Europa droomt al van een kenniseconomie en innovatie sinds het akkoord van Lissabon in 2000. Het herhaalde die gelofte met Horizon 2020, toen de lidstaten van de Europese Unie beloofden 3 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) te investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ook ons land heeft de afgelopen twee decennia zijn geloofsbelijdenis over de innovatieve kenniseconomie afgelegd. Het bleef niet bij woorden. De Vlaamse subsidies voor innovatie en ondernemen stegen de jongste jaren tot meer dan 400 miljoen euro. Uit gegevens van de Nationale Bank blijkt dat in 2017 bedrijven in België een bedrag in onderzoek en ontwikkeling investeerden dat overeenkomt met 1,9 procent van het bbp.
...

Europa droomt al van een kenniseconomie en innovatie sinds het akkoord van Lissabon in 2000. Het herhaalde die gelofte met Horizon 2020, toen de lidstaten van de Europese Unie beloofden 3 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) te investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ook ons land heeft de afgelopen twee decennia zijn geloofsbelijdenis over de innovatieve kenniseconomie afgelegd. Het bleef niet bij woorden. De Vlaamse subsidies voor innovatie en ondernemen stegen de jongste jaren tot meer dan 400 miljoen euro. Uit gegevens van de Nationale Bank blijkt dat in 2017 bedrijven in België een bedrag in onderzoek en ontwikkeling investeerden dat overeenkomt met 1,9 procent van het bbp. België en Vlaanderen gelden als een innovatieregio, met dank aan een rist fiscale maatregelen die innovatie ondersteunen. In zijn recente boek Innovatie en fiscaliteit somt Pieter-Jan Wouters, senior corporate tax manager bij EY, de ondersteuningsmaatregelen op. En dat is nodig, want volgens het Regional Innovation Scoreboard van de Europese Commissie dreigt Vlaanderen de aansluiting met de landen in de kopgroep te verliezen. "Dat is eigenaardig", zegt Pieter-Jan Wouters. "Er is een breed gamma subsidiemogelijkheden en fiscale mechanismen om innovatie te stimuleren. Maar we merken dat innovatieve ondernemers kansen missen omdat de toepassing van de gunstmaatregelen niet altijd even gebruiksvriendelijk is." In België zijn er gunstmaatregelen die voor innovatiebedrijven kostenvoordelen opleveren, naast maatregelen die toelaten om minder inkomstenbelasting te betalen of die een hogere aftrek voor investeringen mogelijk maken. Bovendien zijn er subsidies: Europese, federale en gewestelijke. De fiscale maatregelen en de subsidies kunnen met elkaar worden gecombineerd. "Het is wel belangrijk verstandig te combineren en er tijdig bij te zijn", zegt Wouters. "Subsidies aanvragen als het project al uit de startblokken is, heeft weinig zin. Je doet er goed aan al vanaf de start van een project de hefbomen van de overheid te gebruiken." Het fiscale gunstregime kan ook helpen om buitenlandse spelers te overtuigen om hun onderzoeksactiviteiten naar hier te halen of die hier te houden. De octrooiaftrek, waarbij tot 80 procent van de inkomsten uit octrooien fiscaal aftrekbaar is, was zo'n instrument. In 2017 is die vervangen door de innovatieaftrek. Die is nog uitgebreider, zodat nu ook inkomsten uit softwareontwikkeling in aanmerking komen. Heel wat landen hebben vergelijkbare systemen opgezet. "Die lijken op elkaar, omdat ze allemaal de OESO-aanbevelingen volgen", zegt Wouters. "Maar België is wel de koploper in het percentage van de octrooi-inkomsten dat je kunt vrijstellen" (zie kader Innovatiefiscaliteit). Hoe komt het dan dat het gunstregime zo onbemind blijft? Om te beginnen zitten de diverse mechanismes versplinterd over diverse beleidsniveaus. "Maar ook binnen hetzelfde beleidsniveau moet je soms bij diverse instanties aankloppen", weet Wouters. "Je moet voor elke instantie een nieuw dossier maken. En de overheid doet weinig moeite om dossiers te delen. Dat gebeurt niet tussen de Vlaamse en de federale beleidsniveaus, maar ook niet tussen de diverse Vlaamse instanties." Een wirwar van maatregelen maakt het parcours voor de ondersteuning van innovatie enigszins complex. Bovendien kost het proces tijd. "Als je voor een onderzoeks- en ontwikkelingsproject naar de rulingcommissie gaat, ben je vertrokken voor een proces van minstens vijf tot zes maanden. Voor start-ups is dat veel te lang. Ze hebben niet de middelen om daar zoveel tijd in te investeren." Moet het ondersteunende innovatiebeleid toegankelijker worden? "De drempel moet omlaag", vindt Wouters. "De hervorming van de rulingcommissie en het lopende proefproject met horizontaal toezicht creëren hier een kans. Daarnaast zou de regering zich nog met een toekomstgericht wetgevend kader kunnen profileren. Bijvoorbeeld door er rekening mee te houden dat robots en artificiële intelligentie in de toekomst ook intellectuele eigendom zullen creëren."