De koers van het Nyrstar-aandeel stond donderdagnamiddag op 1,4 euro, 30 procent lager dan de slotkoers van woensdag. Het ziet er dus naar uit dat donderdag voor Nyrstar de zwartste dag wordt in zijn beursgeschiedenis. De zinkverwerker ging in 2007 naar de beurs tegen 20 euro per aandeel. Enkel in oktober 2008 zakte de koers al eens tot in de buurt van 1 euro.

Deze keer moeten ook de obligatiehouders mee onder de koude douche. Donderdagnamiddag was de lening met een rente van 5,375 procent met vervaldag in mei 2016 gezakt van in de buurt van 100 naar amper 87 procent. Dat laatste had ook te maken met een ongelukkige communicatie. Maar ook nadat Nyrstar er zich in een persbericht toe had verbonden wel degelijk alle uitstaande schulden volledig te zullen aflossen, bleef de koers onder druk staan.

Twee grote pijnpunten

Hoe is het zover kunnen komen? Nyrstar maakte een eerste dramatische vergissing aan het begin van het decennium, toen het zich in de mijnbouw stortte. De redenering van toenmalig CEO Roland Junck was even simpel als aanlokkelijk. Nyrstar zou dubbel zoveel geld kunnen verdienen met de productie van een ton zinkconcentraat uit eigen mijnen als met het smelten van een ton zink. Met dat verhaal wist Junck begin 2011 liefst 1 miljard euro (490 miljoen via de uitgifte van nieuwe aandelen en 525 miljoen via een obligatielening) op te halen.

Daarmee kocht Nyrstar in een recordtempo tien mijnen. Junck beloofde dat de onderneming tegen 2015 een bedrijfskasstroom (ebitda) van 1 miljard euro zou realiseren. Het zal veeleer een kwart van dat bedrag zijn. Want in plaats van heel veel geld te verdienen met mijnbouw, sukkelt de groep van het ene Talvivaara-drama naar de andere Campo Morado-mislukking. Na een daling van de zinkprijs met 20 procent haalde Nyrstar in het derde opnieuw negatieve ebitda van 22 miljoen euro in de mijnbouw.

Een tweede pijnpunt is de omvorming van de Australische site Port Pirie tot een hoogtechnologische metaalverwerkende fabriek. In theorie is dat een prachtig project, maar in de praktijk lopen de kosten almaar verder uit de hand. Het kostenplaatje is opnieuw met 10 procent verhoogd, tot 563 miljoen Australische dollar. Alle kostenoverschrijdingen zijn voor rekening van Nyrstar. Nyrstars partner, de Australische overheid, betaalt enkel het laatste deel en dat is een vast bedrag. Port Pirie is eigenlijk een project dat dit Nyrstar boven zijn pet gaat.

Zinkverwerking blijft rendabel

In 2014 ging Nyrstar nog eens met de pet rond. Het haalde 600 euro op: 250 miljoen via nieuwe aandelen en 350 miljoen uit een obligatielening. Desondanks zit Nyrstar opgescheept met een nettoschuldpositie van 841 miljoen euro, ruim drie keer de verwachte bedrijfskasstroom voor 2015.

Ironisch genoeg overleeft Nyrstar vandaag nog enkel dankzij de metaalverwerking. Daar verdiende het in de eerste negen maanden een ebitda van 258 miljoen euro mee, 73 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Het derde kwartaal alleen leverde een ebitda van 75 miljoen euro op (+83% tegenover dezelfde periode in 2014).

Zorgwekkend, nog niet dramatisch

Nyrstar heeft zich grotendeels zelf in nesten gewerkt. Dat het metalenbedrijf nog geen vogel voor de kat is, is enkel te danken aan de metaalverwerking. De nieuwe CEO, Bill Scotting, kan dat enkel door in de komende weken en maanden spijkers met koppen te slaan. Een nieuwe kapitaaloperatie, een verhoging van de kredietlijnen, streamingovereenkomsten en een veel beter management van de mijnen moeten de terugbetaling van de lening in mei 2016 waarborgen, de rendabiliteit verbeteren en de verdere afbouw van de schuldenberg veiligstellen.