" To boldly go where no electronics have gone before." Jens Verbeeck parafraseert af en toe de catchphrase van de legendarische sciencefictionreeks Star Trek. "Zulke series doen je dromen. Als bedrijfsleider moet je een droom hebben en die willen realiseren. Alles wat een mens zich kon inbeelden, wordt stilaan realiteit."

Verbeeck en zijn partner, de Belgo-Chinese visionaire CTO Ying Cao, maken de leuze waar. De chips die ze maken, worden ingebouwd in robotten die op plaatsen komen die voor mensen niet toegankelijk zijn. Stoutmoedig zijn ze ook: "Wij willen een groot halfgeleiderbedrijf worden, à la Melexis. In vijf jaar willen we naar ongeveer 100 medewerkers, en in tien jaar naar 60 tot 100 miljoen euro omzet."

Dat is ambitieus voor een jong bedrijf, dat tien mensen tewerkstelt en dit jaar mikt op een omzet van meer dan een miljoen euro. Verbeeck: "Je mag niet bang zijn te falen. Valse bescheidenheid wordt gebruikt om je in te dekken als het fout loopt. Maar als je ambitieus bent, is het logisch dat je tegenslagen tegenkomt. Dat is niet erg. Daar leer je uit. We zullen weleens verkeerde beslissingen nemen of moeilijkheden ondervinden. Hoe je daarmee omgaat, maakt het verschil."

Bestand tegen hoge straling

Het bedrijf kan amper vier jaar na de opstart al mooie adelbrieven voorleggen. De Kempense onderneming was al actief op de site van de kernramp in het Japanse Fukushima, werkt voor ITER, een internationaal onderzoeksproject rond kernfusie, en heeft een voet tussen de deur bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Die kijkt met veel belangstelling naar de chips die het bedrijf maakt. Ze gaan 1000 keer langer mee dan de componenten die in de ruimtevaart en andere omgevingen met hoge straling worden gebruikt.

De twee oprichters leerden elkaar kennen toen ze samen aan hun doctoraat werkten op het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol. Verbeeck, een industrieel ingenieur elektronica-ontwerptechnieken, werkte een jaar bij Intersoft Electronics aan radarmeetoplossingen. Tot zijn voormalige professor, Paul Leroux, een doctoraatsstudent zocht voor onderzoek naar elektronica die tegen heel hoge straling bestand is. Dat project, LiDAR ( light detection and ranging), trok de aandacht van de gespecialiseerde industrie.

Cao en Verbeeck besloten samen door te gaan. Na een periode in een incubator van de KU Leuven richtten ze in augustus 2015 Magics Instruments op. Bij een eerste kapitaalverhoging pompten de KU Leuven, het SCK en Gemma-Frisius, het durfkapitaalfonds van de KU Leuven, 350.000 euro in het bedrijf.

Daar blijft het niet bij. Dit jaar is een nieuwe kapitaalronde gepland. "Tot nu toe financieren we alles uit onze omzet. Om sneller te groeien, willen we 2 tot 3 miljoen euro ophalen. Als alles volgens plan verloopt, zoeken we over een jaar of drie nog eens 10 miljoen, en over vijf jaar 30 miljoen euro." Daarbij wordt in de eerste plaats gekeken naar een industriële partner of een privé-investeerder.

Kernfusie

De eerste twee klanten waren IRID, een Japanse organisatie die is opgericht om de kerncentrale van Fukushima te ontmantelen, en ITER. Dat is een internationaal onderzoeksproject, dat in het Zuid-Franse Cadarache een onderzoeksreactor voor kernfusie van 16 miljard euro bouwt. "Via hen kwamen we in een wereldwijd ecosysteem van bedrijven terecht."

Het leidde ook tot een eerste buitenlandse dochter, die in Oxfordshire zal worden gevestigd. In die regio ligt Culham, het dorpje waar de Joint European Torus staat, de grootste onderzoeksreactor voor kernfusie ter wereld. "En passant anticiperen we op de brexit", grijnst Verbeeck.

Of kernfusie duurzame energiebevoorrading mogelijk zal maken, maar zonder de nadelen zoals het afval, blijft koffiedik kijken. Toch is er een wereldwijde miljardenindustrie rond ontstaan, waar robotten steeds meer autonoom moeten opereren. Dat geldt ook voor de ontmantelingssector: oude kerncentrales die uit dienst worden genomen en moeten worden ontmanteld.

Een andere logische afnemer is de ruimtevaart. Cao: "De grondstoffen op aarde zijn beperkt. Maar om de ruimte te verkennen, heb je robotten en sensoren nodig, die zelfstandig en met relatief weinig communicatie met de aarde blijven werken. Daarvoor ontwikkelen we artificiële intelligentie."

Grotere markten

Verbeeck en Cao kijken verder. "Onze innovaties trekken klanten aan die een antwoord zoeken op onopgeloste problemen, en die ons toelaten dingen uit te proberen. De nieuwe producten willen we aanpassen aan grotere markten, waar we lagere prijzen hanteren. De chips die we bouwen voor de ruimtevaart, kunnen we aanpassen voor toepassingen op aarde. De echte markt achter de ruimtevaart is de telecomsector, die steeds meer data via satelliet levert. Denk ook aan alle omgevingen waar het voor mensen gevaarlijk is: de chemische industrie of de offshore-industrie."

Ook houden ze een oogje open voor de concurrentie uit China of de Verenigde Staten. "Uiteraard zullen we concurrenten krijgen", zegt Cao. "Het is zaak hen voor te blijven. Als technologiebedrijf beelden we ons al in hoe de wereld er over drie tot vijf jaar uitziet. Artificiële intelligentie zal dan exploderen. We moeten daarvoor klaarstaan. Voor machine learning zitten we in een ecosysteem waarin we werken met de eindklanten. We weten zeer goed wat zij nodig hebben."

Ondanks de groeiplannen houden de twee ingenieurs de voeten op de grond. Ze zochten klankborden, in een raad van bestuur en een adviesraad. In de eerste zitten onder meer Paul Leroux en Michiel Steyaert (professoren elektrotechniek KU Leuven), Vincent Massaut (directeur business development SCK) en Peter Grognard (oprichter Septentrio en algemeen directeur Von Karman Institute). De adviesraad wordt bemand door onder meer Peter Berben (Engie), Steven Redant (imec) en Marian Verhelst (professor micro-elektronica KU Leuven).

"Het is geen toeval dat we een groot bedrijf willen opbouwen in de Kempen", zegt Verbeeck. "Hier is veel industrie gestopt, maar er gebeurt tegelijk enorm veel hoogstaand onderzoek en ontwikkeling bij Vito, het SCK en de Campus Geel van de KU Leuven. We kunnen van deze regio een echte technologiehub maken."

Nochtans had Magics ook niet kunnen hebben bestaan, weet Verbeeck. "Ying en ik hadden gewoon ons werk kunnen blijven doen. Wat me vooral heeft geïnspireerd, was de dood van mijn moeder, Inge Cuylits. Ze stierf op mijn 21ste. Ze stimuleerde me uitdagingen aan te gaan. Ook mijn grootmoeder, Rosa Broeckx, is een voorbeeld. Zij werkte bij Balmatt in een mannenwereld, en haar ondernemerschap en drive waren ongelooflijk. Het ergste wat je kan overkomen, is sterven. Al de rest zijn ervaringen en risico's. Die les wil ik doorgeven aan mijn drie kinderen: als je maar doorzet en keuzes maakt, kan alles."

JENS VERBEECK "De echte markt achter de ruimtevaart is de telecomsector, die steeds meer data via satelliet levert." © Debby Termonia