Met meer dan 3400 mensen is Van Hool nog altijd de derde grootste voertuigenbouwer van het land. Enkel de twee Volvo-fabrieken in Gent zijn groter, die van de personenwagenmaker en de vrachtwagenbouwer. Audi in Vorst telt met 3100 mensen minder werknemers dan Koningshooikt.

En toch vermindert de tewerkstelling in de gemeente bij Lier. In 2013 waren er nog ruim 4000 werknemers in Koningshooikt. In dat jaar opende een fabriek in Macedonië. Die gaat in sneltreinvaart vooruit (zie tabel): van geen 200 in het startjaar, naar bijna 1300 mensen eind vorig jaar. België maakt de omgekeerde beweging. CEO Filip Van Hool wijt dat vooral aan natuurlijke afvloeiingen. Bovendien is er de krapte op de Belgische arbeidsmarkt. Van Hool heeft 200 technische vacatures in Koningshooikt en krijgt die niet ingevuld. De onderneming laat al enkele jaren technische mensen uit Oost-Europa aanrukken.

Toch zijn ook de personeelskosten in Macedonië beduidend lager dan in België. Voor de circa 1300 werknemers in Skopje betaalde de voertuigenbouwer vorig jaar 12 miljoen euro. De 3410 werknemers in België kregen 171 miljoen euro in het loonzakje. Dat maakt hen gemiddeld ruim vijf keer duurder dan hun collega's in het Balkanland.

Winstjaar 2018

De rolverdeling tussen de twee was die van een producent van eenvoudige bussen - Macedonië - versus de focus op ingewikkelde bussen en touringcars met een hoge toegevoegde waarde. Al krijgt Skopje ook meer en meer complexere zaken.

Vorig jaar verkocht de voertuigenbouwer 1164 bussen en touringcars. Daarvan werden er 725 gemaakt in Macedonië. Konigshooikt klokte af op 324 voertuigen, maar die vergen dus een "complexere productie", stelt Van Hool. Omgerekend in vergelijkbare voertuigen, zou het gaan om 439 bussen en touringcars. Het zijn onder meer trambussen en dubbeldekkers. Daarnaast maakt Koningshooikt nog industriële voertuigen: vorig jaar bijvoorbeeld 3461 opleggers, citernen, tankcontainers en gastanks. Alles samen 156 stuks meer dan in 2017.

Die rolverdeling maakte van 2018 opnieuw een meer dan behoorlijk winstjaar voor Van Hool. De consoliderende holding Immoroc boekte met een omzet van 558 miljoen euro het tweede beste resultaat ooit in de 72-jarige geschiedenis van de voertuigengroep. De bedrijfswinst daalde weliswaar door wisselkoerseffecten en de stijging van de lonen, zowel in België als in Macedonië. Het familiebedrijf waar de derde generatie van de gelijknamige familie aan het roer staat, keert voor 2018 geen dividend uit.

Ook 2019 ziet er goed uit voor de voertuigenbouwer. "Wij merken niets van een eventuele krimp van de conjunctuur", zegt Filip Van Hool. Koningshooikt maakt dit jaar onder meer 200 hoogtechnologische bussen met een hybride aandrijving. Die gaan naar openbare vervoersmaatschappijen in onder meer Vlaanderen (De Lijn), maar ook Canada, Duitsland, en Noorwegen.

Louter boekhoudkundig verlies

Vreemd genoeg schreef het Belgische filiaal, de nv Van Hool, vorig jaar rode cijfers. Het bedrijfsresultaat dook 5 miljoen euro in het rood. Het nettoverlies bedroeg 703.814 euro. Maar dat heeft voor een groot stuk te maken met de doorrekening van de diverse onderdelen die de fabriek in Koningshooikt maakt voor de fabriek in Macedonië. Daarnaast worden ook de verkochte voertuigen in Frankrijk tegen interne rekenprijzen geboekt. In de Belgische balans staan de productiekosten dus wel verrekend, maar niet de finale verkoopprijs van die productie.

Die boekhoudtechnische gegevens maken ook dat de omzet van de Belgische dochtervennootschap Van Hool beduidend hoger uitvalt dan die van het geconsolideerde moederbedrijf Immoroc. Van Hool boekte vorig jaar 646 miljoen euro omzet, Immoroc slechts 558 miljoen euro. Een aanzienlijk verschil van bijna 90 miljoen euro. Dat bedrag wordt verwijderd bij de consolidatie.

Ook in Macedonië worden er onderdelen gemaakt, bijvoorbeeld koetswerk, die dan naar Koningshooikt gaan. Maar er vertrekken beduidend meer onderdelen vanuit België naar het Balkanland. "Het is een en-enverhaal", benadrukt CEO Filip Van Hool. "Macedonië pakt geen werk af van Koningshooikt. Integendeel, de beide fabrieken geven elkaar méér werk."