Het eerste wat opvalt, is het tempo waarin de categorie groeit. Dertig jaar geleden was 2,5 procent van de bevolking langdurig ziek. Nu is dat meer dan het dubbele. Een half miljoen mensen zijn al meer dan een jaar arbeidsongeschikt. Het aantal langdurig zieken in België bedraagt nu anderhalf keer meer dan het aantal werklozen.

Ten tweede is de oorzaak ook veranderd. Niet langer de legendarische rugpijnen, maar mentale problemen zijn nu de hoofdoorzaak van langdurige afwezigheid. 35 procent van de langdurig zieken kampt met mentale problemen, zoals depressie of burn-out. De lezer zou nu kunnen denken dat burn-out een probleem is van uitgebluste werknemers die tegen hun pensioen aankijken. Maar de categorie die het meest afwezig is op het werk wegens burn-out, zijn de jongeren tussen 20 en 35 jaar. Bij de langdurig afwezige jongeren is een burn-out voor een op de vier de oorzaak.

Het kostenplaatje

Dat alles heeft natuurlijk een kostenplaatje. Langdurig ziek zijn kost geld. Eerst en vooral aan de overheid. België is, na de Scandinavische landen, het Europese land met het meeste uitgaven ter financiële ondersteuning van de langdurig zieken. Liefst 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) wordt besteed aan de vergoeding van langdurig zieken. Maar ook voor de bedrijven is het kostenplaatje gigantisch. De totale kostprijs wordt geschat op 5,3 procent van het bbp (cijfers OESO, 2022). Ter vergelijking: de gemiddelde kostprijs in de Europese landen bedraagt 'slechts' 3,6 procent. Als België op het gemiddelde van de Europese Unie zou zitten - toch niet echt ambitieus als doel - zou dat een directe besparing van bijna 10 miljard euro inhouden.

Opmerkelijke feiten

Waar de cijfers ontegensprekelijk zijn, is de analyse van de oorzaken heel wat moeilijker. Toch kunnen we een paar opmerkelijke feiten op een rijtje zetten.

Ten eerste is er een verband met de algemene context. De coronapandemie, bijvoorbeeld, heeft ertoe geleid dat de mensen angstiger worden. In vergelijking met vorig jaar is het aantal mensen die last hebben van angstaanvallen verdubbeld. Covid en de daarmee samengaande eenzaamheid vormen een context die het nog moeilijker maakt voor mensen die mentaal al fragiel zijn.

Meer langdurig zieken dan werklozen.

Ten tweede zien we een spectaculaire stijging bij de 55-plussers, die samengaat met de afschaffing van het brugpensioenstelsel. De daling van het aantal bruggepensioneerden door de aanpassing van de reglementering, ging inderdaad gepaard met een gelijkaardige stijging van het aantal langdurig zieken in de leeftijdscategorie 55+. Een causaal verband kunnen we niet wetenschappelijk aantonen, wel aanvoelen. De 55-plussers die het voor bekeken willen houden, bij gebrek aan het stelsel van brugpensioen, kunnen vaak vrij eenvoudig een doktersattest wegens mentale problemen bekomen. Dat opent natuurlijk de discussie over de deontologie van het medisch beroep, maar ook over aangepast werk en respect voor de 55-plussers.

Ten derde is het opmerkelijk dat de helft van alle mensen die nu op de ziekte-allocaties beroep doen op basis van mentale problemen, zich voorheen bevonden in het statuut van werklozen. Hun werkloosheidsvergoeding werd dus omgezet in ziektevergoeding.

Politieke boodschap

In het licht van deze analyse dienen de horecakreten over de dalende werkloosheid enigszins te worden gerelativeerd. De boodschap is dat de politieke agenda moet worden bepaald door de participatiegraad en niet door de werkloosheidscijfers. Om dat te bereiken, dienen de vele overheden van ons land - ziekte is een verdeelde competentie - het probleem van de langdurig ziekten gezamenlijk aan te pakken, met het volste respect van de mensen die het wegens ziekte echt moeilijk hebben. Het federale terug-aan-het-werkplan zal geen zoden aan de dijk brengen. Preventief medisch beleid, integere artsen maar ook gedegen controles dienen deel uit te maken van een gericht beleid. En wie ziekte faket verliest zijn of haar allocatie, om de betaalbaarheid van het systeem te garanderen en uit respect voor de echt zieken.

Het eerste wat opvalt, is het tempo waarin de categorie groeit. Dertig jaar geleden was 2,5 procent van de bevolking langdurig ziek. Nu is dat meer dan het dubbele. Een half miljoen mensen zijn al meer dan een jaar arbeidsongeschikt. Het aantal langdurig zieken in België bedraagt nu anderhalf keer meer dan het aantal werklozen.Ten tweede is de oorzaak ook veranderd. Niet langer de legendarische rugpijnen, maar mentale problemen zijn nu de hoofdoorzaak van langdurige afwezigheid. 35 procent van de langdurig zieken kampt met mentale problemen, zoals depressie of burn-out. De lezer zou nu kunnen denken dat burn-out een probleem is van uitgebluste werknemers die tegen hun pensioen aankijken. Maar de categorie die het meest afwezig is op het werk wegens burn-out, zijn de jongeren tussen 20 en 35 jaar. Bij de langdurig afwezige jongeren is een burn-out voor een op de vier de oorzaak.Dat alles heeft natuurlijk een kostenplaatje. Langdurig ziek zijn kost geld. Eerst en vooral aan de overheid. België is, na de Scandinavische landen, het Europese land met het meeste uitgaven ter financiële ondersteuning van de langdurig zieken. Liefst 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) wordt besteed aan de vergoeding van langdurig zieken. Maar ook voor de bedrijven is het kostenplaatje gigantisch. De totale kostprijs wordt geschat op 5,3 procent van het bbp (cijfers OESO, 2022). Ter vergelijking: de gemiddelde kostprijs in de Europese landen bedraagt 'slechts' 3,6 procent. Als België op het gemiddelde van de Europese Unie zou zitten - toch niet echt ambitieus als doel - zou dat een directe besparing van bijna 10 miljard euro inhouden.Waar de cijfers ontegensprekelijk zijn, is de analyse van de oorzaken heel wat moeilijker. Toch kunnen we een paar opmerkelijke feiten op een rijtje zetten.Ten eerste is er een verband met de algemene context. De coronapandemie, bijvoorbeeld, heeft ertoe geleid dat de mensen angstiger worden. In vergelijking met vorig jaar is het aantal mensen die last hebben van angstaanvallen verdubbeld. Covid en de daarmee samengaande eenzaamheid vormen een context die het nog moeilijker maakt voor mensen die mentaal al fragiel zijn.Ten tweede zien we een spectaculaire stijging bij de 55-plussers, die samengaat met de afschaffing van het brugpensioenstelsel. De daling van het aantal bruggepensioneerden door de aanpassing van de reglementering, ging inderdaad gepaard met een gelijkaardige stijging van het aantal langdurig zieken in de leeftijdscategorie 55+. Een causaal verband kunnen we niet wetenschappelijk aantonen, wel aanvoelen. De 55-plussers die het voor bekeken willen houden, bij gebrek aan het stelsel van brugpensioen, kunnen vaak vrij eenvoudig een doktersattest wegens mentale problemen bekomen. Dat opent natuurlijk de discussie over de deontologie van het medisch beroep, maar ook over aangepast werk en respect voor de 55-plussers.Ten derde is het opmerkelijk dat de helft van alle mensen die nu op de ziekte-allocaties beroep doen op basis van mentale problemen, zich voorheen bevonden in het statuut van werklozen. Hun werkloosheidsvergoeding werd dus omgezet in ziektevergoeding.In het licht van deze analyse dienen de horecakreten over de dalende werkloosheid enigszins te worden gerelativeerd. De boodschap is dat de politieke agenda moet worden bepaald door de participatiegraad en niet door de werkloosheidscijfers. Om dat te bereiken, dienen de vele overheden van ons land - ziekte is een verdeelde competentie - het probleem van de langdurig ziekten gezamenlijk aan te pakken, met het volste respect van de mensen die het wegens ziekte echt moeilijk hebben. Het federale terug-aan-het-werkplan zal geen zoden aan de dijk brengen. Preventief medisch beleid, integere artsen maar ook gedegen controles dienen deel uit te maken van een gericht beleid. En wie ziekte faket verliest zijn of haar allocatie, om de betaalbaarheid van het systeem te garanderen en uit respect voor de echt zieken.