Begin april werd de wereld van de topverdieners opgeschrikt door een actie van dertien stafmedewerkers van Goldman Sachs. Ze bootsten een powerpointpresentatie na en stuurden die naar hun topmanagement. Het onderwerp: het aantal uren dat ze moesten werken en de onmenselijke omstandigheden waarin ze moesten functioneren. Gemiddeld werkten ze 95 uur per week en ze werden wel eens in het publiek vernederd. De directie was zich scherp bewust van de kans op een burn-out en bezorgde hen een fruitkorf.

Als het gemiddelde 95 uur is, zijn er individuen die nog langer werken. Laten we er gemakshalve van uitgaan dat veel medewerkers 100 uur per week werken. Dat is 14 uur per dag, zeven dagen per week. Zowat het aantal uren dat mijn grootmoeder elke dag voor haar gezin aan de slag was. Toen ze 65 werd, zei ze laconiek: "Een moeder gaat nooit met pensioen." Waarop mijn grootvader knikte en vroeg wanneer het avondeten klaar was.

Ik vind records van lange werkweken best boeiend. Elon Musk doet zijn best - tussen twee stommiteiten door, wellicht het gevolg van te weinig te slapen - om het record op zijn naam te krijgen. Weet u nog: " Greed is good", uit de film Wall Street, waarvan de hoofdfiguur gebaseerd is op een kompaan van Michael Milken, de koning van de rommelobligaties, die werd aangeklaagd door... Rudy Guiliani? Milkens werkdag begon om halfzes en hij bleef vaak tot na middernacht. Hij werkte met drie ploegen secretaresses. Het was niet ongewoon dat hij een afspraak vastlegde om halfvijf op zondagochtend.

Lange werkuren leiden niet tot een burn-out.

Lange werkuren leiden niet tot een burn-out, hoogstens tot vermoeidheid. Een rekensom wijst uit dat als je zeven uur per nacht slaapt en een uur vrij neemt voor persoonlijke verzorging, je 112 uur per week kunt werken. Mijn grootmoeder haalde dat niet, want ze ging elke dag naar de mis en kaartte op zondag. Als kind heb ik nooit geweten hoe ze haar leven echt beleefde. Maar een burn-out? Daar werd zelfs niet over gefluisterd.

Lange werkuren op zich zijn zelden het probleem. Kunstenaars, wetenschappers, duursporters en zelfstandigen doen vaak belachelijk lange uren. Als ze een beetje opletten, zijn de enige slachtoffers zij die met hen samenleven en hopen op wat menselijke warmte. Autonomie is het codewoord. Dagenlang door de jungle trekken is hard werk, maar voor velen lijkt het vakantie. De klacht van de jongens en meisjes van Goldman Sachs gaat dus vooral over de prestatiedruk en het gebrek aan autonomie.

Onlangs maakte ik een lange wandeling van Oostende tot Lombardsijde. Overal bouwwerven. Wat viel me het meest op? Hoe hard die bouwvakkers werkten. Nergens ook maar het minste spoor van als-ik-ooit-eens-vijf-minuten-tijd-heb. De werkdruk is hoog, de vrijheid beperkt, de opvolgingssystemen efficiënt. Je kunt alleen maar hopen dat die bouwvakkers na 38 uur gespannen werk hun veerkracht kunnen opbouwen buiten het werk. Dat is niet zeker. Want een burn-out loert zelfs bij leerkrachten met een parttimeopdracht. Het is niet alleen eenzaam aan de top, maar ook in de klas.

Heb ik medelijden met de sukkels van Goldman Sachs? Als mens wel natuurlijk, want ze brengen zoveel jaren door in een koud, inhumaan systeem. Ze kiezen er wel voor. Maar soms moeten mensen worden beschermd tegen hun keuzes. Niet met een fruitkorf, maar door de absurd hoge lonen aan banden te leggen die je nog altijd kunt verdienen in een sector die bitter weinig met de economie te maken heeft, maar alles met slim zijn in een financieel systeem. Dat systeem is er vooral op gericht om altijd maar meer geld te laten afvloeien naar wie er al veel heeft. Wie dat systeem wil dienen, moet niet rekenen op mijn medelijden, een waarde waarvoor geen plaats is in die koude systemen. Hoogstens op een fruitkorf. Die worden vaak met veel winst verkocht, vooral in de buurt van ziekenhuizen.

Begin april werd de wereld van de topverdieners opgeschrikt door een actie van dertien stafmedewerkers van Goldman Sachs. Ze bootsten een powerpointpresentatie na en stuurden die naar hun topmanagement. Het onderwerp: het aantal uren dat ze moesten werken en de onmenselijke omstandigheden waarin ze moesten functioneren. Gemiddeld werkten ze 95 uur per week en ze werden wel eens in het publiek vernederd. De directie was zich scherp bewust van de kans op een burn-out en bezorgde hen een fruitkorf. Als het gemiddelde 95 uur is, zijn er individuen die nog langer werken. Laten we er gemakshalve van uitgaan dat veel medewerkers 100 uur per week werken. Dat is 14 uur per dag, zeven dagen per week. Zowat het aantal uren dat mijn grootmoeder elke dag voor haar gezin aan de slag was. Toen ze 65 werd, zei ze laconiek: "Een moeder gaat nooit met pensioen." Waarop mijn grootvader knikte en vroeg wanneer het avondeten klaar was. Ik vind records van lange werkweken best boeiend. Elon Musk doet zijn best - tussen twee stommiteiten door, wellicht het gevolg van te weinig te slapen - om het record op zijn naam te krijgen. Weet u nog: " Greed is good", uit de film Wall Street, waarvan de hoofdfiguur gebaseerd is op een kompaan van Michael Milken, de koning van de rommelobligaties, die werd aangeklaagd door... Rudy Guiliani? Milkens werkdag begon om halfzes en hij bleef vaak tot na middernacht. Hij werkte met drie ploegen secretaresses. Het was niet ongewoon dat hij een afspraak vastlegde om halfvijf op zondagochtend. Lange werkuren leiden niet tot een burn-out, hoogstens tot vermoeidheid. Een rekensom wijst uit dat als je zeven uur per nacht slaapt en een uur vrij neemt voor persoonlijke verzorging, je 112 uur per week kunt werken. Mijn grootmoeder haalde dat niet, want ze ging elke dag naar de mis en kaartte op zondag. Als kind heb ik nooit geweten hoe ze haar leven echt beleefde. Maar een burn-out? Daar werd zelfs niet over gefluisterd. Lange werkuren op zich zijn zelden het probleem. Kunstenaars, wetenschappers, duursporters en zelfstandigen doen vaak belachelijk lange uren. Als ze een beetje opletten, zijn de enige slachtoffers zij die met hen samenleven en hopen op wat menselijke warmte. Autonomie is het codewoord. Dagenlang door de jungle trekken is hard werk, maar voor velen lijkt het vakantie. De klacht van de jongens en meisjes van Goldman Sachs gaat dus vooral over de prestatiedruk en het gebrek aan autonomie. Onlangs maakte ik een lange wandeling van Oostende tot Lombardsijde. Overal bouwwerven. Wat viel me het meest op? Hoe hard die bouwvakkers werkten. Nergens ook maar het minste spoor van als-ik-ooit-eens-vijf-minuten-tijd-heb. De werkdruk is hoog, de vrijheid beperkt, de opvolgingssystemen efficiënt. Je kunt alleen maar hopen dat die bouwvakkers na 38 uur gespannen werk hun veerkracht kunnen opbouwen buiten het werk. Dat is niet zeker. Want een burn-out loert zelfs bij leerkrachten met een parttimeopdracht. Het is niet alleen eenzaam aan de top, maar ook in de klas. Heb ik medelijden met de sukkels van Goldman Sachs? Als mens wel natuurlijk, want ze brengen zoveel jaren door in een koud, inhumaan systeem. Ze kiezen er wel voor. Maar soms moeten mensen worden beschermd tegen hun keuzes. Niet met een fruitkorf, maar door de absurd hoge lonen aan banden te leggen die je nog altijd kunt verdienen in een sector die bitter weinig met de economie te maken heeft, maar alles met slim zijn in een financieel systeem. Dat systeem is er vooral op gericht om altijd maar meer geld te laten afvloeien naar wie er al veel heeft. Wie dat systeem wil dienen, moet niet rekenen op mijn medelijden, een waarde waarvoor geen plaats is in die koude systemen. Hoogstens op een fruitkorf. Die worden vaak met veel winst verkocht, vooral in de buurt van ziekenhuizen.