Vooraleer we in de race naar supersnel internet duiken moeten we eerst wat over elektronen en elementaire deeltjes vertellen. Voor het versturen en ontvangen van data vertrouwen we het best op het snellere licht dan op elektrische stroom. Elektrische signalen die via een koperen telefoondraad of zelfs via een snellere coax-tv-kabel passeren, zijn op lange afstand geen partij voor een laserstraal door een glasvezelkabel. Die heeft bovendien geen last van storende elektromagnetische straling en kan ook met dezelfde snelheid data versturen. Dat laatste is almaar belangrijker, onder meer omdat het zorgt voor vlekkeloze videovergaderingen zonder veel haperingen of vertragingen. De telecomoperatoren weten dat al lang. Daarom hebben ze de voorbije decennia al belangrijke delen van hun netwerk naar glasvezelkabels omgevormd. Voor het moeilijkste stuk, van het laatste netwerkpunt naar de aansluiting thuis, probeerden de operatoren vooral alles uit de bestaande kabels te persen. Met succes, want jaar na jaar zijn de snelheid en de bandbreedte van onze netwerken verhoogd. Telenet kan overal in Vlaanderen zelfs snelheden tot 1 gigabit per seconde aanbieden via de tv-kabel. Proximus, van oorsprong de uitbater van het Belgische telefoonnetwerk, moet het houden op maximaal 100 megabit per seconde, 10 keer minder snel. Een telefoonkabel loopt sneller tegen limieten aan dan een coaxkabel.
...

Vooraleer we in de race naar supersnel internet duiken moeten we eerst wat over elektronen en elementaire deeltjes vertellen. Voor het versturen en ontvangen van data vertrouwen we het best op het snellere licht dan op elektrische stroom. Elektrische signalen die via een koperen telefoondraad of zelfs via een snellere coax-tv-kabel passeren, zijn op lange afstand geen partij voor een laserstraal door een glasvezelkabel. Die heeft bovendien geen last van storende elektromagnetische straling en kan ook met dezelfde snelheid data versturen. Dat laatste is almaar belangrijker, onder meer omdat het zorgt voor vlekkeloze videovergaderingen zonder veel haperingen of vertragingen. De telecomoperatoren weten dat al lang. Daarom hebben ze de voorbije decennia al belangrijke delen van hun netwerk naar glasvezelkabels omgevormd. Voor het moeilijkste stuk, van het laatste netwerkpunt naar de aansluiting thuis, probeerden de operatoren vooral alles uit de bestaande kabels te persen. Met succes, want jaar na jaar zijn de snelheid en de bandbreedte van onze netwerken verhoogd. Telenet kan overal in Vlaanderen zelfs snelheden tot 1 gigabit per seconde aanbieden via de tv-kabel. Proximus, van oorsprong de uitbater van het Belgische telefoonnetwerk, moet het houden op maximaal 100 megabit per seconde, 10 keer minder snel. Een telefoonkabel loopt sneller tegen limieten aan dan een coaxkabel. Om de kloof te dichten met Telenet en zijn Franstalige tegenhanger Voo, binnenkort in handen van Orange, maakt Proximus daarom de sprong naar een volledig verglaasd netwerk. Wanneer ook de last mile naar de aansluiting thuis via glasvezel gebeurt, kan het moeiteloos snelheden van 1 gigabit per seconde en later zelfs veel meer aanbieden. Daar hangt wel het enorme prijskaartje van meer dan 5 miljard euro aan vast. Het is daarmee de grootste privé-investering in infrastructuur in België. Proximus zocht daarom twee partners voor twee joint ventures. Met het Zweedse investeringsfonds EQT richtte het Fiberklaar op, met de glasvezelspecialist Eurofiber startte het Unifiber. Fiberklaar in Vlaanderen en Unifiber in Wallonië moeten de uitrol van glasvezel gevoelig helpen te versnellen. Ze moeten er mee voor zorgen dat minstens 4,2 miljoen Belgische woningen, 70 procent van het aantal woningen, een glasvezelaansluiting hebben tegen 2028. "Al die woningen liggen in wat we A- en B-zones noemen", zegt Rik Missault, de CEO van Fiberklaar. Een groot deel van zijn carrière werkte hij voor Alcatel-Lucent en hij is daardoor gepokt en gemazeld in de telecominfrastructuur. "De A-zones, de centra van de grote steden, doet Proximus zelf. De joint ventures richtten zich op de iets minder dichtbevolkte gemeenten, de B-zones. Daar is het ook nog financieel haalbaar om zonder subsidies een netwerk uit te bouwen. De landelijke C-zones staan voorlopig nog niet op de planning. Daar zullen we ondersteuning van de overheid nodig hebben. Fiberklaar is in zo'n twintig gemeenten en deelgemeenten opgestart. Dat doen we vanaf het moment dat 20 procent van de huishoudens er een fiberabonnement wil nemen bij een van de deelnemende telecomoperatoren (zie kader Hoeveel kost een fiberabonnement?nvdr). Dat is altijd vlot gegaan, er is veel interesse. We sluiten in deze opstartperiode iedereen gratis aan, ook zij die nog geen nieuw fiberabonnement nemen. Voor alle duidelijkheid: Fiberklaar biedt geen abonnementen aan. Wij staan in voor de installatie en het beheer van het netwerk en stellen het open voor alle geïnteresseerde operatoren. Zij betalen aan ons een vast bedrag. Voor elke telecomspeler is dat hetzelfde. Het is een open netwerk waar de operatoren zelf bepalen welke snelheden en welke service ze aanbieden." Missault hoopt dit jaar met Fiberklaar in 150.000 woningen glasvezel te voorzien. In 2023 moet dat verdubbelen. "Voor 2022 hebben we al voldoende aannemers in telecominfrastructuur vastgelegd. Dat zijn zowat alle spelers in België. We zullen ook naar het buitenland moeten kijken omdat we nog willen versnellen. Bij de onderaannemers zullen meer dan duizend medewerkers nodig zijn om onze projecten uit te voeren. Door de krapte op de arbeidsmarkt hoor ik dat ze zelfs tot in Oost-Europa technici proberen te rekruteren. Voor glasvezel moeten niet alleen de klassieke graaf- en installatiewerken gebeuren, maar de glasvezeldraden moeten ook worden gelast. Dat is een heel fijn werkje. Fiberklaar zal in de bouwfase wellicht tot zo'n 125 medewerkers groeien. Wij richtten ons vooral op het ontwerp en het beheer van het netwerk, de marketing en de begeleiding van de projecten." Naast zijn participatie in Fiberklaar rolt Proximus ook volop zelf glasvezel uit in de grote steden. Opvallend daarbij is dat het voor een andere architectuur kiest, die lijkt op die van grote concurrent Telenet. Het plaatst ook kabels en kastjes bovengronds, op gevels. En het laat meerdere woningen dezelfde glasvezelkabel delen. Bij Fiberklaar heeft elke woning zijn eigen kabel tot aan de eerste verdeelkast. De voorbije jaren heeft Telenet extra investeringen moeten doen om de verzadiging van zijn netwerk te voorkomen, en dat was onder meer het verminderen van het aantal klanten per netwerksegment. Dreigt Proximus uit krenterigheid een minder robuust netwerk te bouwen, waar later dan nog eens extra in moet worden geïnvesteerd? "Er zal geen enkel kwaliteitsverschil te merken zijn als je via het Fiberklaar-netwerk of via het Proximus-netwerk surft", weerlegt Guillaume Guévar. Hij is verantwoordelijk voor alles wat met glasvezel te maken heeft bij Proximus. "De GPON-technologie die we gebruiken om data te versturen en te ontvangen heeft bovendien nog heel veel marge en er komt ook een nieuwe standaard aan, waardoor we veelvouden van 10 gigabit per seconde zullen kunnen aanbieden. Ons netwerk is ook zo opgebouwd dat we gemakkelijk segmenten kunnen opsplitsen, mocht er ergens een verzadiging dreigen. Maar ik verwacht dat niet direct. In de opstartfase zal niet elke woning met een glasvezelaansluiting opeens een fiberabonnement nemen. Daardoor is er extra capaciteit. Bovendien heeft elk huishouden een ander gebruik. Het piekgebruik verloopt daardoor niet synchroon. Zowel de keuze om meerdere aansluitingen sneller over één kabel te laten gaan, als de keuze voor kabels langs de gevel is puur ingegeven door de dichtheid van de woningen waar we nu glasvezel aanleggen. We kunnen veel sneller en met veel minder hinder mensen aansluiten. De kabels zijn minder dik en we hebben onze kastjes op de gevel zo klein en aantrekkelijk mogelijk gemaakt. Als we gaandeweg in minder dichtbevolkte gebieden terechtkomen, zullen we meer ondergronds gaan en dan vallen de voordelen van de GPON-technologie deels weg. Maar dat zal geen enkel verschil maken voor de gebruiker."Proximus concentreert zich op de grotere stadskernen, in 36 daarvan is het al aan het werk. Maar het laat de rest niet volledig over aan de joint ventures. "Fiberklaar en Unifiber zijn autonome bedrijven. Proximus is aandeelhouder en ik zit in de raad van bestuur van Fiberklaar, maar de joint ventures bepalen zelf hun strategie", zegt Guévar. "Proximus concentreert zich niet alleen op de dichtstbevolkte kernen en Fiberklaar blijft daar niet buiten. In Sint-Niklaas doen we elk een deel van de stad. Proximus legt ook glasvezelaansluitingen bij een nieuwe verkaveling of een groot appartementsproject dat buiten ons huidige werkingsgebied ligt. De overstromingen in Wallonië hebben onze plannen wat bijgestuurd. In Pepinster moeten we het volledige telefoonnetwerk vervangen. We doen dat direct met glasvezel. Samen met Fiberklaar en Unifiber zijn we in een tiental steden aan het werk en er zullen er nog tientallen bij komen. Het is een enorme operatie waardoor we zowel intern als via onze onderaannemers een paar duizenden medewerkers moeten mobiliseren. Maar het is de enige manier om te versnellen. Tegen 2023 wil Proximus op kruissnelheid zitten. Vanaf dan gaan we samen met onze partners jaarlijks ongeveer 10 procent van alle Belgische woningen van glasvezel kunnen voorzien." Tegen 2028 kan Proximus dan wellicht aan 70 procent van alle Belgische huishoudens een supersnel internetabonnement en digitale tv met een betere beeldkwaliteit aanbieden. Zeker voor Vlaanderen betekent dat een kleine revolutie. Proximus kon de afgelopen decennia door zijn afhankelijkheid van de tragere telefoonaansluiting nooit dezelfde kwaliteit bieden als marktleider Telenet. Daardoor heeft Telenet een comfortabele positie. Het heeft 1,7 miljoen klanten die een vast internetabonnement afnemen. Veel belangrijker dan dat getal is het marktaandeel van 60 procent. Zowat elke woning in Vlaanderen heeft een tv-aansluiting. Telenet heeft dus zes op de tien tv-aansluitingen geconverteerd naar een klant. Dat zorgt voor allerlei efficiëntiewinsten. Proximus zal op zijn eigen glasvezelnetwerk met een veel kleinere dekkingsgraad starten en ook de joint ventures zullen wellicht slechts een minderheid kunnen converteren. Al die miljarden voor glasvezel zullen dus niet direct renderen, maar dat schrikt Proximus niet af. "Glasvezel vereist enorme investeringen, daarom kunnen we geen spotgoedkoop abonnement aanbieden", zegt Guévar. "Maar voor het topaanbod, en zeker in combinatie met onze mobiele en tv-diensten, kunnen we ons positioneren als een goedkopere speler. We willen de Vlaamse telecommarkt op zijn minst herbalanceren. Vergeet ook niet dat glasvezel een open netwerk is. We hebben al samenwerkingsovereenkomsten met 32 kleine operatoren die ons netwerk zullen gebruiken. Het worden heel spannende tijden." Proximus mag dan volledig in de ban van glasvezel zijn, Telenet blijft voorlopig zweren bij de coaxaansluitingen bij mensen thuis. "Ons netwerk is het enige dat nu al overal in Vlaanderen snelheden van 1 gigabit kan aanbieden", zegt Bart Acke, verantwoordelijk voor het vaste en mobiele netwerk van Telenet. "Sommige partijen in de markt overdrijven wat over glasvezel. De vertraging (of latency) is met glasvezel inderdaad heel laag, maar het verschil met ons hybride fiber-coaxnetwerk bedraagt minder dan enkele milliseconden. Dat is verwaarloosbaar. Onlinegamers (gamen is een van de meest belastende activiteiten, nvdr) gaan daar bijvoorbeeld niks van merken. We zijn voor alle duidelijkheid agnostisch, in nieuwbouwprojecten leggen wij ook al glasvezel en onze bedrijfsklanten zitten al jaren op fiber. Maar de coaxaansluiting heeft nog altijd veel marge. Binnenkort kunnen we bijvoorbeeld naar een nieuwe standaard overschakelen, waardoor we gebruikers meerdere gigabit per seconde kunnen aanbieden. We kunnen met andere, beperkte investeringen onze capaciteit nog opdrijven." Proximus, en andere operatoren die via het nieuwe glasvezelnetwerk werken, kunnen de netwerkkwaliteit van Telenet inhalen in grote delen van Vlaanderen. "We communiceren naar klanten al lang over ons volledige aanbod met tv en mobiele diensten", zegt Telenet-communicatiedirecteur Stefan Coenjaerts. "Maar we willen heel duidelijk zijn dat onze klanten nog altijd heel goed zitten qua snelheid voor vast internet, overal in Vlaanderen en in twee derde van Brussel." Die geruststellende woorden over de coaxaansluiting staan een beetje in contrast met de aankondigingen die Telenet afgelopen week deed bij de jaarresultaten. Het is nog altijd van plan zijn vaste netwerk onder te brengen in de nieuwe joint venture Netco met de publieke infrastructuurbeheerder Fluvius. Het kondigde tegelijk een forse groei van de investeringen in het vaste netwerk aan. Volgens analisten wijst dat erop dat Telenet beseft dat het achterloopt in glasvezel en straks in een ondergeschikte positie terechtkomt. "Fluvius is de eigenaar van een derde van het kabelnetwerk in Vlaanderen, wij hebben de rest", zegt Coenjaerts. "Het is logisch dat wij samen bekijken hoe we de grote investeringen in dat netwerk verder willen aanpakken. We zijn natuurlijk niet blind voor nieuwe technologieën en zullen samen bekijken wat de beste technologie is voor de volgende tien tot twintig jaar." In de sector wordt de joint venture tussen Telenet en Fluvius met argusogen gevolgd. Ook Proximus kijkt kritisch naar de samenwerking. Het bedrijf is voor de helft in handen van de overheid, maar de investering in glasvezel gebeurt volledig met eigen cash, terwijl dat bij Fluvius, waar de gemeenten de voornaamste aandeelhouder zijn, nog niet duidelijk is. Proximus is beducht voor een scenario waarin de Vlaamse belastingbetaler op de een of andere manier de plannen van Fluvius en Telenet zal meefinancieren. Bij een eerder experiment met glasvezelaansluitingen heeft Fluvius benadrukt dat de glasvezelinvesteringen niet zouden leiden tot hogere bijdragen op de energiefactuur. Ingewijden vragen zich daarnaast af of het al niet te laat is. Wellicht kan de joint venture pas in het najaar starten, een eventueel glasvezeloffensief start hoe dan ook met vertraging. Ondertussen zullen Proximus en Fiberklaar al vergevorderd zijn in de uitrol van glasvezelaansluitingen. Het is nog maar de vraag of de Vlaming het over enkele jaren nog ziet zitten dat Telenet zijn coaxaansluiting komt vervangen door een extra glasvezelaansluiting. Met de eerste glasvezelaansluiting zal hij al toegang hebben tot een ruime waaier aan telecomoperatoren die supersnel internet aanbieden. Los van hoe de strijd tussen Telenet en Proximus de komende jaren uitdraait, zal de Vlaamse telecommarkt grondig worden hertekend. Het is nog niet duidelijk wie het netwerk van Fiberklaar op lange termijn zal controleren. Proximus bezit 49 procent van Fiberklaar, het Zweedse investeringsfonds EQT iets meer dan 50 procent. Als dat Vlaamse netwerk van minimaal 1,5 miljoen glasvezelaansluitingen er volledig ligt, zal EQT er wellicht snel uitstappen. "Die kans is reëel", zegt Rik Missault, de CEO van Fiberklaar. "Over zes tot zeven jaar is de bouw afgerond en EQT spitst zich niet echt toe op het beheer van glasvezelnetwerken. Op de glasvezelmarkt zijn al gelijkaardige transacties geweest in Nederland. Ik denk dat die markt bij ons ook zal leven. De stabiele inkomsten zullen zeker ook Belgische partijen aanspreken. Het is nog te vroeg om daar concrete dingen over te zeggen, behalve dat we aandeelhouders hopen te hebben die op lange termijn denken, die ons ondersteunen in onze missie om een zeer kwalitatief netwerk te kunnen aanbieden tegen een scherpe prijs."