloosheid die er normaal mee gepaard gaat heel veraf is. Denk vooral niet dat u volgend jaar zorgeloos citytrips, laat staan verre reizen zult maken. Vliegschaamte zal u overigens permanent vergezellen.

Onze recuperatietijd wordt ondermijnd.

Arbeidspsychologen hebben vooral gefocust op de kwaliteit van ons leven op de werkvloer. Zijn we daar gemotiveerd? Zien we daar groeikansen? Voelen we ons daar gewaardeerd? Ze hadden maar weinig aandacht voor wat buiten de werkuren gebeurt. Onlangs is daar verandering in gekomen, omdat iedereen weet dat de boog niet altijd gespannen kan staan. Hoe ontspannen werknemers na het werk? Hoe recupereren ze van de intense mentale inspanningen die ze moeten leveren?

Niet iedereen volgt dezelfde recuperatiestrategie. Volgens Nederlands en Amerikaans onderzoek volgen werknemers vier grote strategieën: loskoppelen (de knop omdraaien), relaxen, meesterschap (iets uitdagends bijleren) en controle (de touwtjes in handen hebben en zelf beslissen hoe ze de recuperatietijd aanpakken), en elke combinatie van die strategieën. Volgens het principe dat je niet níét kunt denken aan een roze olifant, is het onmogelijk los te koppelen van het werk zonder je focus te beheersen (meesterschap). Het ideale profiel combineert de vier strategieën. Dan is de recuperatie het grootst. Dat ideaal is slechts voor weinigen weggelegd. Onderzoekers schatten dat maar 8 procent van de werknemers echt de stekker kan uittrekken. 21 procent van de werknemers zit in het radicaal omgekeerde schuitje: geen enkele strategie lukt, ze blijven permanent ingeschakeld. Het werk blijft constant de geest bezetten, en de weg naar de burn-out wordt geplaveid. Zo'n 22 procent kan vrij behoorlijk relaxen zonder meesterschap. Zo blijft er nog een kleine helft van werknemers over die onvoldoende kan recupereren, vooral door een gebrek aan controle. Het relaxen lukt niet echt, want het werk bezet de geest. Dat is dé doelgroep voor mindfulness, yoga en andere focusmethodieken.

Ik neem aan dat de gerapporteerde vermoeidheid te wijten is aan een systematische ondermijning van onze recuperatietijd. De overheid zou beter wat minder investeren in reparatie en wat meer in preventie: opleidingen in focusmethodieken, ook voor de jeugd.

Management blijft een zoektocht naar het uitschakelen van wat Herman Van den Broeck 'nuttige overtolligheid' noemde. De gesprekken aan de koffieautomaat, de social talk voor de vergadering, het bespreken van een probleem van een andere afdeling. Die activiteiten hebben vaak als functie proefballonnetjes te testen, complimenten te geven, elkaars achtergrond te leren appreciëren, de bedrijfscultuur te versterken, of gewoon de camaraderie te bevorderen. Zulke resultaten vat je niet in KPI's. Ik vang echo's op dat een van de lessen uit corona is: we kunnen nog efficiënter werken! We combineren vandaag het beste van twee werelden. We zorgen ervoor dat de mensen naar kantoor komen, maar elke dreiging tot nuttige overtolligheid vullen we op met een virtuele meeting. Zo worden de werkdagen van onze kennisarbeiders op kantoor nog wat productiever. Ik vang een tweede type echo op: vermoeidheid. De bron van die vermoeidheid? Nog meer druk op het werk, maar evenzeer minder mogelijkheden om te ontspannen buiten het werk. De coronasamenleving is geen onbezorgd pretje. Onze vrijheid wordt in naam van het algemeen belang beperkt, onze ontspanningsmogelijkheden nemen af, en telkens als we ontspannen, krijgen we een gentle reminder dat covid-19 nog altijd onder ons is. Politici willen, durven of kunnen geen slecht nieuws brengen en beloofden dwaasweg dat we nu zouden rondhuppelen in het rijk van de vrijheid. We moeten realistisch zijn en beseffen dat we heel veel kunnen en mogen, maar dat de zorgeloosheid die er normaal mee gepaard gaat heel veraf is. Denk vooral niet dat u volgend jaar zorgeloos citytrips, laat staan verre reizen zult maken. Vliegschaamte zal u overigens permanent vergezellen. Arbeidspsychologen hebben vooral gefocust op de kwaliteit van ons leven op de werkvloer. Zijn we daar gemotiveerd? Zien we daar groeikansen? Voelen we ons daar gewaardeerd? Ze hadden maar weinig aandacht voor wat buiten de werkuren gebeurt. Onlangs is daar verandering in gekomen, omdat iedereen weet dat de boog niet altijd gespannen kan staan. Hoe ontspannen werknemers na het werk? Hoe recupereren ze van de intense mentale inspanningen die ze moeten leveren? Niet iedereen volgt dezelfde recuperatiestrategie. Volgens Nederlands en Amerikaans onderzoek volgen werknemers vier grote strategieën: loskoppelen (de knop omdraaien), relaxen, meesterschap (iets uitdagends bijleren) en controle (de touwtjes in handen hebben en zelf beslissen hoe ze de recuperatietijd aanpakken), en elke combinatie van die strategieën. Volgens het principe dat je niet níét kunt denken aan een roze olifant, is het onmogelijk los te koppelen van het werk zonder je focus te beheersen (meesterschap). Het ideale profiel combineert de vier strategieën. Dan is de recuperatie het grootst. Dat ideaal is slechts voor weinigen weggelegd. Onderzoekers schatten dat maar 8 procent van de werknemers echt de stekker kan uittrekken. 21 procent van de werknemers zit in het radicaal omgekeerde schuitje: geen enkele strategie lukt, ze blijven permanent ingeschakeld. Het werk blijft constant de geest bezetten, en de weg naar de burn-out wordt geplaveid. Zo'n 22 procent kan vrij behoorlijk relaxen zonder meesterschap. Zo blijft er nog een kleine helft van werknemers over die onvoldoende kan recupereren, vooral door een gebrek aan controle. Het relaxen lukt niet echt, want het werk bezet de geest. Dat is dé doelgroep voor mindfulness, yoga en andere focusmethodieken. Ik neem aan dat de gerapporteerde vermoeidheid te wijten is aan een systematische ondermijning van onze recuperatietijd. De overheid zou beter wat minder investeren in reparatie en wat meer in preventie: opleidingen in focusmethodieken, ook voor de jeugd.