Een klein jaar geleden verwierf techondernemer en investeerder Jürgen Ingels een grote collectie ruimtevaartreplica's, waarvan de meeste op ware grootte zijn. Er waren achttien tientonners nodig om de collectie in België te krijgen. "De gevechten met de douane waren episch", zegt Jürgen Ingels. "Enkele stukken lijken zo echt dat de douane de vrachtwagens van boven tot beneden heeft uitgeladen om te kijken wat dat allemaal was."
...

Een klein jaar geleden verwierf techondernemer en investeerder Jürgen Ingels een grote collectie ruimtevaartreplica's, waarvan de meeste op ware grootte zijn. Er waren achttien tientonners nodig om de collectie in België te krijgen. "De gevechten met de douane waren episch", zegt Jürgen Ingels. "Enkele stukken lijken zo echt dat de douane de vrachtwagens van boven tot beneden heeft uitgeladen om te kijken wat dat allemaal was." Lees verder onder de video (reportage Kanaal Z)Dat de toestellen zo realistisch zijn nagebouwd volgens de originele plannen van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, maakt de replica's uniek. In de Verenigde Staten zijn nog zulke replica's te vinden, maar in Europa zijn ze zeldzaam. Ingels organiseert een tentoonstelling met zijn nieuwe collectie. Space ¬ The Human Quest opende op 23 april in Antwerpen en loopt zes maanden. Ingels' collectie wordt aangevuld met objecten van Belgische ruimtevaarders, informatie over technologie die zijn oorsprong vindt in de ruimtevaart en historische documenten. Beleving staat centraal. Bezoekers kunnen een ruimtetuig laten aandokken aan een ruimtestation of de planeet Mars ontdekken. Er is ook een aanbod voor bedrijven. Ingels' favoriete stukken in de tentoonstelling zijn de Amerikaanse Gemini- en Mercury-capsules uit de vorige eeuw: "De politieke omgeving had invloed op de manier waarop die dingen zijn gebouwd. Je kunt op de tentoonstelling zien hoe de Vostok van Joeri Gagarin eigenlijk een bol met een paar knopjes is. Hij kon de radio stiller of luider zetten en de ventilatie aanzetten, maar voor de rest werd alles gestuurd vanuit communistisch Rusland. Hij moest vooral dingen uitvoeren. De Mercury daarentegen zit vól knopjes. De Amerikaanse astronauten waren gevechtspiloten die volledige controle wilden over het toestel waarin ze zaten. Ze wilden zelf sturen." De rivaliteit tussen kosmonauten en astronauten was vooral pregnant toen de Sovjet-Unie en het Westen in de Koude Oorlog verwikkeld waren. Na de val van de Muur werkten de grootmachten samen. De oorlog in Oekraïne zet die samenwerking onder spanning. "De oorlog zal zeker een effect hebben", zegt Ingels. "Elk land begint zich nu veel meer de economische realiteit achter de ruimtevaart te realiseren. Het gaat om grondstoffen en data van satellieten. Niet voor niets investeert China nu heel hard in ruimtevaart. Concurrentie tussen landen is de beste manier om de dingen vooruit te duwen. Een gebrek aan concurrentie fnuikt de innovatie." Het belang van innovatie is het kruispunt waar Ingels' hobby en zijn professionele leven elkaar raken. Hij is een van 's lands actiefste en meest succesvolle investeerders in jonge techbedrijven, onder meer via zijn investeringsfonds Smartfin Capital. "Ruimtevaart is niet iets voor excentrieke rijken (zoals Elon Musk, Jeff Bezos of Richard Branson, nvdr), maar helpt de ontwikkeling van technologie vooruit. Projecten als naar de maan gaan vroeger of naar Mars gaan nu, brengen uitdagingen met zich waar je oplossingen voor moet bedenken. Hoe kweek je voedsel op Mars? Hoe maak je water? Hoe kun je op Mars een broeikaseffect creëren en een atmosfeer bouwen? Hoe gaan we om met de impact op het menselijk lichaam? Als je Mars een paar graden kunt opwarmen, kan het eigenlijk een beetje een tweede aarde worden. De research die nodig is om al die vragen te beantwoorden, zal leiden tot veel afgeleide producten die we ook in ons dagelijks leven zullen gebruiken. Dat was ook zo bij de race naar de Maan." Eén keer was er een directe link tussen Ingels' interesse voor ruimtevaart en Smartfin Capital. Het fonds investeerde in bekende groeibedrijven als Deliverect, Silverfin, Itineris en NG Data, maar bij de exits van het fonds prijkt naast UnifiedPost ook Newtec. Die Belgische specialist in satellietcommunicatietechnologie werd in 2019 voor 250 miljoen euro verkocht. "Ik had het geluk dat ik een jaar of drie in de raad van bestuur van Newtec kon zitten", zegt Jürgen Ingels. "Zeker in het Verenigd Koninkrijk ontstaan meer en meer fondsen die zich richten op ruimtevaart, maar ook meer mainstreamfondsen hebben interesse in het thema. Er zijn ook meer en meer ruimtevaartbedrijven. Ondernemers nemen met mij contact op over allerlei activiteiten ¬ van het ontginnen van planeten, over het opkuisen van ruimtepuin tot satellieten om de landbouw te verbeteren. België bokst boven zijn gewicht in de ruimtevaart. Het zwaartepunt ligt in Wallonië. We hebben enkele heel grote spelers als QinetiQ en Verhaert, en kleine bedrijven. Daarnaast zijn ondernemingen indirect bezig met ruimtevaart. Weinig mensen weten bijvoorbeeld dat Picanol de parachute geweven heeft voor de Marsverkenner." Zelf zou Jürgen Ingels ook wel eens een ruimtereis willen maken: "Ik zou het wel cool vinden de aarde vanuit de ruimte te zien, maar ik wil er geen miljoenen euro's aan uitgeven en mijn vrouw vindt de risico's nog te groot. Over vijf tot tien jaar wordt het betaalbaarder." In afwachting van een ruimtereis stortte Ingels zich op zijn tentoonstelling, met een collectie die hij haast toevallig verwierf. Een Fins bedrijf dat voor het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA een tentoonstelling had gebouwd om in Azië de ruimtevaart te promoten, ging failliet, waarna de curator de collectie besloot te veilen. Als een van de weinigen kwam dat Jürgen Ingels ter ore. "Mijn concurrenten waren enkele musea van overal ter wereld, maar zij zijn niet zo flexibel met hun budgetten", zegt de ondernemer over de veiling. "Ik had al twee keer mijn drempel verhoogd en net toen ik ermee ging stoppen, had ik plots het hele lot. De veiling heeft zes uur geduurd. Ik ben sinds mijn jeugd geïnteresseerd in ruimtevaart, mijn vader vertelde er altijd over. Ik begon toen ook handtekeningen en documenten te verzamelen." Ingels kreeg al vragen uit Monaco, Parijs, Singapore, Luxemburg en Luik om de tentoonstelling ook daar te organiseren, maar hij twijfelt. "Daarvoor zouden we weer een bedrijf moeten oprichten en dat was niet mijn bedoeling", zegt hij. "Mijn doel is mensen te inspireren. Mijn voorkeur gaat naar een permanent museum in België, waar je ook kunt tonen hoe groot of klein een ruimteschip is. Er is wel een museum in Wallonië, maar dat is enkel op beleving gericht. Een echt groot ruimtevaartmuseum is er in Europa niet. Waarom bouwen we niet zelf zo'n museum, waar we deze collectie kunnen aanvullen? Dan hebben we over vijftig of honderd jaar een van de grootste ruimtevaartmusea."