Na het ontstaan in 1850 richtte de Nationale Bank van België (NBB) in de grootste provinciesteden van het land een veertigtal agentschappen en bijbanken op. 'Vanuit die vestigingen werd een van de hoofdtaken van een centrale bank, het in omloop brengen en uit omloop halen van het geld in het land, mee mogelijk gemaakt', aldus de NBB.

De kantoren hadden ook een belangrijke publieke functie. Zo konden bedrijven en particulieren er terecht om biljetten en munten om te ruilen, jaarrekeningen neer te leggen of voor allerlei financiële diensten die door de digitalisering vandaag al lang niet meer bestaan. Ook de conjunctuurenquêtes werden jarenlang mee georganiseerd vanuit deze provinciale vestigingen, klinkt het.

De afgelopen jaren is de aanwezigheid in de provincies afgebouwd. Sinds vorig jaar blijven er enkel nog de vestigingen in Kortrijk en Luik over. Het Kortrijkse agentschap sluit vrijdag, de bijbank in Luik eind dit jaar.

'De hoofdreden van de sluiting is dat het logistieke proces van het geldverkeer de voorbije jaren flink is gewijzigd en dat de loketfunctie voor bedrijven en particulieren aan belang verminderde', aldus de Nationale Bank.

Het in omloop brengen van biljetten en munten, de controle op valsmunterij en de vervanging van beschadigde of vervuilde biljetten zal in de toekomst volledig vanuit het cashcenter in Brussel gebeuren. Dat verhuist binnen enkele jaren naar een 'nieuwe hoogtechnologische site vlak bij de Brusselse ring'.

De publieke loketten in het centrum van Brussel blijven elke werkdag toegankelijk. Het agentschapsgebouw in de industriezone van Kortrijk blijft ook behouden, als logistieke back-upfaciliteit.