Waar het fonds bij zijn vorige raming in juli voor dit jaar nog 6 procent groei voorspelde, is dat nu teruggebracht tot 5,9 procent. Voor 2022 gaat het IMF nog steeds uit van een plus van 4,9 procent.

IMF-hoofdeconoom Gita Gopinath erkent dat het om een 'marginale' aanpassing gaat. Maar daarachter gaan volgens haar wel grote verschillen tussen landen schuil. Vooral voor ontwikkelingslanden met lage lonen is het beeld aanzienlijk verslechterd. Voor de ontwikkelingslanden raamde het IMF voor 2021 eerst nog bijna 4 procent groei. Nu staat de voorspelling op een groei van slechts 3 procent.

In de Verenigde Staten, de grootste economie van de wereld, wordt ook beduidend minder groei voorzien. De prognose voor dit jaar is er met een volle procentpunt verlaagd tot 6 procent. In de eurozone is het beeld over de gehele lijn juist wat verbeterd: 5 procent groei in plaats van 4,6 procent in juli. In Duitsland gaat de prognose voor dit jaar wel omlaag, maar voor volgend jaar wordt die opgekrikt. Voor China verwacht het IMF een groei van 8 procent. Dat is weliswaar het hoogste cijfer sinds 2011, maar wel iets minder dan bij de vorige prognose (8,1 procent).

Inflatie

Onlangs waarschuwde het IMF al dat de hoge inflatie een belemmering kan zijn voor het aantrekken van de groei in de wereld. Vooral armere landen en huishoudens lijden onder de steeds hogere prijzen voor voedsel en energie. Daar staat tegenover dat sommige producenten van grondstoffen er nu juist van profiteren dat hun exportproducten flink in prijs omhoog zijn gegaan. Dat verklaart volgens Gopinath waarom de ramingen voor sommige niet-Westerse economieën juist zijn verhoogd.

De hoofdeconoom vindt het een slechte zaak dat er zoveel verschillen zijn in het herstel dat landen doormaken. Dat komt volgens haar voor een groot deel ook door verschillen in vaccinatiegraad. In ontwikkelde economieën heeft een veel groter deel van de bevolking al alle coronaprikken gehad. De econoom hamert er opnieuw op dat de internationale gemeenschap zich ervoor moet inzetten dat vaccins goed over de wereld worden verspreid. Het IMF werkt zelf ook nog aan een nieuw instrument, de zogeheten Resilience and Sustainability Trust, waarmee rijkere landen makkelijker landen in nood te hulp kunnen schieten.

Waar het fonds bij zijn vorige raming in juli voor dit jaar nog 6 procent groei voorspelde, is dat nu teruggebracht tot 5,9 procent. Voor 2022 gaat het IMF nog steeds uit van een plus van 4,9 procent. IMF-hoofdeconoom Gita Gopinath erkent dat het om een 'marginale' aanpassing gaat. Maar daarachter gaan volgens haar wel grote verschillen tussen landen schuil. Vooral voor ontwikkelingslanden met lage lonen is het beeld aanzienlijk verslechterd. Voor de ontwikkelingslanden raamde het IMF voor 2021 eerst nog bijna 4 procent groei. Nu staat de voorspelling op een groei van slechts 3 procent. In de Verenigde Staten, de grootste economie van de wereld, wordt ook beduidend minder groei voorzien. De prognose voor dit jaar is er met een volle procentpunt verlaagd tot 6 procent. In de eurozone is het beeld over de gehele lijn juist wat verbeterd: 5 procent groei in plaats van 4,6 procent in juli. In Duitsland gaat de prognose voor dit jaar wel omlaag, maar voor volgend jaar wordt die opgekrikt. Voor China verwacht het IMF een groei van 8 procent. Dat is weliswaar het hoogste cijfer sinds 2011, maar wel iets minder dan bij de vorige prognose (8,1 procent).Onlangs waarschuwde het IMF al dat de hoge inflatie een belemmering kan zijn voor het aantrekken van de groei in de wereld. Vooral armere landen en huishoudens lijden onder de steeds hogere prijzen voor voedsel en energie. Daar staat tegenover dat sommige producenten van grondstoffen er nu juist van profiteren dat hun exportproducten flink in prijs omhoog zijn gegaan. Dat verklaart volgens Gopinath waarom de ramingen voor sommige niet-Westerse economieën juist zijn verhoogd. De hoofdeconoom vindt het een slechte zaak dat er zoveel verschillen zijn in het herstel dat landen doormaken. Dat komt volgens haar voor een groot deel ook door verschillen in vaccinatiegraad. In ontwikkelde economieën heeft een veel groter deel van de bevolking al alle coronaprikken gehad. De econoom hamert er opnieuw op dat de internationale gemeenschap zich ervoor moet inzetten dat vaccins goed over de wereld worden verspreid. Het IMF werkt zelf ook nog aan een nieuw instrument, de zogeheten Resilience and Sustainability Trust, waarmee rijkere landen makkelijker landen in nood te hulp kunnen schieten.