Rooskleurige zelfevaluaties worden meestal gezien als een uiting van narcisme. En narcisten zijn irritante leiders, omdat ze vooral naar zichzelf luisteren. Van Steve Jobs was geweten dat hij werkte met focusgroepen, die bestonden uit één persoon. Hij keek af en toe in de spiegel en wist wat de markt nodig had. Maar als je de namen van Trump en Jobs in een artikel ziet verschijnen, dan besef je dat zelfverheffing toch ook wel zijn voordelen lijkt te hebben. Bent u presidentskandidaat voor de Republikeinse partij geweest? Of hebt u de iPhone gelanceerd toen u een computerbedrijf in moeilijkheden leidde?
...

Rooskleurige zelfevaluaties worden meestal gezien als een uiting van narcisme. En narcisten zijn irritante leiders, omdat ze vooral naar zichzelf luisteren. Van Steve Jobs was geweten dat hij werkte met focusgroepen, die bestonden uit één persoon. Hij keek af en toe in de spiegel en wist wat de markt nodig had. Maar als je de namen van Trump en Jobs in een artikel ziet verschijnen, dan besef je dat zelfverheffing toch ook wel zijn voordelen lijkt te hebben. Bent u presidentskandidaat voor de Republikeinse partij geweest? Of hebt u de iPhone gelanceerd toen u een computerbedrijf in moeilijkheden leidde? Zelfbedrog lijkt zo weinig volwassen. Denk aan de jongere die denkt dat hij voldoende heeft gestudeerd. Of aan de verslaafde die denkt dat hij zijn verslaving onder controle heeft. Toch blijkt jezelf op een positieve manier voor de gek houden af en toe goed te zijn voor je mentale gezondheid en je prestaties. Aan proefpersonen werd gevraagd zich te vergelijken met anderen, daarna moesten ze taken vervullen onder zware tijdsdruk. Wie een beter zelfbeeld had, had na de stress een lagere hartslag en bloeddruk. In een andere studie werd aan studenten gevraagd hun examenresultaten van het vorige jaar neer te schrijven. Wie het meest had overdreven, behaalde het volgende jaar de grootste prestatieverbeteringen. Is nederigheid dan geen deugd? Ja, als je netjes moet passen in een sociaal systeem. Als je flink, braaf en meegaand moet zijn. Maar als je in een concurrentieel systeem moet presteren, dan helpt arrogantie vaak meer dan een handje. Weet u nog wie Ivo Van Damme was? Een heel jonge achthonderdmeterloper. Was de man niet verongelukt, dan had hij waarschijnlijk Sebastian Coe naar de kroon gestoken, en had die laatste nu niet de corrupte club, Internationale Atletiekfederatie, geleid. Van Damme had een heel on-Vlaamse zelfverzekerdheid. Hij zou gewoonweg de beste zijn. Niet veel Vlamingen hebben twee zilveren medailles atletiek op de Olympische Spelen behaald. En zou het door de rooskleurige zelfevaluatie komen dat de Nederlanders ons op de Olympische Spelen zo zwaar aftroeven in aantal medailles? De vaststelling is één zaak. De verklaring een andere. Zeker aan een lezerspubliek dat nederigheid hoog in het vaandel voert. De verklaring zou liggen bij de duidelijkheid van je zelfbeeld. Als je niet weet wie je bent, wat je kan, wat je wil bereiken, hoe kan je dan je energie richten op het grote doel? Je hebt niet eens een doel. Wie niet weet waar hij naartoe wil, zal zichzelf willekeurig opblazen als een soort pathologische zelfverdediging. Wie echter zeer scherp weet wat hij in het leven wil, kan uit zelfoverschatting de energie putten om toch te proberen. We hoeven niet te herhalen dat zo'n aanpak ook kan leiden tot bedrog (Lance Armstrong, Optima, ...) en geen garantie is voor succes, maar weet dat hoe meer atleten hun longinhoud overschatten, hoe sneller ze vooruitgang boeken. De klassieke Vlaamse reactie is: ja maar, je kan het toch niet alleen, je moet toch bondgenoten hebben, en die irriteer je toch. Misschien wel, maar succes en ook een stevige belofte tot succes werken magnetisch. Zelfverheffers hebben opvallend veel 'vrienden', dat blijkt zelfs uit academische studies. Er dringt zich één grote vraag op. Is dat cultureel bepaald? Bestaat er een soort arrogantiegen, dat in Nederland veel ruimer verspreid is dan in Vlaanderen? Gelukkig hebben we voor het antwoord op die vraag nog de Chinese onderzoekers. Als aan tweetalige Chinezen de vraag naar hun talenten in het Engels wordt gesteld, en ze dus de westerse mentaliteit voor ogen krijgen, worden ze op slag arroganter. Als de vraag in het Chinees wordt gesteld, cijferen ze zichzelf gemakkelijker weg. Conclusie: Vlaming, als je sympathiek wil blijven, verhuis niet naar Nederland. Je zou er vreemde dingen kunnen leren. Maar als je een medaille wil winnen bij de Olympische Spelen: slechts één adres, onze noorderburen. De auteur is professor-emeritus aan de Vlerick Business School.