Katrin Geyskens koos voor een diploma handelsingenieur, omdat ze zich nog niet al te hard wilde specialiseren. De eerste jaren van haar carrière waren dan ook heel divers: van vermogensbeheerder bij Cera Bank (nu KBC) tot het inspecteren van een platinummijn in Zuid-Afrika. Misschien was ze nog lang consultant bij A.T. Kearney gebleven, als de dotcombubbel zich niet had aangediend. "Eind jaren negentig regende het beursgangen in de dotcomsector", zegt Geyskens. "Enkele collega's en ik hadden ook een idee. We dachten dat we hoe dan ook zouden slagen. Als consultant waren we immers van alle markten thuis. In realiteit hebben we misschien vooral alles dood geanalyseerd, zoals het consultants betaamt ( glimlacht). Voor de fondsenwerving van die start-up kwam ik in contact met Jos Peeters, die toen met Quest For Growth en Capricorn een van de weinige techinvesteerders in België was. Toen hij hoorde van de implosie van ons bedrijf, vroeg hij of ik niet aan boord wilde komen als investeringsmanager. Ik heb niet lang getwijfeld."
...

Katrin Geyskens koos voor een diploma handelsingenieur, omdat ze zich nog niet al te hard wilde specialiseren. De eerste jaren van haar carrière waren dan ook heel divers: van vermogensbeheerder bij Cera Bank (nu KBC) tot het inspecteren van een platinummijn in Zuid-Afrika. Misschien was ze nog lang consultant bij A.T. Kearney gebleven, als de dotcombubbel zich niet had aangediend. "Eind jaren negentig regende het beursgangen in de dotcomsector", zegt Geyskens. "Enkele collega's en ik hadden ook een idee. We dachten dat we hoe dan ook zouden slagen. Als consultant waren we immers van alle markten thuis. In realiteit hebben we misschien vooral alles dood geanalyseerd, zoals het consultants betaamt ( glimlacht). Voor de fondsenwerving van die start-up kwam ik in contact met Jos Peeters, die toen met Quest For Growth en Capricorn een van de weinige techinvesteerders in België was. Toen hij hoorde van de implosie van ons bedrijf, vroeg hij of ik niet aan boord wilde komen als investeringsmanager. Ik heb niet lang getwijfeld."U bent er nu partner. KATRIN GEYSKENS. "Ik werk al bijna twintig jaar voor Capricorn. Toen ik er begon, was het nog een relatief kleine fondsenbeheerder. Nu beheren we een half miljard euro, deels onder het merk Quest for Growth, dat focust op groene technologie en beursgenoteerde aandelen. De durfkapitaaltak van Capricorn Partners heeft drie fondsen die nog nieuwe investeringen doen in duurzame chemie, China en digitalisering. Ik beheer dat laatste fonds: het Digital Growth Fund. "Daarvoor is nu 55 miljoen euro toegezegd. We mikken op 80 à 100 miljoen. We investeren in bedrijven die met data toegevoegde waarde creëren. De gezondheidszorg en de industrie zijn een belangrijke focus, maar het kan ook gaan om het digitaliseren van algemene businessprocessen. Het is het vervolgfonds van het Capricorn ICT-fonds. Dat zal zeker een mooi resultaat opleveren. Er zitten nog negen bedrijven in het fonds en we hebben al drie mooie exits gehad, waaronder het Belgische Cartagenia (software voor genetische laboratoria, nvdr). Dat is verkocht aan Agilent." Niet elke investering levert een mooie return op. GEYSKENS. "We hebben het intern soms over adventure capital. Een goede investeerder moet altijd de balans vinden tussen eeuwig optimisme en realisme. Als je je altijd laat tegenhouden door mogelijke problemen, neem je geen risico's. Je mag je natuurlijk niks laten wijsmaken. In deze baan moet je een lage tolerantie hebben voor bullshit en arrogantie aan de overkant van de tafel. Dat komt wel zelden voor."Werken met durfkapitaal is de mooiste baan ter wereld. Je werkt altijd met gepassioneerde ondernemers die iets willen veranderen of een innovatie in de markt willen zetten. Wij staan hen bij, we zitten niet zelf aan het stuur. Dat moet je vermijden. Ik zie ons als een kompas: we denken mee na over de richting." U bent een van de weinige vrouwen met een topfunctie in het Belgische durfkapitaal. GEYSKENS. "Er is geen enkele reden waarom vrouwen in deze branche minder goed zouden zijn dan mannen. De laatste jaren beginnen gelukkig veel meer vrouwen in durfkapitaal, onder meer door de grotere focus op gezondheidszorg en biotech. Twintig jaar geleden was ik nog de grote uitzondering. Soms was dat een voordeel: ik viel op. Ik werd altijd vriendelijk behandeld, maar ik heb al te vaak meegemaakt dat mannen zich op een conferentie naar elkaar toedraaiden en onderling verder praatten. Er is maar één oplossing: blijven staan, meepraten en goed voorbereid zijn. "Ik wens mijn vrouwelijke collega's wel het zelfvertrouwen van Pippi Langkous toe. Haar motto is: 'Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan.' Zo durven mijn mannelijke collega's langer bij hun standpunt te blijven, wanneer ze aangesproken worden op de risico's van hun investeringsdossier. In een goed dossier mag je je niet laten doen. "Ook bij de ondernemers kan de instroom van vrouwen veel beter. Met ongeveer één op de tien vrouwelijke oprichters in onze portefeuille doen we het beter dan de rest van de sector, maar het blijft een aandachtspunt. Ik ben een koele minnaar van quota. Fondsen die exclusief geleid worden door vrouwen of focussen op vrouwelijke ondernemers vind ik mooie initiatieven, maar dat kan als een boemerang terugkomen als er eens iets mislukt." Er zijn nu veel meer fondsen dan vroeger. Moet u harder vechten voor investeringen? GEYSKENS. "We hebben het voorbije jaar duizend businessplannen bekeken, en we hebben in drie bedrijven geïnvesteerd. We bakenen onze niche goed af en zijn niet bang om vroeg te investeren in bedrijven die heel technologisch gefocust zijn. We investeren niet in, pakweg, een webshop. We willen wel als een natuurlijke partner voor gezondheidszorg en industrie worden gezien. De bedrijven waarin we investeerden, zijn het beste visitekaartje. Techondernemers doen ook hun huiswerk en informeren zich meestal bij de oprichters van die bedrijven. Dat is heel belangrijk. Je zit voor een aantal jaar samen in de boot. Er zijn al heel goede boeken over durfkapitaal geschreven, maar er is geen draaiboek waarmee je alle hobbels op de weg kunt ontwijken. De problemen kunnen gaan van een fabriek die afbrandt, over oprichters die niet meer samen door één deur kunnen, tot een groei die al het werkkapitaal opslorpt. Dan moet je soms mee in de modder ploeteren." De meeste fondsen stappen relatief snel weer uit een bedrijf. GEYSKENS. "Een toffe, spannende investering trekt vaak de aandacht, maar een fonds is een veel langer proces dan je zou denken. Je moet het eerst opbouwen en investeerders zoeken, daarna moet je je portefeuille samenstellen. Daar kruipt gemakkelijk tien jaar in. Soms heb je een gelukstreffer, maar het is vooral hard werken. Je doorzettingsvermogen bepaalt je carrière in het durfkapitaal. In deze sector groei je niet automatisch door. Je moet zelf je weg zoeken en kunnen leven met onzekerheid. Het risico op een mislukte investering kun je nooit uitsluiten." Hoe gaat u om met de stress? GEYSKENS. "Ik krijg meestal veel positieve energie, maar het blijft inderdaad stresserend. Dit blijft een peoplebusiness, ondanks alle analyses en technologie. Met een mooie spreadsheet kun je alles bewijzen of voorspellen, maar dat is geen garantie op succes. We investeren niet alleen in een businessplan, maar ook in personen. Dat vind ik net zo uitdagend. "Een deel van de stress van de bedrijven komt ook bij ons terecht. Ondernemers werken zo hard om bijvoorbeeld contracten rond te krijgen, die ze zo hard nodig hebben. Ik wil dan een baken van kalmte zijn. Ik probeer hen ook te helpen door bijvoorbeeld een potentiële klant te garanderen dat er een sterke investeerder achter het bedrijf staat. Het geld en de tijd zijn niet oneindig, maar een investeerder moet ook in moeilijke tijden achter zijn bedrijven willen staan."