Als de doelstellingen van het Akkoord van Parijs wel worden bereikt, zullen veel olieprojecten niet het rendement opleveren waar hun investeerders op rekenen, laat de analyse zien.

Het rapport van Carbon Tracker, een Londense denktank die de wereldwijde transitie naar schonere energie analyseert, bespreekt vijf projecten die bijzonder afhankelijk zijn van falende klimaatactie. En die vijf, dat hadden er ook duizend kunnen zijn, zegt voormalig BP-geoloog Mike Coffin, een van de auteurs van het rapport.

Het gaat om de uitbreiding van de olieprojecten Lower Fars in Koeweit, het Bosi-veld van Shell en ExxonMobil in Nigeria, het Tupi-project van Petrobras en de Bacalhau- en Ichalkil Full-projecten in respectievelijk Brazilië en Mexico van Equinor en ExxonMobil.

Vier van de vijf projecten zijn offshore (olievelden dichtbij de kust in de zee): die zijn doorgaans groter en daarom duurder en tijdrovender om te bouwen. Allemaal vereisen ze een olieprijs van minstens 50 dollar per vat om break-even te draaien.

Vraag naar olie zal dalen

'Bedrijven zien de hoge prijzen als een enorm reclamebord dat wijst op investeren in meer aanbod', zegt olie- en gasanalist Axel Dalman, hoofdauteur van het rapport. 'Maar dat kan omslaan in een nachtmerrie als ze doorgaan met projecten die olie leveren tegen de tijd dat de vraag begint af te nemen. Als de prijzen dalen kunnen aandeelhouders te maken krijgen met catastrofale waardevernietiging.'

Het rapport voorspelt dat de vraag naar olie en de huidige hoge olieprijs van zo'n 90 dollar per vat niet lang zullen aanhouden, vooral vanwege de wereldwijde overgang naar schone energie, met name voor voertuigen.

Bij een opwarmingsscenario van 1,8 graden Celsius zal de vraag naar olie een piek bereiken en daarna snel dalen. Om hun winst te maximaliseren zouden fossiele brandstofbedrijven alleen nog aan de stijgende vraag moeten voldoen met kortdurende schalieprojecten, die sneller rendement opleveren, stelt Carbon Tracker in het rapport.

50 dollar per vat

Om de opwarming van de aarde te beperken tot het meest ambitieuze doel uit het Akkoord van Parijs - 1,5 graden - is er geen ruimte voor nieuwe olie- en gasproductie (inclusief schaliegas en olie), zegt het Internationaal Energie Agentschap.

Maar, zo legt Coffin uit, zelfs als de wereldwijde vraag naar olie daalt en de projecten hun investeerders gaan teleurstellen, zullen veel bedrijven koste wat kost doorgaan. Met de enorme bedragen die dan al zijn uitgegeven, zullen de resterende kosten immers worden gedekt door de opbrengsten, is het idee.

Van de vijf projecten is het Lower Fars-project van staatsbedrijf Kuwait Petroleum Corporation het duurste, met een kost van 7,5 miljard dollar. Het project maakt deel uit van het enorme onshore Ratqa-veld in het noorden van Koeweit.

Om 10 procent rendement op hun investeringen te halen, het standaardpercentage van energie-onderzoeksinstituut Rystad, rekent het project op een aanhoudende hoge olieprijs van 50 dollar per vat. En dat betekent een enorme vraag naar olie, wat onverenigbaar is met het behalen van de wereldwijde klimaatdoelstellingen.

Geen hoop op klimaatbeleid

'Dit soort projecten speculeren op een wanhopige wereld waarin olie voor hogere prijzen verhandeld kan blijven worden, omdat de hoop om klimaatverandering te beteugelen is verloren', zegt Glada Lahn, Golfregio-analist van de Britse denktank Chatham House. 'Geen enkele verstandige belegger zou op een toekomst gebaseerd op zware olie moeten vertrouwen.'

Het Koeweitse project is zowel vanuit ecologisch als economisch oogpunt 'afschuwelijk', zegt Lahn, omdat er enorm veel energie en water voor nodig is om de olie uit de grond te halen en om te zetten in vloeistof die vervoerd kan worden.

Koeweit is lid van de OPEC-club van olieproducerende landen, die verwacht dat de vraag naar olie pas in de late jaren 2030 zal pieken. 'Dit is waarom de olieproductie zich nog altijd ontwikkelt', zegt research fellow aan de Nationale universiteit van Singapore Aisha Al-Sarihi, die in verschillende Golfstaten aan klimaatbeleid heeft gewerkt. Zo heeft het emiraat als doel om tegen 2040 vier miljoen vaten ruwe olie per dag te produceren, nog 2,4 miljoen in 2020.

Koeweit heeft naar verluidt het eerste staatsinvesteringsfonds ter wereld, dat olieopbrengsten investeert in een reeks sectoren om 'toekomstige generaties in staat te stellen de onzekerheden die voor ons liggen met meer vertrouwen tegemoet te treden'.

Investeren in energietransitie

'Het land zou dringend moeten investeren in een binnenlandse transitie', zegt Lahn. 'Die 7,5 miljard dollar zou veel beter besteed kunnen worden aan efficiëntie en klimaatbestendigheid.'

Koeweit heeft in toenemende mate te kampen met hittegolven, watertekorten, stof- en zandstormen en stijgende zeespiegels. Volgens het laatste klimaatplan van de regering worden deze allemaal verergerd door klimaatverandering.

Al-Sarihi vindt dat Koeweit zijn olie-inkomsten daarom moet gebruiken om te investeren in economische diversificatie, hernieuwbare energiebronnen en waterstof. Als de opbrengsten van het Lower Fars-project laag zijn, zullen de Koeweitse burgers eronder lijden omdat de overheid dan minder olie-opbrengsten te besteden heeft.

Verlies van banen

Toch is het ook niet verstandig als fossiele bedrijven zich halsoverkop terugtrekken uit dit soort projecten, zegt de Nigeriaanse hoogleraar Milieu en Ontwikkeling Chukwumerije Okereke.

Hoewel Nigeria kwetsbaar is voor klimaatverandering, is het ook economisch afhankelijk van olie. Het land kent een armoedepercentage van 40 procent, vier keer hoger dan het wereldwijde gemiddelde. En olie en gas zorgen er voor de overgrote meerderheid van de overheidsinkomsten.

Shell en ExxonMobil hebben aangekondigd het Bosi offshore-olieveld te zullen ontwikkelen. Carbon Tracker constateert nu dat het project 6,7 miljard dollar aan kapitaaluitgaven nodig heeft, pas in 2029 zal beginnen met het oppompen van olie en voor rendement rekent op een hoge olieprijs van 50 dollar per vat.

Shell heeft beloofd zijn olieproductie met 1 tot 2 procent per jaar te verlagen en zich te richten op kwaliteit boven kwantiteit, waardoor het voorzichtiger is in dure of controversiële projecten te stappen. Zou Shell uit dit project stappen, dan zullen de Nigeriaanse belastingbetalers en arbeiders eronder lijden.

Okereke: 'Oliewinning is in Nigeria een belangrijke bron van klimaatvervuiling, maar voorlopig ook nog steeds de levensader van de Nigeriaanse economie. Dat is zorgelijk. Nigeria moet kiezen tussen twee kwaden wat betreft de teruglopende opbrengsten en de klimaatverandering.'

Behalve de wereldwijde energietransitie hebben ook lokale factoren zoals onveiligheid en aantasting van het milieu de oliemaatschappijen ertoe gebracht hun inzet voor olieboringen in Nigeria te heroverwegen, zegt Okereke.

'Het is triest dat de armen het meest worden getroffen door het verlies van banen als gevolg van deze ongeplande energietransitie in Nigeria.'

Als de doelstellingen van het Akkoord van Parijs wel worden bereikt, zullen veel olieprojecten niet het rendement opleveren waar hun investeerders op rekenen, laat de analyse zien. Het rapport van Carbon Tracker, een Londense denktank die de wereldwijde transitie naar schonere energie analyseert, bespreekt vijf projecten die bijzonder afhankelijk zijn van falende klimaatactie. En die vijf, dat hadden er ook duizend kunnen zijn, zegt voormalig BP-geoloog Mike Coffin, een van de auteurs van het rapport.Het gaat om de uitbreiding van de olieprojecten Lower Fars in Koeweit, het Bosi-veld van Shell en ExxonMobil in Nigeria, het Tupi-project van Petrobras en de Bacalhau- en Ichalkil Full-projecten in respectievelijk Brazilië en Mexico van Equinor en ExxonMobil.Vier van de vijf projecten zijn offshore (olievelden dichtbij de kust in de zee): die zijn doorgaans groter en daarom duurder en tijdrovender om te bouwen. Allemaal vereisen ze een olieprijs van minstens 50 dollar per vat om break-even te draaien.'Bedrijven zien de hoge prijzen als een enorm reclamebord dat wijst op investeren in meer aanbod', zegt olie- en gasanalist Axel Dalman, hoofdauteur van het rapport. 'Maar dat kan omslaan in een nachtmerrie als ze doorgaan met projecten die olie leveren tegen de tijd dat de vraag begint af te nemen. Als de prijzen dalen kunnen aandeelhouders te maken krijgen met catastrofale waardevernietiging.'Het rapport voorspelt dat de vraag naar olie en de huidige hoge olieprijs van zo'n 90 dollar per vat niet lang zullen aanhouden, vooral vanwege de wereldwijde overgang naar schone energie, met name voor voertuigen.Bij een opwarmingsscenario van 1,8 graden Celsius zal de vraag naar olie een piek bereiken en daarna snel dalen. Om hun winst te maximaliseren zouden fossiele brandstofbedrijven alleen nog aan de stijgende vraag moeten voldoen met kortdurende schalieprojecten, die sneller rendement opleveren, stelt Carbon Tracker in het rapport. Om de opwarming van de aarde te beperken tot het meest ambitieuze doel uit het Akkoord van Parijs - 1,5 graden - is er geen ruimte voor nieuwe olie- en gasproductie (inclusief schaliegas en olie), zegt het Internationaal Energie Agentschap.Maar, zo legt Coffin uit, zelfs als de wereldwijde vraag naar olie daalt en de projecten hun investeerders gaan teleurstellen, zullen veel bedrijven koste wat kost doorgaan. Met de enorme bedragen die dan al zijn uitgegeven, zullen de resterende kosten immers worden gedekt door de opbrengsten, is het idee.Van de vijf projecten is het Lower Fars-project van staatsbedrijf Kuwait Petroleum Corporation het duurste, met een kost van 7,5 miljard dollar. Het project maakt deel uit van het enorme onshore Ratqa-veld in het noorden van Koeweit.Om 10 procent rendement op hun investeringen te halen, het standaardpercentage van energie-onderzoeksinstituut Rystad, rekent het project op een aanhoudende hoge olieprijs van 50 dollar per vat. En dat betekent een enorme vraag naar olie, wat onverenigbaar is met het behalen van de wereldwijde klimaatdoelstellingen.Geen hoop op klimaatbeleid 'Dit soort projecten speculeren op een wanhopige wereld waarin olie voor hogere prijzen verhandeld kan blijven worden, omdat de hoop om klimaatverandering te beteugelen is verloren', zegt Glada Lahn, Golfregio-analist van de Britse denktank Chatham House. 'Geen enkele verstandige belegger zou op een toekomst gebaseerd op zware olie moeten vertrouwen.'Het Koeweitse project is zowel vanuit ecologisch als economisch oogpunt 'afschuwelijk', zegt Lahn, omdat er enorm veel energie en water voor nodig is om de olie uit de grond te halen en om te zetten in vloeistof die vervoerd kan worden.Koeweit is lid van de OPEC-club van olieproducerende landen, die verwacht dat de vraag naar olie pas in de late jaren 2030 zal pieken. 'Dit is waarom de olieproductie zich nog altijd ontwikkelt', zegt research fellow aan de Nationale universiteit van Singapore Aisha Al-Sarihi, die in verschillende Golfstaten aan klimaatbeleid heeft gewerkt. Zo heeft het emiraat als doel om tegen 2040 vier miljoen vaten ruwe olie per dag te produceren, nog 2,4 miljoen in 2020.Koeweit heeft naar verluidt het eerste staatsinvesteringsfonds ter wereld, dat olieopbrengsten investeert in een reeks sectoren om 'toekomstige generaties in staat te stellen de onzekerheden die voor ons liggen met meer vertrouwen tegemoet te treden'.'Het land zou dringend moeten investeren in een binnenlandse transitie', zegt Lahn. 'Die 7,5 miljard dollar zou veel beter besteed kunnen worden aan efficiëntie en klimaatbestendigheid.'Koeweit heeft in toenemende mate te kampen met hittegolven, watertekorten, stof- en zandstormen en stijgende zeespiegels. Volgens het laatste klimaatplan van de regering worden deze allemaal verergerd door klimaatverandering.Al-Sarihi vindt dat Koeweit zijn olie-inkomsten daarom moet gebruiken om te investeren in economische diversificatie, hernieuwbare energiebronnen en waterstof. Als de opbrengsten van het Lower Fars-project laag zijn, zullen de Koeweitse burgers eronder lijden omdat de overheid dan minder olie-opbrengsten te besteden heeft.Toch is het ook niet verstandig als fossiele bedrijven zich halsoverkop terugtrekken uit dit soort projecten, zegt de Nigeriaanse hoogleraar Milieu en Ontwikkeling Chukwumerije Okereke. Hoewel Nigeria kwetsbaar is voor klimaatverandering, is het ook economisch afhankelijk van olie. Het land kent een armoedepercentage van 40 procent, vier keer hoger dan het wereldwijde gemiddelde. En olie en gas zorgen er voor de overgrote meerderheid van de overheidsinkomsten. Shell en ExxonMobil hebben aangekondigd het Bosi offshore-olieveld te zullen ontwikkelen. Carbon Tracker constateert nu dat het project 6,7 miljard dollar aan kapitaaluitgaven nodig heeft, pas in 2029 zal beginnen met het oppompen van olie en voor rendement rekent op een hoge olieprijs van 50 dollar per vat.Shell heeft beloofd zijn olieproductie met 1 tot 2 procent per jaar te verlagen en zich te richten op kwaliteit boven kwantiteit, waardoor het voorzichtiger is in dure of controversiële projecten te stappen. Zou Shell uit dit project stappen, dan zullen de Nigeriaanse belastingbetalers en arbeiders eronder lijden. Okereke: 'Oliewinning is in Nigeria een belangrijke bron van klimaatvervuiling, maar voorlopig ook nog steeds de levensader van de Nigeriaanse economie. Dat is zorgelijk. Nigeria moet kiezen tussen twee kwaden wat betreft de teruglopende opbrengsten en de klimaatverandering.' Behalve de wereldwijde energietransitie hebben ook lokale factoren zoals onveiligheid en aantasting van het milieu de oliemaatschappijen ertoe gebracht hun inzet voor olieboringen in Nigeria te heroverwegen, zegt Okereke. 'Het is triest dat de armen het meest worden getroffen door het verlies van banen als gevolg van deze ongeplande energietransitie in Nigeria.'