Door de overname van Cofely Data Solutions, een onderdeel van de nuts- en energiegroep Engie, heeft LCL heeft zijn eerste datacenter in Wallonië. Over heel België heeft het er vijf. Financiële details worden niet genoemd, maar CEO Laurens van Reijen heeft het over een significante investering. In de transactie is ook het aanpalende grote zonnepark inbegrepen.

LCL is een van de grootste onafhankelijke uitbaters van datacenters in België. Klanten huren er ruimte om servers te zetten, maar LCL is meer dan een loutere huisbaas. "Wij zorgen voor de hoogbeveiligde omgeving en een infrastructuur die voorzien is van noodzakelijke koeling, elektriciteit en netwerkconnectie met de buitenwereld. Onze klanten beheren zelf hun IT-infrastructuur. Dat geeft hun volledige flexibiliteit", zegt Van Reijen. "In onze business wordt nabijheid almaar belangrijker, omdat je de vertraging of latency dan zo beperkt mogelijk kunt houden. Netflix heeft daarom bijvoorbeeld een fijnmazig netwerk van servers om de beleving voor de kijker zo goed mogelijk te maken. We komen steeds meer in een situatie waar elke milliseconde telt - denk maar aan het mogelijk maken van zelfrijdende wagens."

"LCL had al een goed uitgebreid netwerk in Vlaanderen en Brussel, maar in Wallonië hadden we nog geen datacenter. Met de overname van Cofely Data Solutions hebben we een goede locatie bijgekregen, met veel uitbreidingsmogelijkheden en een groot zonnepark. Het datacenter kan daardoor grotendeels op rechtstreekse groene stroom draaien."

Amazon Web Services en andere grote publieke clouddiensten zijn aan een enorme opmars bezig, waardoor bedrijven zelf geen servers meer hoeven aankopen en installeren in een datacenter. Loont het dan nog om een extra datacenter te installeren?

LAURENS VAN REIJEN. "Absoluut, de meeste bedrijven willen een hybride verhaal. Een deel van hun diensten moeten draaien op eigen infrastructuur of dat van hun ICT-dienstenleverancier (die eigen datacenters hebben of datacenters gebruiken, zoals die van LCL, nvdr). Ze willen tegelijk kunnen gebruikmaken van de publieke clouddiensten. Vorig jaar hebben wij daarom mee geïnvesteerd om Equinex naar België te brengen. Zo kunnen vanuit België via één verbinding alle grote cloudproviders worden bereikt. We zagen de noodzaak van steeds snellere cloudverbindingen met klanten via hun eigen IT-infrastructuur en we hebben daar direct op ingespeeld. Met zulke klantgerichtheid willen we het verschil maken."

"Het leuke van onze business is dat ze al een paar keer totaal is veranderd. De eerste klanten waren webhosters, die bij ons servers plaatsten om de websites van hun klanten op te laten draaien. Daarna kwamen de telecomoperatoren, de systeemintegratoren, Netlog en andere contentproviders. Elke keer waren het nieuwe types van klanten. Ze hebben allemaal een datacenteromgeving nodig, maar ze hebben telkens ook nog specifieke behoeften. De afgelopen vijftien jaar groeiden we gemiddeld met 10 procent en ik zie ons nog snel verder blijven groeien. Door de komst van 5G en glasvezelverbindingen tot in de huiskamer zijn er weer nieuwe digitale toepassingen nodig, de publieke cloud is daar allerminst een bedreiging. Veel van die nieuwe diensten gaan ook nog een datacenter zoals het onze nodig hebben."

LCL telt 37 medewerkers en mikt voor dit jaar op een omzet van 15,5 miljoen euro. Dat is bijzonder efficiënt.

VAN REIJEN. "De investeringen, de capex, zijn veel groter dan de personeelskosten. Een datacenter alleen al, zonder de ICT-infrastructuur, kost gemakkelijker 10.000 euro per vierkante meter. Het is een heel gespecialiseerde business, zeker als je op de allerhoogste kwaliteitseisen mikt. En door schaalvoordelen te zoeken kun je nog meer expertise opbouwen. Daarom namen we vorig jaar ook al een datacenter van Atos in Huizingen over."

Wat was de impact van de coronacrisis?

VAN REIJEN. "Het was alle hens aan dek. Voor het massale thuiswerk moesten onze klanten hun ICT-infrastructuur gevoelig uitbreiden. Zij wilden heel veel extra routers en andere netwerkapparatuur in onze datacenters bij installeren om van een paar duizend naar tienduizenden thuiswerkers te kunnen gaan. Dat zorgde bij ons dan weer voor een enorme piek in het leggen van extra kabels in ons datacenter. Dat nemen wij voor onze rekening. De extra trafiek was goed op te vangen, onder meer omdat de Belgische telecomoperatoren voldoende capaciteit hadden."

"Door de crisis op de luchthaven van Zaventem hebben ook we iets gemakkelijker gespecialiseerd technisch personeel kunnen aanwerven, het voorbije jaar hebben we elke maand iemand aangeworven."

LCL focust op België. Droomt u niet van een internationale expansie ?

VAN REIJEN. "Ik denk dat het heel moeilijk is om tot een pan-Europese speler uit te groeien. Dat heeft dan weer als voordeel dat grote buitenlandse spelers moeilijk België binnen kunnen komen. Wij blijven ons richten op België en zijn van plan om hier nog sterk te groeien. Dat zal op alle domeinen zijn, zowel in oppervlakte, aantal en kwaliteit van onze medewerkers en ons klantenbestand. We hebben al de meeste datacenters in België, maar we willen ook de grootste worden in omzet en tegelijk onafhankelijk blijven."

Door de overname van Cofely Data Solutions, een onderdeel van de nuts- en energiegroep Engie, heeft LCL heeft zijn eerste datacenter in Wallonië. Over heel België heeft het er vijf. Financiële details worden niet genoemd, maar CEO Laurens van Reijen heeft het over een significante investering. In de transactie is ook het aanpalende grote zonnepark inbegrepen. LCL is een van de grootste onafhankelijke uitbaters van datacenters in België. Klanten huren er ruimte om servers te zetten, maar LCL is meer dan een loutere huisbaas. "Wij zorgen voor de hoogbeveiligde omgeving en een infrastructuur die voorzien is van noodzakelijke koeling, elektriciteit en netwerkconnectie met de buitenwereld. Onze klanten beheren zelf hun IT-infrastructuur. Dat geeft hun volledige flexibiliteit", zegt Van Reijen. "In onze business wordt nabijheid almaar belangrijker, omdat je de vertraging of latency dan zo beperkt mogelijk kunt houden. Netflix heeft daarom bijvoorbeeld een fijnmazig netwerk van servers om de beleving voor de kijker zo goed mogelijk te maken. We komen steeds meer in een situatie waar elke milliseconde telt - denk maar aan het mogelijk maken van zelfrijdende wagens.""LCL had al een goed uitgebreid netwerk in Vlaanderen en Brussel, maar in Wallonië hadden we nog geen datacenter. Met de overname van Cofely Data Solutions hebben we een goede locatie bijgekregen, met veel uitbreidingsmogelijkheden en een groot zonnepark. Het datacenter kan daardoor grotendeels op rechtstreekse groene stroom draaien."LAURENS VAN REIJEN. "Absoluut, de meeste bedrijven willen een hybride verhaal. Een deel van hun diensten moeten draaien op eigen infrastructuur of dat van hun ICT-dienstenleverancier (die eigen datacenters hebben of datacenters gebruiken, zoals die van LCL, nvdr). Ze willen tegelijk kunnen gebruikmaken van de publieke clouddiensten. Vorig jaar hebben wij daarom mee geïnvesteerd om Equinex naar België te brengen. Zo kunnen vanuit België via één verbinding alle grote cloudproviders worden bereikt. We zagen de noodzaak van steeds snellere cloudverbindingen met klanten via hun eigen IT-infrastructuur en we hebben daar direct op ingespeeld. Met zulke klantgerichtheid willen we het verschil maken.""Het leuke van onze business is dat ze al een paar keer totaal is veranderd. De eerste klanten waren webhosters, die bij ons servers plaatsten om de websites van hun klanten op te laten draaien. Daarna kwamen de telecomoperatoren, de systeemintegratoren, Netlog en andere contentproviders. Elke keer waren het nieuwe types van klanten. Ze hebben allemaal een datacenteromgeving nodig, maar ze hebben telkens ook nog specifieke behoeften. De afgelopen vijftien jaar groeiden we gemiddeld met 10 procent en ik zie ons nog snel verder blijven groeien. Door de komst van 5G en glasvezelverbindingen tot in de huiskamer zijn er weer nieuwe digitale toepassingen nodig, de publieke cloud is daar allerminst een bedreiging. Veel van die nieuwe diensten gaan ook nog een datacenter zoals het onze nodig hebben."VAN REIJEN. "De investeringen, de capex, zijn veel groter dan de personeelskosten. Een datacenter alleen al, zonder de ICT-infrastructuur, kost gemakkelijker 10.000 euro per vierkante meter. Het is een heel gespecialiseerde business, zeker als je op de allerhoogste kwaliteitseisen mikt. En door schaalvoordelen te zoeken kun je nog meer expertise opbouwen. Daarom namen we vorig jaar ook al een datacenter van Atos in Huizingen over."VAN REIJEN. "Het was alle hens aan dek. Voor het massale thuiswerk moesten onze klanten hun ICT-infrastructuur gevoelig uitbreiden. Zij wilden heel veel extra routers en andere netwerkapparatuur in onze datacenters bij installeren om van een paar duizend naar tienduizenden thuiswerkers te kunnen gaan. Dat zorgde bij ons dan weer voor een enorme piek in het leggen van extra kabels in ons datacenter. Dat nemen wij voor onze rekening. De extra trafiek was goed op te vangen, onder meer omdat de Belgische telecomoperatoren voldoende capaciteit hadden.""Door de crisis op de luchthaven van Zaventem hebben ook we iets gemakkelijker gespecialiseerd technisch personeel kunnen aanwerven, het voorbije jaar hebben we elke maand iemand aangeworven."VAN REIJEN. "Ik denk dat het heel moeilijk is om tot een pan-Europese speler uit te groeien. Dat heeft dan weer als voordeel dat grote buitenlandse spelers moeilijk België binnen kunnen komen. Wij blijven ons richten op België en zijn van plan om hier nog sterk te groeien. Dat zal op alle domeinen zijn, zowel in oppervlakte, aantal en kwaliteit van onze medewerkers en ons klantenbestand. We hebben al de meeste datacenters in België, maar we willen ook de grootste worden in omzet en tegelijk onafhankelijk blijven."