In februari 2020 geeft Koen Van Gerven, de CEO van bpost, de fakkel door. Van Gerven is geen kandidaat om zichzelf op te volgen. Dat liet bpost maandag weten in een persbericht.

De zoektocht naar een nieuwe CEO vormt de komende maanden een ideale aanleiding om de discussie over de toplonen in de overheidsbedrijven aan te zwengelen. Het is bekend dat van alle Bel-20-bedrijven de topman van bpost de slechtste verdiener is. Een kleine 800.000 euro bedroeg het jaarsalaris van Koen Van Gerven in 2018. Voor een bedrijf met een beurswaarde van ruim 5 miljard en dik 36.000 werknemers is dat eerder bescheiden.

Maar om dan maar meteen de hoogte van het loon van de volgende CEO van het post- en pakjesbedrijf aan de markt over te laten, is nog wat anders. Het klassieke argument om het loon van een topmanager te laten stijgen, is de overtuiging dat een onderneming anders de verkeerde man of vrouw aantrekt. En dat kost de aandeelhouder uiteindelijk een aardige cent in het rendement.

Misschien is de uitdaging voor de CEO van bpost belangrijker dan het loon.

Nu is bpost een bedrijf in volle transformatie met de overheid als grootste aandeelhouder. Reden genoeg om de juiste topper aan te trekken. Maar misschien is de uitdaging daarbij wel belangrijker dan het loon? Academisch onderzoek wijst in die richting. Bij de keuze van hun opdracht hechten topmanagers meer belang aan de aard van de uitdaging dan aan het pure loon.

Wie denkt aan meer loon voor de volgende bpost-CEO, beseft maar beter dat de komende jaren de relaties met de vakbonden cruciaal zijn. Anders gezegd: als het loon van de volgende baas naar een graaicultuur zweemt, dan mag die zich verwachten aan vakbonden die tijdens loononderhandelingen harder op hun strepen staan. En de beheersing van de loonkosten is net een van de belangrijke hefbomen om bpost de komende jaren winstgevend te houden.