We worden overspoeld met euforische berichten over de daling van het aantal faillissementen. Van jaarlijks 14.000 vijf jaar geleden naar minder dan 10.000 nu. Schitterend, zeggen alle politici en commentatoren in koor. Ik wil graag een paar kanttekeningen plaatsen bij die euforie. Een van de belangrijkste redenen waarom bepaalde bedrijven er het bijltje niet bij neerleggen, is de historisch uiterst lage rente. Daardoor blijven lamme eenden overeind en wordt de marktzuiverende werking verlamd.

Het worden zombies, bedrijven die financieel niet levensvatbaar zijn. Technisch worden ze gedefinieerd op basis van het intrestdekkingspercentage. Het zijn bedrijven waarvan gedurende drie opeenvolgende jaren de operationele winsten niet volstaan om de financiële lasten (intresten) te betalen.

Wat is daar mis mee, kan een kritische lezer opmerken, dat die bedrijven puur in overlevingsmodus voortwerken? Wel, die zombies slorpen heel wat middelen op. Kapitaal dat wordt geïnvesteerd in die bedrijven wordt dus onttrokken aan de productieve economie. Hetzelfde geldt voor arbeidskrachten: heel wat bedrijven vinden nauwelijks gekwalificeerde mensen, terwijl er heel wat 'vastzitten' in zombiebedrijven. Door die twee factoren wegen de zombiebedrijven op de productiviteit van de regio. Als het aantal zombies stijgt met 3,5 procent - wat in Europa tussen 2005 en 2015 het geval was - dan daalt de productiviteit van de regio met 1,2 procent.

Een vorm van euthanasie op deze zombies zou een helend effect hebben op de economie. Om te overleven werken ze met vrij lage marges waardoor ze de normale werking van de markt fnuiken en aan oneerlijke concurrentie doen ten aanzien van de gezondere, meer productieve bedrijven. Zombies, met hun lagere productiviteit, verhinderen de concurrentie onder meer door te lage marges, te hoge lonen in verhouding tot de productiviteit en het behoud van minder productieve arbeidskrachten, vaak via loonsubsidies. De gezonde bedrijven moeten met hun schaarse middelen concurreren met inefficiënte bedrijven in een vaak verzadigde markt. Voor de gezondheid van de economie zou het beter zijn dat ze overgaan tot liquidatie. Jospeh Schumpeter stelde het al honderd jaar geleden. Creatieve destructie is noodzakelijk voor een gezonde economie. Afbouw van het bestaande en opbouw van het nieuwe is de bron van innovatie. Langs de kant van de oprichtingen doen we het vrij goed, maar het destructieproces is de zwakke schakel.

Kunnen we niet beter een euthanasiebeleid voeren voor zombiebedrijven?

Als die zombies zo schadelijk zijn voor de economie, waarom houden we ze dan in leven? Dat komt door een mengeling van krachten. Eerst en vooral hebben de banken liever een openstaand krediet in de boeken staan dan een afgeschreven lening. Mochten alle zombies failliet verklaard worden, zouden de boekhoudkundige verliezen van de banken zwaar stijgen. Onderzoek van de de OESO toonde trouwens aan dat minder solvabele banken meer zombiekredieten hebben. Daarnaast probeert de overheid, omwille van de werkgelegenheid, de zombies zo lang mogelijk in leven te houden met een creatief instrumentarium gaande van subsidies over achtergestelde lenigen tot overheidsopdrachten. Ook de vakbonden eisen om dezelfde reden dat de zombie zo lang mogelijk verder wankelt. En vooral in familiebedrijven maakt het stigma dat nog altijd kleeft aan een faillissement dat een pijnlijke beslissing zo lang mogelijk wordt uitgesteld.

België telt naar schatting 60.000 zombiebedrijven. Zes keer meer dus dan het aantal bedrijven dat jaarlijks op de fles gaat. Een op de zeven Belgen werkt voor een zombie; alleen in Spanje is dat nog meer. 15 procent van het kapitaal dient ter financiering van zombies; alleen in Italië is dat bedrag nog hoger. Moeten wij een stijging van de rente afwachten om de markt te zuiveren? Kunnen we niet beter een proactief euthanasiebeleid voeren voor bedrijven zonder toekomst?