Hoewel hoofdrolspelers als Galapagos en argenx in België intussen ver buiten de biotechsector bekend zijn, doet de naam Genmab amper een belletje rinkelen. Nochtans zijn Genmab en zijn Nederlandse CEO Jan van de Winkel (58) een lichtend voorbeeld in de sector. Het bedrijf, dat focust op kankermedicijnen en sinds midden 2019 ook noteert op de Amerikaanse beurs Nasdaq, groeit als kool. Genmab heeft via zijn farmapartners twee kankermedicijnen op de markt gebracht, Darzalex en Arzerra, en strijkt daarvoor royalty's op van respectievelijk Janssen (J&J) en Novartis.
...

Hoewel hoofdrolspelers als Galapagos en argenx in België intussen ver buiten de biotechsector bekend zijn, doet de naam Genmab amper een belletje rinkelen. Nochtans zijn Genmab en zijn Nederlandse CEO Jan van de Winkel (58) een lichtend voorbeeld in de sector. Het bedrijf, dat focust op kankermedicijnen en sinds midden 2019 ook noteert op de Amerikaanse beurs Nasdaq, groeit als kool. Genmab heeft via zijn farmapartners twee kankermedicijnen op de markt gebracht, Darzalex en Arzerra, en strijkt daarvoor royalty's op van respectievelijk Janssen (J&J) en Novartis. Maar de ambitie is groter dan dat. Van de Winkel en Genmab willen ook op eigen houtje medicijnen verkopen. "Tegen 2025 heeft ons eigen product de behandeling van kanker getransformeerd en hebben we een pijplijn van antilichamen die je van je sokken zal blazen", stelt het jaarverslag. "Ik weiger tijd te verliezen door aan geneesmiddelen te werken die geen substantieel verschil kunnen maken voor patiënten", voegt Van de Winkel eraan toe. Hij wil zijn tijd ook liever niet meer verliezen aan de door sommige media aangezwengelde rivaliteit met Onno van de Stolpe, de CEO van Galapagos. Dat zette het voorbije jaar sensationele beursprestaties neer, waardoor het de kloof in beurswaarde met Genmab in sneltreinvaart heeft verkleind. Die wedijver, mede ontstaan door het vergelijkbare parcours en het Nederlandse tintje van Genmab en Galapagos, werd opgepookt door de openhartige commentaar van Van de Winkel over de deal die Van de Stolpe had gesloten met het Amerikaanse farmabedrijf Gilead. Van de Winkel vond dat Galapagos zich te afhankelijk maakte van Gilead. "Voor de duidelijkheid: Onno heeft een geweldige deal gesloten met Gilead. Bepaalde aspecten zou ik anders hebben gedaan, maar ik was wel een van de eersten om hem te feliciteren. Daar wil ik het liever bij laten. Ik focus liever op Genmab. We zijn overigens extreem goede vrienden." Het was vriendschappelijk jennen? JAN VAN DE WINKEL. "Ja. We hebben zo veel respect voor elkaar als persoon en als ondernemer, dat we dat soort dingen kunnen zeggen. We hebben er nadien om kunnen lachen. Over elke deal valt wel iets te zeggen. Ik zou het groot-ste vertrouwen hebben in de Amerikaanse markt. Maar misschien blijkt wel dat Onno het bij het rechte eind had." De essentie is dat u er beiden van overtuigd bent dat uw bedrijf zelfstandig moet doorgroeien. VAN DE WINKEL. "Mijn vorige bedrijf, Medarex, is in 2009 verkocht voor 2,4 miljard dollar, lang nadat ik met Genmab was begonnen. Veel aandeelhouders waren heel blij met de overnamepremie van 90 procent op de koers. Maar de twee voornaamste producten van Medarex zijn intussen wel ruim 50 miljard dollar waard. Die beleggers hadden dus een veel hogere premie kunnen krijgen, als ze hadden vastgehouden aan dat bedrijf. Ik vind dat een drama. Ook Genmab staat nog maar aan het begin. We hebben twee producten op de markt, waarvan de verwachting is dat er één snel een triple blockbuster (met een jaarlijkse omzet van 3 miljard dollar, nvdr) kan worden. Dat is al een onvoorstelbaar succes, maar de volgende generatie producten zal allicht nog vele malen beter zijn. Dus zou ik het een drama vinden als we zouden worden overgenomen." Maar zeg nooit nooit. VAN DE WINKEL. "Nee, en dat zeg ik er ook altijd bij. Je bent als publiek genoteerd biotechbedrijf nooit helemaal veilig. Uiteindelijk stemmen de aandeelhouders met hun aandelen. Ik kan maar één ding doen: heel duidelijk maken aan de buitenwereld dat we door zelfstandig te zijn veel meer waarde opbouwen voor de aandeelhouders, maar ook voor andere stakeholders als het personeel en de patiënten. Daar steek ik veel tijd in. Je ziet in biotech ook bijna nooit vijandige overnames. Ik ken er twee in al die jaren dat ik met biotech bezig ben. Meestal worden bedrijven overgenomen die willen worden overgenomen." Er zijn parallellen te trekken tussen u en Onno van de Stolpe: u bent landgenoten en timmert beiden al twintig jaar aan het bedrijf dat u zelf uit de grond hebt gestampt. VAN DE WINKEL. "We zijn bovendien allebei sterke karakters, die ook in moeilijke tijden durven vast te houden aan een doel en een lijn. We zijn ook heel erg goed in het overtuigen van mensen om ons te blijven steunen. Het is trouwens belangrijk dat we allebei al zo lang bij het bedrijf betrokken zijn. In biotech zijn er al zo veel variabele zaken, dat het goed is enkele stabiele factoren te hebben om zo'n bedrijf groot te maken." Soms kan je denken 'wat als?' Ooit lag de kans op tafel om Galapagos en Genmab te laten samensmelten. Zou het gewerkt hebben? VAN DE WINKEL. "Misschien wel, maar dat zou een veel breder georiënteerd en heel groot bedrijf hebben opgeleverd, niet noodzakelijk een beter bedrijf. Ik lees op vakantie graag managementboeken en biografieën van leiders. Dan stel je vast dat iconische bedrijven altijd vasthouden aan hun lijn. Ik betwijfel dus sterk of we even succesvol waren geweest, als dit een heel breed bedrijf was geworden." Er wordt weleens over gespeculeerd dat J&J, het bedrijf boven uw partner Janssen, Genmab zou willen overnemen. VAN DE WINKEL. "Natuurlijk is dat mogelijk, maar we blijven veel beter gewoon samenwerken. Janssen doet het fantastisch met Darzalex. De inkomsten daarvan kan ik investeren in producten die we zelf kunnen vasthouden en lanceren. Als de ene partij de andere overneemt, verlies je heel veel van de stimulerende cultuur die ons zo goed maakt." Ook het wedervaren van Ablynx bewijst volgens Van de Stolpe de gevaren van zo'n overname. VAN DE WINKEL. "Ik ken Edwin Moses (de voormalige CEO van Ablynx, nvdr) heel goed. In onze kleine sector komen mensen als Onno, Edwin, Tim en ik elkaar continu tegen. De ontmanteling van Ablynx was voorspeld en het is een onaantrekkelijk scenario. Heel veel mensen vertrekken er. Ik had Edwin daarvoor gewaarschuwd. Ik ben heel erg eerlijk in dat soort dingen. Het is mijn rol als voorman van Genmab continu naar de buitenwereld signalen uit te sturen dat onafhankelijkheid het beste scenario is." Tim Van Hauwermeiren, de CEO van argenx, is u dankbaar omdat u hem hebt geadviseerd Amerikaanse investeerders op te zoeken. VAN DE WINKEL. "Ik ben een grote fan van Tim. We proberen elkaar een aantal keer per jaar te spreken, en dan komen dat soort dingen ter sprake. Ik heb hem gezegd dat hij naar Amerika moest gaan om zijn bedrijf groter te maken. Dat heeft fabuleus goed gewerkt. De beursgang in Amerika heeft hem geholpen de volgende stap te doen. Ik denk dat hij zich heel erg heeft gespiegeld aan het succesverhaal van Genmab." Argenx groeit nog sneller dan Genmab en Galapagos. Wat als de leerling de meester overtreft? VAN DE WINKEL. "Dat zou ik geweldig vinden. Nu, sinds ik CEO ben geworden, is Genmab meer dan 3000 procent gegroeid. Ik geloof dat dat heel erg competitief is. Uiteindelijk komt het erop neer producten te creëren die het verschil maken voor patiënten. Als dat, zoals bij argenx, gepaard gaat met een sterke groei van het bedrijf en daarmee ook met het creëren van een goede toekomst voor de werknemers, ben ik de eerste om Tim daarmee te feliciteren." Welk advies geeft u aan Belgische biotechspelers? VAN DE WINKEL. "Ze moeten groot durven te denken. Dat ontbreekt vaak in Europa. Velen zijn veel te voorzichtig en te veel gericht op de korte termijn. Daarmee kom je niet ver in biotech. Het leven is te kort. Ondernemers in Vlaanderen moeten zich alleen maar richten op die producten die een substantiële verbetering kunnen bieden in de behandeling van bepaalde ziekten en zo een enorm verschil kunnen maken voor de levens van patiënten. Dan wordt het ook veel gemakkelijker de discussie over de kostprijs aan te gaan. Dus: durf te geloven in je product, en houd als een pitbullterriër vast aan je doel." Het debat over de betaalbaarheid van geneesmiddelen wakkert inderdaad aan. In België was en is er veel heisa rond baby Pia die enkel kon worden geholpen met een peperdure gentherapie. VAN DE WINKEL. "Dat heb ik gelezen. We willen een open en eerlijke discussie met de maatschappij, om uit te zoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat zulke medicijnen beschikbaar zijn. Dat kan bijvoorbeeld door het ontwikkelingsproces in te korten, zodat we het goedkoper op de markt kunnen brengen. Dat kan door veel meer gebruik te maken van data. Wij hebben dit jaar een strategisch partnerschap gesloten met Tempus in Chicago, dat 's werelds grootste bibliotheek van klinische data beheert. In de Verenigde Staten kan je alle patiëntendata inbrengen in het computersysteem van de grote klinische centra. Zo kan je sneller en beter targets (eiwitten in het lichaam waarop een product kan inwerken, nvdr) kiezen voor je producten, zodat je betere testen kan doen." Hebben CEO's van Europese biotechbedrijven te veel schroom omdat ze voorzichtiger moeten omgaan met hun geld dan hun Amerikaanse collega's? De zakken van Amerikaanse investeerders zijn dieper. VAN DE WINKEL. "Niet alleen zijn de zakken veel minder diep in Europa, er is überhaupt veel minder ervaring met biotech. Hoe je het ook draait of keert, biotech is een Amerikaanse business die al in het midden van de jaren zeventig ontstond. Amerika heeft iconische biotechsuccessen, zoals Genentech, Biogen en Amgen. Europa heeft heel weinig van zulke succesverhalen. Hier wordt zo'n bedrijf heel vaak overgenomen zodra het succesvol lijkt te worden. Groot durven te denken en er voluit voor gaan, is een typisch Amerikaanse manier van zakendoen. Die Amerikaanse can do- attitude van doorzetten missen we in Europa vaak. Genmab heeft wél heel erg die Amerikaanse manier van denken en van aanpakken. Dat ik zelf een jaar in Amerika heb gewerkt, en daarvoor bij het Amerikaanse Medarex aan de slag was, is daar zeker een van de redenen van. Met onze Amerikaanse beursgang in juli, de grootste dit jaar in biotech en in marktkapitalisatie de grootste ooit voor biotech, hebben we onze aandeelhoudersbasis in de Verenigde Staten nog verbreed. "Er is ook een fundamenteel verschil tussen Europese en Amerikaanse investeerders. In Europa maakte ik het vaak mee dat een investeerder instapte na twee goede meetings. In Amerika werk je veel meer aan de relatie. Ze willen de CEO kennen, dus vaak moet je minstens vijf of zes keer met die partij een meeting hebben. Dat is intensief. Pas wanneer een partij zich comfortabel voelt met de persoon en het bedrijf, investeert ze, maar dan ook veel meer. Tim Van Hauwermeiren heeft dat feilloos opgepikt en werkt hard aan zijn relatie met Amerikaanse investeerders." Kan Nederland in biotech nog lessen leren van Vlaanderen? VAN DE WINKEL. "Absoluut. Het kankerinstituut Oncode (dat ruim 800 Nederlandse toponderzoekers in kanker uit twaalf instituten overkoepelt, nvdr) is bijvoorbeeld geïnspireerd door het VIB (het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, nvdr). België heeft ook een veel grotere farmaceutische industrie. Bij ons is die grotendeels verdwenen door kortzichtig beleid. Nederland heeft wel, net zoals België, een heel goed academisch systeem en heel goede onderzoekers, maar het heeft veel minder een infrastructuur en een ecosysteem waarin de spin-offs van die onderzoekers leiden tot nieuwe geneesmiddelen of nieuwe technologie. Dat heeft België veel beter gedaan." Genmab is al lang de grootste in Europa. Wat doet dat? VAN DE WINKEL. "Ik zie het als een grote verantwoordelijkheid, omdat ik een rolmodel ben voor jonge generaties ondernemers. We moeten in Europa meer succesverhalen hebben, zoals Genmab, Galapagos en argenx. Het is voor jonge ondernemers en onderzoekers belangrijk te zien dat je zo'n droom kan waarmaken. Daarom ben ik nog als hoogleraar verbonden aan het Utrechtse Universitair Medisch Centrum, zodat ik jonge mensen in lifesciences kan inspireren. Wat ik zeg, horen ze niet van zogenaamde tekstboekgeleerden." Droomt u van de wereldtop? VAN DE WINKEL. "We zijn het nummer elf in de wereld. Het is heel aannemelijk dat we snel in de top tien komen, gewoon omdat een van de anderen voor ons wordt overgenomen, zoals Celgene onlangs werd gekocht door Bristol-Myers Squibb. Maar mijn droom is dat we met een eigen product, dat we helemaal zelf op de markt brengen, de behandeling van een bepaald type kanker kunnen transformeren. Darzalex doet dat al, maar het is door Janssen op de markt gebracht. Ik wil met andere woorden heel graag in de apotheek een potje zien staan waar de naam Genmab op staat, en niet Janssen of Novartis. Daar zou ik veel blijer mee zijn dan met eender welke toppositie." Onno van de Stolpe wil Galapagos groter maken dan Genmab. VAN DE WINKEL. "Ik zou het prima vinden."