Na haar ontstaan in 1850 richtte de Nationale Bank van België (NBB) in de grootste provinciesteden van het land een veertigtal agentschappen en bijbanken op. Die aanwezigheid werd stelselmatig afgebouwd. Sinds vorig jaar bleven er enkel nog de vestigingen in Kortrijk en Luik over. Het agentschap in Kortrijk werd op 30 november gesloten, in de bijbank van Luik gingen de deuren op 31 december dicht.

Het is voor de Nationale Bank veel efficiënter en goedkoper geworden om de geldactiviteit te centraliseren in de hoofdzetel in Brussel. Het in omloop brengen van biljetten en munten, de controle op valsmunterij en de vervanging van beschadigde of vervuilde biljetten gebeurt daarom in de toekomst volledig vanuit het cashcenter in Brussel, dat over enkele jaren verhuist naar een nieuwe hoogtechnologische site vlak bij de Brusselse Ring.

De publieke loketten van de Nationale Bank in het centrum van Brussel blijven elke werkdag toegankelijk, aldus nog de NBB. Wie nog oude Belgische bankbiljetten of eurobiljetten of munten wil omruilen, kan na de sluiting van de regiokantoren nog altijd in Brussel terecht.