Naar aanleiding van de Internationale Vrouwendag is veel gezegd en geschreven over de loonkloof: vrouwen verdienen minder dan mannen, tot 30 procent, luidt de conclusie. Maar misschien moeten we ook even kijken naar diegenen die niet op een loonlijst staan, maar zelf hun inkomsten genereren door een onderneming uit de grond te stampen. Hebben vrouwelijke ondernemers een lager rendement dan door mannen geleide bedrijven? En geven financiers er de bijgevolg voorkeur aan hun geld te stoppen in bedrijven geleid door het meest renderende geslacht?

Laten we beginnen met de laatste vraag. Durfkapitalisten zijn gedreven door return. Ze beheren fondsen van hun investeerders - het zijn niet hun eigen fondsen - en moeten bij de liquidatie van het fonds hun investeerders terugbetalen, met het hoogst mogelijke rendement. Als ze dat doen, ontvangen de fondsmanagers een deel van de koek. Daarom zoeken fondsmanagers naar de best mogelijke deals.

Als we naar de statistieken kijken, zijn schijnbaar de beste deals investeringen in door mannen geleide bedrijven. Liefst 97,3 procent van alle Europese bedrijven die durfkapitaal krijgen, wordt geleid door mannen. Als we enkel kijken naar de geïnvesteerde bedragen, is het nog erger: 98,7 procent van de Europese durfkapitaalfinanciering gaat naar door mannen geleide bedrijven. Sterker nog: als één vrouw tot het managementteam van het bedrijf behoort, vermindert dat de kans op risicokapitaal. Dat is niet helemaal verwonderlijk, omdat 94 procent van de fondsmanagers een man is. Het is dus een mannenwereld waarin mannelijke fondsmanagers denken dat ze het beste rendement kunnen behalen door te investeren in door mannen geleide bedrijven. Een initiatief zoals We are Jane, dat een investeringsfonds opzet voor en door vrouwen, is dan ook welgekomen.

Investeren in vrouwen is een goed idee.

De bankwereld is in hetzelfde bedje ziek. Het weigeringspercentage voor kredieten aan door vrouwen geleide bedrijven is 5 tot 6 procent hoger, de aangerekende rente is gemiddeld 0,5 procent hoger en de bedragen zijn gemiddeld 28 procent lager. Enquêtes toonden aan dat wanneer een vrouwelijke CEO wordt vervangen door een mannelijke evenknie, dat leidt tot betere kredietvoorwaarden.

De Boston Consulting -groep berekende dat de gemiddelde investering in bedrijven die door vrouwen werden opgericht 935.000 dollar bedroeg. Dat is minder dan de helft van de gemiddelde 2,1 miljoen dollar die wordt geïnvesteerd in bedrijven die zijn opgericht door mannen. Dat bevestigt de voorkeur voor door mannen geleide bedrijven, hoewel daar ook de vraagzijde een rol kan spelen. Maar bedrijven die door vrouwen werden opgericht, presteerden in de loop van de tijd veel beter en genereerden 10 procent meer inkomsten, ondanks het lagere investeringsbedrag. Voor elke geïnvesteerde dollar genereerden door vrouwen geleide bedrijven in vijf jaar 78 cent, terwijl door mannen geleide bedrijven slechts 31 cent verdienden. Het gemiddelde rendement op door vrouwen geleide bedrijven bedroeg 11,4 procent, tegenover slechts 4,4 procent voor door mannen geleide bedrijven. Bedrijven geleid door vrouwen zijn dus een significant betere financiële investering dan bedrijven geleid door mannen.

En ook de banken hebben het bij het verkeerde eind. Alle onderzoeken laten zien dat vrouwen beter hun kredieten terugbetalen dan mannen. Een onderzoek bij peer-to-peer lending op basis van 50.000 leningen kwam tot een wanbetalingspercentage van 4,9 procent bij mannelijke ontleners tegenover 3,4 procent bij vrouwelijke ontleners. Volgens de Bazel-reglementering zouden de kredietvoorwaarden voor vrouwen dus beter moeten zijn dan die voor mannen.

Wat professionele financiers niet begrijpen, begrijpt de massa blijkbaar wel. De meeste crowdfunding gaat naar door vrouwen geleide bedrijven. De massa geeft duidelijk de voorkeur aan projecten die geleid zijn door vrouwen. De crowd heeft het bij het rechte eind, de geavanceerde financiële modellen en de mannelijke intelligentie niet.