Datacenter United heeft drie datacenters: twee in de Antwerpse haven en een in Zaventem. Het verhuurt er ruimte voor computerservers. Vroeger stonden de servers meestal bij bedrijven zelf. Nu kiezen bedrijven ervoor die onder te brengen bij gespecialiseerde partijen als Datacenter United. "Wij garanderen dat onze datacenters hoogstens 27 seconden per jaar, buiten de afgesproken momenten in onze overeenkomst, mogen stilvallen", zegt CEO Friso Haringsma, die het bedrijf in 2010 oprichtte met technisch directeur Ogy Smet. "Als gespecialiseerde speler schakelen wij zo veel mogelijk risico's uit zodat wij een kwaliteitsgarantie van 99,999 procent kunnen aanbieden. In realiteit zitten wij al tien jaar aan 100 procent. We kunnen geen beter visitekaartje geven."

Logische investering

Datacenter United is met 2,8 miljoen euro omzet een middelgrote speler in de Belgische markt van publieke datacenters en krijgt een forse kapitaalinjectie van 12 miljoen euro door TINC. Voor Manu Vandenbulcke, de CEO van de infrastructuurbeheerder, is het een logische investering. "We zijn misschien iets bekender als investeerder in fysieke infrastructuur, zoals een brug of een windmolen, maar we zijn ook actief in digitale infrastructuur. We stapten al in glasvezelnetwerken. Datacenters zijn daar een logisch verlengstuk van. Ze vormen mee de digitale ruggengraat van de maatschappij. De lokale verankering van Datacenter United was een andere reden om te investeren. Het kan garanderen dat de data in België worden opgeslagen op een veilige manier. Dat is een altijd grotere troef. We hopen ook dat onze investering Datacenter United extra geloofwaardigheid zal geven om ook bij de overheid contracten binnen te halen."

De overheid is nog onontgonnen terrein, bevestigt Haringsma, die in Friesland is geboren en op jonge leeftijd naar de Antwerpse Kempen verhuisde. "Onze klanten vragen discretie, maar we hebben nu enkel bedrijven als klant. Daar zitten enkele beursgenoteerde bedrijven bij, maar ook veel lokale kmo's. We mikken dus niet op één type klant, maar op iedereen die een bepaalde kritische massa aan servers heeft. We hopen dat we nu ook overheidsdiensten kunnen overtuigen om hun servers bij ons te plaatsen. We hadden als kleine speler de handicap dat we vaak niet in aanmerking kwamen voor overheidsopdrachten door de strenge regels rond kapitaal en eigen vermogen. Met de steun van TINC kunnen we daar nu wel meedoen."

TINC krijgt in ruil voor de instap een meerderheidsparticipatie. Friso Haringsma kan ermee leven dat hij de controle voor een stuk uit handen geeft. "Het is de eerste grote externe investering. Bij de oprichting kwam het geld van de eigen familie, ik heb er zelf mijn twee IT-bedrijven voor verkocht. Het is logisch dat TINC een bepaald gewicht vraagt", zegt de CEO. "We hebben nu een partner aan boord die mee de toekomst op de lange termijn kan verzekeren. De coranacrisis zal een bijkomende duw geven aan bedrijven om hun IT-activiteiten te herbekijken en hun eigen serverkamers op te geven ten voordele van servers bij publieke datacenters. Als extra service stellen wij onze specialisten kosteloos ter beschikking bij servermigraties, zodat we maximaal ondersteunen en het risico op downtime (de tijd dat een apparaat niet beschikbaar is, nvdr) nihil is."

Extra capaciteit

Een datacenter uitbaten is een zeer kapitaalsintensieve business. De uptime verzekeren - elektriciteit, koeling, brandveiligheid en netwerkconnecties - en de beveiliging kosten al veel geld. Tegelijk moet je ook in voldoende uitbreiding voorzien. "Wij kunnen nog met 6000 vierkante meter uitbreiden, en we houden er rekening mee dat we de komende jaren nog veel meer extra capaciteit nodig zullen hebben. Daarbij kunnen we ook kijken naar overnames", zegt Haringsma. TINC-CEO Manu Vandenbulcke voegt eraan toe dat de investering van 12 miljoen euro nog opgetrokken kan worden. "TINC kan zeker nog meer financiële middelen injecteren, mocht dat nodig zijn. Er kunnen wel wat overnamekansen komen door de consolidatie in de markt."

De markt van de publieke datacenters zou met een dikke 10 procent per jaar groeien, maar grote cloudplatformen zoals AWS van Amazon en Azure van Microsoft groeien nog harder. Daar laten bedrijven geen servers meer plaatsen, maar nemen ze gewoon IT-capaciteit af. "Wij kunnen moeilijk concurreren met de hosting van een standaardproduct van pakweg Office 356, maar dat is slechts een deeltje van de toepassingen die bedrijven online willen draaien", legt Haringsma uit. "Er is een verschuiving naar de publieke cloud, maar de meeste bedrijven kiezen voor een hybride aanpak waarbij ze de meest kritieke data zo dicht mogelijk bij zich willen houden. Dan kiezen ze bijvoorbeeld voor een lokaal en onafhankelijk datacenter. Je hebt dan gewoon meer grip op de zaken en je weet waar je aan toe bent. Men valt onder lokale wetgeving en wij kunnen afspraken maken voor de lange termijn, onder meer over de prijs die je over twee jaar of later zal betalen. Bij die platformen is die visibiliteit er vaak niet."

Naamsbekendheid

"We zijn tien jaar geleden begonnen omdat we een kans zagen voor een goed uitgebaat onafhankelijk datacenter", zegt Haringsma. "Als IT-ondernemer in het Antwerpse moest ik vaak voor mijn klanten uitwijken naar Brussel of Amsterdam (dat een belangrijk netwerkknooppunt is, nvdr). Dat was tijdrovend en ik vond ook dat het klantvriendelijker kon. Daarom heb ik zelf eerst een datacenter opgestart in de Antwerpse haven om zo dicht mogelijk bij mijn doelgroep te zitten. Ondertussen focussen we op heel België, en hebben we nu ook een datacenter in Zaventem. We kijken voorlopig vooral binnen de landsgrenzen. Ik hoop dat we dankzij de instap van TINC over enkele jaren extra locaties kunnen toevoegen. Er is zeker genoeg potentieel in de markt en we hebben er de voorbije jaren voor gezorgd dat we dat aankunnen. Het bedrijf heeft een motor die in een Ferrari zou kunnen zitten, maar men kijkt altijd eerst naar de carrosserie: de naamsbekendheid en de uitstraling. Op dat gebied hebben we nog wat werk. We willen zeker verder groeien, weliswaar altijd met een focus op de lange termijn."

Datacenter United heeft drie datacenters: twee in de Antwerpse haven en een in Zaventem. Het verhuurt er ruimte voor computerservers. Vroeger stonden de servers meestal bij bedrijven zelf. Nu kiezen bedrijven ervoor die onder te brengen bij gespecialiseerde partijen als Datacenter United. "Wij garanderen dat onze datacenters hoogstens 27 seconden per jaar, buiten de afgesproken momenten in onze overeenkomst, mogen stilvallen", zegt CEO Friso Haringsma, die het bedrijf in 2010 oprichtte met technisch directeur Ogy Smet. "Als gespecialiseerde speler schakelen wij zo veel mogelijk risico's uit zodat wij een kwaliteitsgarantie van 99,999 procent kunnen aanbieden. In realiteit zitten wij al tien jaar aan 100 procent. We kunnen geen beter visitekaartje geven."Datacenter United is met 2,8 miljoen euro omzet een middelgrote speler in de Belgische markt van publieke datacenters en krijgt een forse kapitaalinjectie van 12 miljoen euro door TINC. Voor Manu Vandenbulcke, de CEO van de infrastructuurbeheerder, is het een logische investering. "We zijn misschien iets bekender als investeerder in fysieke infrastructuur, zoals een brug of een windmolen, maar we zijn ook actief in digitale infrastructuur. We stapten al in glasvezelnetwerken. Datacenters zijn daar een logisch verlengstuk van. Ze vormen mee de digitale ruggengraat van de maatschappij. De lokale verankering van Datacenter United was een andere reden om te investeren. Het kan garanderen dat de data in België worden opgeslagen op een veilige manier. Dat is een altijd grotere troef. We hopen ook dat onze investering Datacenter United extra geloofwaardigheid zal geven om ook bij de overheid contracten binnen te halen."De overheid is nog onontgonnen terrein, bevestigt Haringsma, die in Friesland is geboren en op jonge leeftijd naar de Antwerpse Kempen verhuisde. "Onze klanten vragen discretie, maar we hebben nu enkel bedrijven als klant. Daar zitten enkele beursgenoteerde bedrijven bij, maar ook veel lokale kmo's. We mikken dus niet op één type klant, maar op iedereen die een bepaalde kritische massa aan servers heeft. We hopen dat we nu ook overheidsdiensten kunnen overtuigen om hun servers bij ons te plaatsen. We hadden als kleine speler de handicap dat we vaak niet in aanmerking kwamen voor overheidsopdrachten door de strenge regels rond kapitaal en eigen vermogen. Met de steun van TINC kunnen we daar nu wel meedoen."TINC krijgt in ruil voor de instap een meerderheidsparticipatie. Friso Haringsma kan ermee leven dat hij de controle voor een stuk uit handen geeft. "Het is de eerste grote externe investering. Bij de oprichting kwam het geld van de eigen familie, ik heb er zelf mijn twee IT-bedrijven voor verkocht. Het is logisch dat TINC een bepaald gewicht vraagt", zegt de CEO. "We hebben nu een partner aan boord die mee de toekomst op de lange termijn kan verzekeren. De coranacrisis zal een bijkomende duw geven aan bedrijven om hun IT-activiteiten te herbekijken en hun eigen serverkamers op te geven ten voordele van servers bij publieke datacenters. Als extra service stellen wij onze specialisten kosteloos ter beschikking bij servermigraties, zodat we maximaal ondersteunen en het risico op downtime (de tijd dat een apparaat niet beschikbaar is, nvdr) nihil is." Een datacenter uitbaten is een zeer kapitaalsintensieve business. De uptime verzekeren - elektriciteit, koeling, brandveiligheid en netwerkconnecties - en de beveiliging kosten al veel geld. Tegelijk moet je ook in voldoende uitbreiding voorzien. "Wij kunnen nog met 6000 vierkante meter uitbreiden, en we houden er rekening mee dat we de komende jaren nog veel meer extra capaciteit nodig zullen hebben. Daarbij kunnen we ook kijken naar overnames", zegt Haringsma. TINC-CEO Manu Vandenbulcke voegt eraan toe dat de investering van 12 miljoen euro nog opgetrokken kan worden. "TINC kan zeker nog meer financiële middelen injecteren, mocht dat nodig zijn. Er kunnen wel wat overnamekansen komen door de consolidatie in de markt."De markt van de publieke datacenters zou met een dikke 10 procent per jaar groeien, maar grote cloudplatformen zoals AWS van Amazon en Azure van Microsoft groeien nog harder. Daar laten bedrijven geen servers meer plaatsen, maar nemen ze gewoon IT-capaciteit af. "Wij kunnen moeilijk concurreren met de hosting van een standaardproduct van pakweg Office 356, maar dat is slechts een deeltje van de toepassingen die bedrijven online willen draaien", legt Haringsma uit. "Er is een verschuiving naar de publieke cloud, maar de meeste bedrijven kiezen voor een hybride aanpak waarbij ze de meest kritieke data zo dicht mogelijk bij zich willen houden. Dan kiezen ze bijvoorbeeld voor een lokaal en onafhankelijk datacenter. Je hebt dan gewoon meer grip op de zaken en je weet waar je aan toe bent. Men valt onder lokale wetgeving en wij kunnen afspraken maken voor de lange termijn, onder meer over de prijs die je over twee jaar of later zal betalen. Bij die platformen is die visibiliteit er vaak niet.""We zijn tien jaar geleden begonnen omdat we een kans zagen voor een goed uitgebaat onafhankelijk datacenter", zegt Haringsma. "Als IT-ondernemer in het Antwerpse moest ik vaak voor mijn klanten uitwijken naar Brussel of Amsterdam (dat een belangrijk netwerkknooppunt is, nvdr). Dat was tijdrovend en ik vond ook dat het klantvriendelijker kon. Daarom heb ik zelf eerst een datacenter opgestart in de Antwerpse haven om zo dicht mogelijk bij mijn doelgroep te zitten. Ondertussen focussen we op heel België, en hebben we nu ook een datacenter in Zaventem. We kijken voorlopig vooral binnen de landsgrenzen. Ik hoop dat we dankzij de instap van TINC over enkele jaren extra locaties kunnen toevoegen. Er is zeker genoeg potentieel in de markt en we hebben er de voorbije jaren voor gezorgd dat we dat aankunnen. Het bedrijf heeft een motor die in een Ferrari zou kunnen zitten, maar men kijkt altijd eerst naar de carrosserie: de naamsbekendheid en de uitstraling. Op dat gebied hebben we nog wat werk. We willen zeker verder groeien, weliswaar altijd met een focus op de lange termijn."