De inrichting is strak. Een display, een toonbank, twee wandrekken. Op een grote houten tafel prijken enkele tablets. Je zou je haast in een Apple Store wanen. Als je wat aandachtiger kijkt en ziet welke producten Organic Grams verkoopt, verdampt elke twijfel. Van Sweet Amnesia (15 euro voor twee gram) over Super Silver Haze (20 euro) tot Shiva (22 euro).
...

De inrichting is strak. Een display, een toonbank, twee wandrekken. Op een grote houten tafel prijken enkele tablets. Je zou je haast in een Apple Store wanen. Als je wat aandachtiger kijkt en ziet welke producten Organic Grams verkoopt, verdampt elke twijfel. Van Sweet Amnesia (15 euro voor twee gram) over Super Silver Haze (20 euro) tot Shiva (22 euro). In december opende Thibaut Reinhard de minimalistische shop in het centrum van Brussel. "Hier is veel passage van toeristen", zegt de oprichter van Organic Grams tevreden. Vier maanden eerder opende hij al zijn eerste winkel in de buurt van de begraafplaats van Elsene en de VUB. De jonge ondernemer surft mee op een golf die kwam aanrollen in de zomer van 2018, toen de eerste cannabiswinkel de deuren opende in Elsene. Dat was Street Shop, een franchisewinkel van een Franse keten. Sindsdien zijn er in België tientallen CBD-winkels bijgekomen die focussen op de verkoop van cannabis. Hoeveel precies is nog niet geweten. Volgens Thibaut Reinhard zijn er in het Brussels Gewest al om en bij de zestig. In de andere grootsteden in België zie je hetzelfde gebeuren en ook in de kleinere centrumsteden duiken CBD-winkels op in het straatbeeld. Maar ook in de kleine badplaats Oostduinkerke is er sinds kort een Gano-winkel. Daarnaast zijn er nog de webshops, zoals Green Doctor of CBD Brussels Delivery. De zaakvoerders van die shops verzetten zich hevig tegen het etiket 'drugsdealer'. De cannabis die zij aan hun klanten verkopen, heeft geen psychoactieve effecten. Dat komt omdat de werkzame stof THC (tetrahydrocannabinol) uit de planten werd gehaald. Een plant zonder THC verliest de roesverwekkende eigenschappen waar jointrokers naar op zoek zijn. "Cannabis met meer dan 0,2 procent THC wordt beschouwd als een verdovend middel. Bevat het product minder THC, dan wordt het gezien als industriële hennep", zegt Aude Mahy, advocaat en partner bij Daldewolf. De Europese regelgeving laat de verkoop van cannabis met minder dan 0,2 procent THC toe. De wietwinkels baseren zich op die wetgeving om hun producten aan de man te brengen. Toch heerst er juridische onduidelijkheid. Cannabis met minder dan 0,2 procent THC mag dan geen drug zijn, dat betekent nog niet dat het sowieso gaat om een product dat geschikt is voor consumptie. "In België staat cannabis op de lijst met planten waarvan de consumptie verboden is. Cannabis mag niet worden verkocht als voedingsmiddel", zegt Aude Mahy, die gespecialiseerd is in voedingsmiddelenrecht. Belgische shops mogen de cannabisplant dus niet verkopen in de vorm van theezakjes met hennepblaadjes, iets wat in het Groothertogdom Luxemburg perfect toegelaten is. Al zijn er wel uitzonderingen. Zo kan de federale overheidsdienst Volksgezondheid in bepaalde omstandigheden de verkoop van producten op basis van cannabis toestaan. Voor crackers, meel en frisdrank is er zo'n toelating. Het gaat telkens om zeer specifieke aanvragen, die verband houden met een welbepaald lot en merk van producten. In de speciaalzaken vind je ook andere afgeleide producten van cannabis, CBD-extracten. De molecule CBD (cannabidiol) wordt geïsoleerd uit de cannabisplant. Ze is onder meer te koop als olie of hars. In dat geval duikt een ander probleem op. "De Europese autoriteiten beschouwen producten op basis van CBD als novel food, dat wil zeggen levensmiddelen die voor 1997 in de Europese Unie nog 'niet in significante mate werden gebruikt voor menselijke voeding'. CBD valt daaronder", stipt Aude Mahy aan. Bijgevolg moet elk afgeleid product van CBD een vergunning krijgen voor het als voedingsmiddel mag worden verkocht. In België moesten de shops die CBD-olie verkochten ze uit de rekken halen. Andere winkels omzeilden het verbod door de verpakking te wijzigen. Ze prijzen de olie niet langer aan als een eetbaar product, maar brengen ze bijvoorbeeld aan de man als massageolie. Nochtans zijn Volksgezondheid en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) erg duidelijk. Zolang die producten geen Europese toelating hebben, blijven ze verboden. Voortaan pakken de zaakvoerders van CBD-winkels het voorzichtiger aan. Doorgaans focussen ze op de verkoop van gedroogde cannabisbloemen die minder dan 0,2 procent THC bevatten en die worden voorgesteld als niet eetbaar. Ze verkopen alleen aan meerderjarigen en letten erop dat de zakjes 'Niet consumeren. Niet roken' vermelden. "Wij verkopen bloemen ter decoratie of om te mengen onder potpourri. Wij zijn bloemisten!" monkelt Lionel Grau. De verantwoordelijke van de Weedness-shops liet zijn vestigingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen registreren onder de omschrijving 'Detailhandel in bloemen, planten, zaden en kunstmeststoffen in gespecialiseerde winkels'. De ondernemer vindt de situatie best grappig en erkent dat de hypocrisie regeert. Een situatie die getolereerd wordt door de toezichthouders, die vrede nemen met dit vergelijk. "Wij kunnen niet vooruitlopen op wat de klanten met de gekochte producten doen", klinkt het verweer van Stéphanie Maquoi, de woordvoerster van het FAVV. Voor de wietshops is de juridische onduidelijkheid een zegen. Mits ze zich houden aan de THC-doseringen en er het juiste etiket op kleven, kunnen ze hun producten in alle rust verkopen. De vraag is sinds het opduiken van de eerste winkels niet afgenomen. Net zoals in elke andere business staat of valt alles met de locatie. "Onze shop in het centrum van Brussel haalt een omzet van 40.000 euro per maand", zegt Grau. Door de vele toeristen - 30 à 40 procent van het cliënteel - draait de winkel prima. Het verkooppunt dat de kleine onderneming opende in Luik, moet het daarentegen stellen met minder goede cijfers. De inkomsten bedragen 12.000 euro per maand, waarmee de shop volgens Lionel Grau verlieslatend is. In Mechelen wilde hij ook een verkooppunt openen, maar dat plan liep vertraging op. "De stad verbiedt CBD-shops op minder dan 500 meter van een school", licht Lionel Grau toe. "Veel andere Vlaamse gemeenten hebben dat voorbeeld gevolgd." Onder meer in Veurne en Torhout werden CBD-winkels om die reden geweigerd of gesloten. Maar vorige week vernietigde de Raad van State de Mechelse verordening. De Weedness-winkel komt er toch. In Vlaanderen lijken de gemeentebesturen weigerachtiger te staan tegenover deze nieuwe business dan in Wallonië en in Brussel. Begin juli werden enkele CBD-shops in Antwerpen en Genk gecontroleerd door een team van mensen uit verschillende overheidsdiensten. Volgens onze informatie vallen de marges best comfortabel uit. De handelaars verkopen hun producten tegen ongeveer drie keer de aankoopprijs. De installatie- en werkingskosten liggen vrij laag. Aangezien het gaat om tamelijk dure producten die in kleine hoeveelheden (circa 10 euro per gram) worden verkocht, is de logistieke kant van de zaak niet erg ingewikkeld. Vooral omdat er geen gebrek is aan leveranciers. De meeste producenten zijn gevestigd in Zwitserland. De verkoop van cannabis voor medicinale doeleinden is daar al jaren toegestaan, waardoor er een echte markt is ontstaan. Vervolgens zijn de Zwitserse producenten zich gaan bezighouden met export, waarbij ze de THC-gehaltes aanpasten aan de Europese regelgeving. "Wij ontmoeten onze leveranciers in Zwitserland of op internationale beurzen", legt Lionel Grau uit. "Elke week krijgen wij ook verkopers over de vloer die de Belgische shops aflopen om hun producten voor te stellen." Door de explosieve toename van het aantal verkooppunten is de concurrentie bikkelhard. "De markt geraakt stilaan verzadigd", denkt Thibaut Reinhard van Organic Grams. "Door de nieuwe regelgeving die op komst is, komen de marges onder druk te staan." Want de federale overheidsdienst Financiën ligt op de loer. Tot nu toe vonden de verkopers dat voor hun producten het lage btw-tarief van 6 procent gold. Een nota die de fiscus in april publiceerde, werpt een ander licht op de zaak. Voortaan beschouwt de fiscus 'voor roken bestemde producten' op basis van cannabis als 'andere soorten rooktabak', wat betekent dat het klassieke btw-tarief van 21 procent van toepassing wordt en er accijnzen (31,5%) moeten worden betaald. Daarbovenop komt nog een specifieke bijzondere accijns. De wietshopuitbaters verwachten dat door deze nieuwe indeling ook krantenwinkels en tankstations CBD-producten zullen gaan verkopen, zoals nu al het geval is in Zwitserland. Ondanks dat risico denken de ondernemers ook hun voordeel te kunnen doen met de situatie. In hun ogen komt die neer op een vorm van erkenning van de legitimiteit van hun business. Sommigen zien er een stap naar de legalisering van cannabis in (zie kader De staat kweekt weldra cannabis). Volgens een studie van denktank Vrijdaggroep kan dat de staat tot 144 miljoen euro opleveren.