Het was Steven van Rijswijk, de CEO van de Nederlandse ING Groep, die de kat de bel aanbond. De bank stopte in het laatste kwartaal van 2021 nog eens 346 miljoen euro extra voorzieningen voor eventuele kredietverliezen in haar stroppenpot. Daarvan is 124 miljoen euro bestemd om de gevolgen van de hoge inflatie op de hypotheekmarkt op te vangen. Van Rijswijk vreest dat door de gestegen levensduurte en de verwachte renteverhogingen particulieren in de problemen komen met de afbetaling van hun woonkrediet.
...

Het was Steven van Rijswijk, de CEO van de Nederlandse ING Groep, die de kat de bel aanbond. De bank stopte in het laatste kwartaal van 2021 nog eens 346 miljoen euro extra voorzieningen voor eventuele kredietverliezen in haar stroppenpot. Daarvan is 124 miljoen euro bestemd om de gevolgen van de hoge inflatie op de hypotheekmarkt op te vangen. Van Rijswijk vreest dat door de gestegen levensduurte en de verwachte renteverhogingen particulieren in de problemen komen met de afbetaling van hun woonkrediet. Niet alle banken volgen die redenering. Bij de presentatie van zijn resultaten wees BNP Paribas vooral op de houding van de Europese Centrale Bank, die de hoge inflatie zal willen bestrijden door de rente op te trekken. "Als de ECB de rente met 50 basispunten verhoogt, levert ons dat circa 600 miljoen euro extra rente-inkomsten op", verklaarde Lars Machenil, de Belgische CFO van de Franse groep. Dat is precies wat de markten verwachten: dat de ECB eind dit jaar de rente met 25 basispunten optrekt, en begin volgend jaar nog eens met 25 basispunten. Zowat alle Europese banken zijn sterk afhankelijk van de rentemarge, dat is het verschil tussen de rente die ze klanten aanrekenen voor een krediet en de rente die ze betalen voor spaardeposito's of andere financiering. Die rentemarge is de voorbije jaren geleidelijk blijven dalen. Voor deposito's die de banken niet omzetten in kredieten en die ze bij de ECB parkeren, moeten ze zelfs een strafrente van 0,5 procent betalen. Daardoor staan de rente-inkomsten van de banken al enkele jaren onder druk, terwijl die inkomsten goed zijn voor 75 tot 80 procent van de inkomsten van een gemiddelde Europese bank. "Een hogere rente zal op termijn leiden tot hogere rente-inkomsten voor de banken. Maar dat gebeurt niet meteen. Het kan anderhalf jaar duren voor die hogere rente zich vertaalt in een hogere rentemarge", legt Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België uit. Dat bevestigt Robert Swaak. De CEO van ABN Amro verwacht dat de rente-inkomsten van de Nederlandse bank nog dalen tot de tweede helft van 2023. In 2021 boekte ABN Amro 5,5 miljard euro aan rente-inkomsten. Voor 2022 rekent Swaak op 5 tot 5,1 miljard euro. Dat is op de korte termijn een omzetdaling met 8 procent. De meeste banken trachtten de dalende rentemarge te counteren door meer kredieten te verstrekken. Maar als de economische groei na het forse post-covidherstel terugvalt naar een normaal niveau, dreigt daaraan een einde te komen. Commissie-inkomsten puren uit de verkoop van beleggingen en verzekeringen is een andere techniek, maar die inkomsten zijn niet altijd recurrent en compenseren in veel gevallen niet het verlies aan rente-inkomsten. Een bijkomend risico voor de banken is dat de rente te snel omhoog gaat. Een snelle opeenvolging van renteverhogingen maakt geld ontlenen duurder, en dat kan de economische groei en de bedrijfsinvesteringen, en dus ook de kredietverstrekking door de banken, afremmen. Maar ook de inflatie kan een bedreiging vormen. Overal in Europa stijgt de levensduurte. Zeker in België kreunen de gezinnen onder de snel stijgende kosten voor energie, voeding en bouwmaterialen. De inflatie staat in ons land nu op het niveau van het begin van de jaren tachtig. Vooral de combinatie van exploderende elektriciteits- en gasrekeningen met hoge afbetalingen voor hypotheekleningen kan bepaalde segmenten van de bevolking, bijvoorbeeld alleenstaanden, financieel in de problemen brengen. Die bekommernis deelt Hans De Munck, de CFO van ING België. De bank nam vorig jaar 184 miljoen euro extra kredietprovisies. Volgens De Munck zijn er voorlopig geen signalen die erop wijzen dat Belgen hun woonkrediet niet kunnen afbetalen. Maar hij houdt er toch aan de stroppenpot op het niveau van begin 2021 te houden. De voorzieningen voor eventuele verliezen als gevolg van de coronacrisis worden niet afgebouwd. KBC doet dat wel. De Vlaamse bank haalde vorig jaar bijna een half miljard euro uit haar corona-stroppenpot. Begin 2021 zat daar 783 miljoen euro in, eind vorig jaar nog 289 miljoen. Dat is een voldoende grote buffer, vindt KBC-topman Johan Thijs. De verwachte faillissementsgolf en wanbetalingen door corona blijven uit, en hij gelooft niet dat de hoge inflatie tot afbetalingsproblemen bij de gezinnen of de bedrijven zal leiden: "Ik zie geen directe gevolgen voor onze kredietportefeuille. We gaan ervan uit dat de torenhoge inflatie tijdelijk is, en dat ze vanaf het tweede kwartaal van dit jaar zal dalen. Provisies voor wanbetalingen zijn niet aan de orde." Thijs maakt zich wel zorgen over de impact van de inflatie op de operationele kosten voor de bank: "In het vierde kwartaal van 2021 stegen onze kosten met 10 procent, hoofdzakelijk door hogere personeelskosten en IT-investeringen. Ook in 2022 verwacht ik nog een belangrijke impact van de inflatie op onze personeelskosten." In België leidt de hoge inflatie door het systeem van automatische loonindexering tot hogere loonkosten. Dat is voor alle bedrijven een probleem, maar zeker ook voor de banken. Door de druk op de inkomsten zijn zij gedwongen hun operationele kosten zo laag mogelijk te houden. KBC, bijvoorbeeld, wil de komende jaren de stijging van zijn exploitatiekosten op jaarbasis beperken tot 1,5 procent. Dat wordt dit jaar al zeker geen sinecure. Maar ook de automatische loonindexering is een zwaard dat aan twee kanten snijdt. Het mechanisme maakt dat de lonen in grote lijnen de gestegen levensduurte volgen. "Dat betekent dat ook de terugbetalingscapaciteit van onze klanten toeneemt", zegt CFO Luc Popelier, de CFO van KBC. Daardoor lijkt de kans in België kleiner dat de hoge inflatie leidt tot afbetalingsproblemen. In andere landen bestaat zo'n systeem niet. "Maar ook daar zullen de lonen, misschien iets trager, de inflatie volgen", denkt Vanden Houte. "We moeten vooral uitkijken dat de inflatie van de energieprijzen niet massaal overslaat op andere consumptieproducten", waarschuwt hij. "Dan dreigen we in een inflatoire spiraal terecht te komen."