Met de opening van een hoogtechnologisch distributiecentrum van PostNL in Willebroek tonen onze noorderburen maar weer eens de richting waarin onze economie zal evolueren. Het is een nieuwe wake-upcall die in volle coronacrisis oorverdovend klinkt. In België hebben we geen miljardenplannen nodig, maar wel een nieuwe manier van ondernemen.

De coronacrisis schudt onze economie grondig door elkaar. Maar ondanks de vaak sombere berichten en vooruitzichten zijn er bij ons thuis ook zaken waaraan we ons kunnen optrekken. Een daarvan is het dagelijkse bezoek van de pakjeskoerier.

De leveringen aan huis tieren welig. Een kort overzicht van wat wij de voorbije week mochten verwelkomen: een fietscomputer, een ruiker bloemen, een iPhone-kabeltje, een barbecue, een T-shirt om een studentencafé te steunen, korte broeken, omdat de zon overdag al stevig schijnt, en een sweater, omdat het 's avonds toch nog snel koud wordt op het terras.

Er ontstaat ook een nieuwe etiquette. Toen een paar dagen geleden de koerier bij ons arriveerde, liep een van mijn zonen enthousiast naar buiten. Dat werd niet geapprecieerd. Want in de regel belt de koerier aan, zet hij het pakje snel op de grond en loopt hij terug naar zijn bestelwagen. Tekenen voor ontvangst hoeft niet meer. Het internetdeel van de anderhalvemetereconomie loopt als een tierelier.

Meer dan ooit is het belangrijk de lokale bedrijven en ondernemers te steunen. Daarom shopt ons gezin niet bij Amazon of Alibaba. We zoeken ons heil op de webshops van plaatselijke winkels. Maar ondanks de inspanningen die we doen om lokaal te consumeren, moet het gezegd: de Belgische economie profiteert te weinig van de exploderende e-commerce. Dat andere landen beter bij de pinken zijn, bewijst de komst van PostNL naar Willebroek.

Komst van PostNL is nieuwe wake-upcall.

Het internet is de levenslijn voor mensen die willen blijven consumeren in coronatijden. Er zijn echter twee redenen waarom de vermaledijde b igtechbedrijven ons de kaas van de boterham eten: we hebben onvoldoende lokale maakindustrie en sommige lokale handelszaken hebben geen mooie webshops met handige levering. Samengevat: de vraag is groot, maar het lokale aanbod schiet tekort.

In Frankrijk speelt zich een trieste machtsstrijd af tussen Amazon en de vakbonden. Na het uitbreken van de coronacrisis in maart werden de Franse handelszaken verplicht gesloten. De Amazon-verkoop schoot de lucht in. De vakbonden stuurden vervolgens de arbeidsinspectie naar Amazon en het Franse gerecht verbood de techreus nog langer niet-essentiële producten via het internet te verkopen, op straffe van een boete van 1 miljoen euro per dag. Amazon sloot daarop al zijn Franse magazijnen en het ging in beroep tegen de rechterlijke beslissing. Bovendien strooide het zout in de wonde door zijn 10.000 Franse werknemers gewoon door te betalen, en Frankrijk beperkt en met vertraging te beleveren vanuit zijn Italiaanse magazijnen. President Emmanuel Macron, die het openingslint van de Amazon-magazijnen doorknipte, weet zich even geen houding aan te meten. En dat net op het moment dat een duidelijke politieke visie op e-commerce in Europa zo broodnodig is.

Ook in België is het hoog tijd voor een nieuwe economie. We hebben moderne en op de toekomst gerichte bedrijven nodig die uitblinken in technologische innovatie. We hebben bedrijven nodig die niet bang zijn van het internet, maar mooie en efficiënte webshops bouwen, met jonge Belgische ontwikkelaars. We hebben Belgische pakjesleveranciers nodig, zodat we ook daar niet afhankelijk worden van het buitenland.

De tijd van excuses is voorbij. Het ogenblik is aangebroken voor een fundamentele omwenteling van het Belgische productie- en distributieapparaat. Laat ons er allemaal samen voor gaan. Dan mogen Jeff Bezos en Jack Ma er straks naar komen kijken.

Met de opening van een hoogtechnologisch distributiecentrum van PostNL in Willebroek tonen onze noorderburen maar weer eens de richting waarin onze economie zal evolueren. Het is een nieuwe wake-upcall die in volle coronacrisis oorverdovend klinkt. In België hebben we geen miljardenplannen nodig, maar wel een nieuwe manier van ondernemen. De coronacrisis schudt onze economie grondig door elkaar. Maar ondanks de vaak sombere berichten en vooruitzichten zijn er bij ons thuis ook zaken waaraan we ons kunnen optrekken. Een daarvan is het dagelijkse bezoek van de pakjeskoerier. De leveringen aan huis tieren welig. Een kort overzicht van wat wij de voorbije week mochten verwelkomen: een fietscomputer, een ruiker bloemen, een iPhone-kabeltje, een barbecue, een T-shirt om een studentencafé te steunen, korte broeken, omdat de zon overdag al stevig schijnt, en een sweater, omdat het 's avonds toch nog snel koud wordt op het terras. Er ontstaat ook een nieuwe etiquette. Toen een paar dagen geleden de koerier bij ons arriveerde, liep een van mijn zonen enthousiast naar buiten. Dat werd niet geapprecieerd. Want in de regel belt de koerier aan, zet hij het pakje snel op de grond en loopt hij terug naar zijn bestelwagen. Tekenen voor ontvangst hoeft niet meer. Het internetdeel van de anderhalvemetereconomie loopt als een tierelier. Meer dan ooit is het belangrijk de lokale bedrijven en ondernemers te steunen. Daarom shopt ons gezin niet bij Amazon of Alibaba. We zoeken ons heil op de webshops van plaatselijke winkels. Maar ondanks de inspanningen die we doen om lokaal te consumeren, moet het gezegd: de Belgische economie profiteert te weinig van de exploderende e-commerce. Dat andere landen beter bij de pinken zijn, bewijst de komst van PostNL naar Willebroek.Het internet is de levenslijn voor mensen die willen blijven consumeren in coronatijden. Er zijn echter twee redenen waarom de vermaledijde b igtechbedrijven ons de kaas van de boterham eten: we hebben onvoldoende lokale maakindustrie en sommige lokale handelszaken hebben geen mooie webshops met handige levering. Samengevat: de vraag is groot, maar het lokale aanbod schiet tekort. In Frankrijk speelt zich een trieste machtsstrijd af tussen Amazon en de vakbonden. Na het uitbreken van de coronacrisis in maart werden de Franse handelszaken verplicht gesloten. De Amazon-verkoop schoot de lucht in. De vakbonden stuurden vervolgens de arbeidsinspectie naar Amazon en het Franse gerecht verbood de techreus nog langer niet-essentiële producten via het internet te verkopen, op straffe van een boete van 1 miljoen euro per dag. Amazon sloot daarop al zijn Franse magazijnen en het ging in beroep tegen de rechterlijke beslissing. Bovendien strooide het zout in de wonde door zijn 10.000 Franse werknemers gewoon door te betalen, en Frankrijk beperkt en met vertraging te beleveren vanuit zijn Italiaanse magazijnen. President Emmanuel Macron, die het openingslint van de Amazon-magazijnen doorknipte, weet zich even geen houding aan te meten. En dat net op het moment dat een duidelijke politieke visie op e-commerce in Europa zo broodnodig is. Ook in België is het hoog tijd voor een nieuwe economie. We hebben moderne en op de toekomst gerichte bedrijven nodig die uitblinken in technologische innovatie. We hebben bedrijven nodig die niet bang zijn van het internet, maar mooie en efficiënte webshops bouwen, met jonge Belgische ontwikkelaars. We hebben Belgische pakjesleveranciers nodig, zodat we ook daar niet afhankelijk worden van het buitenland.De tijd van excuses is voorbij. Het ogenblik is aangebroken voor een fundamentele omwenteling van het Belgische productie- en distributieapparaat. Laat ons er allemaal samen voor gaan. Dan mogen Jeff Bezos en Jack Ma er straks naar komen kijken.