Martin Schulz werkt al twintig jaar in Tokio voor de Japanse techgigant Fujitsu. Dat is in de hele wereld actief, met een belangrijke commerciële en onderzoeksafdeling in België, maar het staat het sterkst op zijn thuismarkt. Daar zijn zowat alle grote Japanse bedrijven op de een of andere manier klant voor IT-apparatuur, software of consultancy.
...

Martin Schulz werkt al twintig jaar in Tokio voor de Japanse techgigant Fujitsu. Dat is in de hele wereld actief, met een belangrijke commerciële en onderzoeksafdeling in België, maar het staat het sterkst op zijn thuismarkt. Daar zijn zowat alle grote Japanse bedrijven op de een of andere manier klant voor IT-apparatuur, software of consultancy. "De Spelen hebben vooral een symbolische waarde. Japan wil tonen aan de wereld dat het weer een energieke natie is, ondanks de vergrijzing en de zware tsunami van 2011. Tokyo stelde zich al enkele keren kandidaat voor de Olympische Spelen, maar zette nooit alles op alles. Dat veranderde met het aantreden van premier Shinzo Abe (in september opgevolgd door zijn partijgenoot Yoshihide Suga, nvdr). Met zijn a becnomics wilde hij de economie stimuleren met zware overheidsinvesteringen en geldcreatie. De Olympische Spelen zijn een perfect uithangbord, maar de directe economische impact is beperkt. De schattingen gaan uit van 0,3 procent van het bbp van Japan. Het land is al een heel ontwikkelde economie en de agglomeratie rond Tokio telt 34 miljoen inwoners. Een paar sportstadions erbij hebben geen grote impact." MARTIN SCHULZ. "De lockdowns en andere regels hebben het verkeer in Tokio met ongeveer de helft doen afnemen. Voor de inwoners is Tokio een veel meer leefbare stad geworden. Het voelt nu net goed aan ( lacht). Daarom is er hier ook niet zoveel protest tegen al die maatregelen." SCHULZ. "Om griep en andere virale infecties in toom te houden, hadden we hier al een cultuur van vrijwillige mondmaskerdracht en veel aandacht voor handhygiëne. Toen covid-19 opkwam, hebben de meeste mensen en bedrijven die waakzaamheid nog opgevoerd. Macro-economisch staat het land er ook goed voor. Japan heeft de bedrijven ondersteund tijdens de lockdown en nu kan het profiteren van het snellere herstel in Azië. Europa zal drie jaar nodig hebben om de crisis te verteren. Japan zal een snellere comeback maken dan Europa. Meer nog: het zal weerbaarder uit de crisis komen door de grote sprong die e-commerce hier heeft gemaakt. "Ik merk ook een grote verandering in de Japanse managementcultuur. Die was sterk gericht op processen, maar door het verplichte telewerk was het onmogelijk nog zoveel te meetings te organiseren en voortdurend alles te willen overlopen. De managers moesten veel meer resultaatgericht denken. Dat kan ook voor een mooie boost van de productiviteit zorgen." SCHULZ. "De retailers, en zeker de kleine winkels, gebruiken nu wel massaal het goedkopere betalen met een QR-code. In e-commerce is er geen achterstand. Het marktaandeel van de onlineretail ligt hoger dan in Duitsland, maar het komt nog niet in de buurt van de koplopers China en Zuid-Korea. "Dat imago van trage leerling komt misschien door het overwicht van Amazon, maar er gebeurt hier veel en we hebben een heel geavanceerde en wendbare logistieke sector. Een van de belangrijkste logistieke partners van Amazon is Yamamoto. Dat zorgt ervoor dat e-commerceleveringen in de grote steden een kwestie van uren zijn, in plaats van dagen. Het frustreert veel Japanse bedrijven dat ze niet als sterke digitale vernieuwers worden gezien en dat hun aandelenkoers daardoor lager is dan sectorgenoten in China of de Verenigde Staten. Zowat elk groot Japans bedrijf wil dan ook nog meer investeren in digitale transformatie." SCHULZ. "De prijsstijgingen in het Westen komen voornamelijk door een verstoorde aanvoerketen. In Azië speelt dat veel minder. Hier is men vooral bezig met de neveneffecten van het monetaire beleid. De voorbije jaren heeft de centrale bank enorm veel geld in de economie gepompt en is de rente enorm verlaagd. De negatieve rente is een groot probleem voor de financiële sector. De Bank of Japan wil dat monetaire beleid graag stoppen, maar ze kan dat niet. Ze moet het expansieve overheidsbeleid ondersteunen en er is eigenlijk nog deflatie. De economie is nog altijd niet sterk genoeg om op zichzelf te groeien. Maar de Bank of Japan is heel blij dat de Fed in de Verenigde Staten toch renteverhogingen aankondigt. Dat duwt de koers van de dollar omhoog, waardoor de Japanse export naar de Verenigde Staten goedkoper wordt. "De Japanse export zal hoe dan ook sterk groeien, omdat de rest van Azië zich veel sneller herstelt van de coronacrisis. In het Westen wordt gesproken van een technologische confrontatie en een ontkoppeling met China, maar Japanners bekijken dat anders. Ze zijn ook bezorgd over het Chinese beleid voor Azië, maar de technologische concurrentie zien ze op zich als iets positiefs. Het helpt om de Aziatische markt beter te integreren en obstakels in de handelsinfrastructuur aan te pakken." SCHULZ. "De economische groei was al jaren zeer beperkt, en dat komt door de krimp van de actieve bevolking. Op korte termijn kun je daar weinig aan doen. De mensen moeten de uitbouw van hun carrière kunnen combineren met kinderen krijgen. We moeten naar een betere work-lifebalans. Tot dan moet Japan het vooral hebben van zijn productiviteit. Maar we hebben in de financiële crisis en in de coronacrisis bewezen dat we innovatiever kunnen zijn dan we denken. We mogen ook echt hopen op een sterk herstel. De coronacrisis is geen oorlog met veel ravage. We hoeven niks herop te bouwen. Alles staat er nog."