Het Europese establishment schoot wakker toen de Chinese fabrikant van huishoudapparaten Midea in 2015 het Duitse roboticabedrijf Kuka overnam voor 4,5 miljard euro. Sindsdien hebben nog enkele spraakmakende Chinese overnames de vrees voor het gele gevaar aangewakkerd. Zo kocht het Chinese Geely, dat in 2008 Volvo had overgenomen, voor 8 miljard bijna 10 procent van de Duitse autobouwer Daimler. De Chinese overname die de kroon spant, is die van het Zwitserse agrochemiebedrijf Syngenta door ChemChina voor maar liefst 43 miljard dollar. Andere chemiereuzen zoals BASF en Dow dongen ook mee, maar zij hadden slechts 38 miljard dollar veil voor het bedrijf.

Investigate Europe en Trends brachten alle Chinese overnames en investeringen boven 100 miljoen dollar in Europa in kaart op basis van cijfers van het American Enterprise Institute. De voorbije vijftien jaar investeerden de Chinezen net geen 320 miljard dollar in Europa. In België gaat het om 4 miljard dollar, waarvan de participatie van de Chinese verzekeraar Ping An in Fortis in 2007, goed voor 2,7 miljard dollar, de grootste en oudste is. Duitsland heeft met 51 miljard dollar het meeste Chinese geld aangetrokken. Daarna komen Frankrijk met 24 miljard dollar en Italië met 21 miljard. Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk zijn niet meegerekend, omdat die fungeren als financiële centra, wat het beeld vertekent.

Oneerlijke concurrentie, een ongelijk speelveld en een gebrek aan wederkerigheid is de belangrijkste kritiek van de Europese Unie op China

Het bedrag dat China jaarlijks in Europa investeert, groeit almaar. Voor 2013 lag dat steevast nog onder 13 miljard dollar. Sindsdien is het niet meer onder 25 miljard dollar gezakt, sinds 2016 zelfs niet meer onder 50 miljard.

Gebrek aan wederkerigheid

Die vaststelling heeft de schrik er doen inslaan bij de Europese beleidsmakers. Als reactie lanceerde de aftredende Europese Commissie-Juncker in maart een nieuwe China-strategie, die veel assertiever klonk dan voordien. Drie jaar terug zag de Europese Unie zich nog als partner van de hervormingen in China. In haar nieuwe strategie ziet de Europese Commissie China als een systemische rivaal. Daarnaast hakt de Commissie stevig in op de staatssubsidies aan Chinese bedrijven en op de Chinese overheid die bepaalde sectoren structureel afsluit voor buitenlandse bedrijven. Oneerlijke concurrentie, een ongelijk speelveld en een gebrek aan wederkerigheid is in een notendop de belangrijkste kritiek van de Europese Unie op China.

SYNGENTA De verkoop aan ChemChina voor 43 miljard dollar is de duurste Chinese overname. © EPA

"Wederkerigheid is de basis voor elke handelsrelatie", zegt Pierre Defraigne van de College of Europe in Brugge. Hij was ook kabinetschef van Eurocommissaris voor Handel Pascal Lamy. "Als we China te veel ruimte op onze markten hebben gegeven, moeten we die weer inperken. Maar de Europese Unie moet met één stem met China spreken. Nu spreken de Chinese leiders vooral met de individuele lidstaten en zijn de ontmoetingen met de Europese Unie een formaliteit."

Europa reageert

Om dat aan te pakken vaardigde de Europese Commissie een verordening uit die de lidstaten verplicht buitenlandse directe investeringen te screenen. Momenteel doen slechts twaalf lidstaten dat. Ons land is daar niet bij. Sommigen noemen die verplichte screening een zwak antwoord op het agressieve Chinese staatskapitalisme, anderen vinden het een stap in de goede richting, waar de Europese Unie nog veel verder in moet gaan.

De studiedienst van de Commissie bracht tegelijk met de verordening een rapport uit over de buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie. Daaruit blijkt dat het Chinese investeringsgevaar nog meevalt. Het rapport keek naar alle Europese bedrijven die in buitenlandse handen zijn. In 2016 was 29 procent Amerikaans eigendom en slechts 9 procent in Chinees eigendom. Dat verschil is nog groter als wordt gekeken naar de waarde van de Europese activa in buitenlandse handen. Dan staat de Verenigde Staten op kop met 62 procent en China op de zesde plaats met een luttele 3 procent.

De Europese overnamemarkt bevestigt dat beeld. In 2017 gebeurde 46 procent van de Europese overnames door Amerikaanse of Canadese bedrijven, en slechts 7 procent door Chinese. Het zal dus nog even duren vooraleer de economische verstrengeling tussen de Europese Unie en China die met de Verenigde Staten evenaart.

Een kwestie van geduld

Opvallend is dat vooral Chinese staatsbedrijven in Europa investeren. Zij zijn goed voor 60 procent van de inkomende investeringen. Bovendien is van de overige 40 procent niet duidelijk in hoeverre die onrechtstreeks staatssteun krijgen, bijvoorbeeld via goedkope leningen van Chinese staatsbanken. De Chinese missie aan de Europese Unie weerlegt echter de kritiek van verdoken staatssubsidies. "Daar is geen enkel bewijs voor", stelt Chinees diplomaat Shi Wei. "Waarom heeft de Commissie dan al die grote overnames goedgekeurd?" voegt zijn collega Zhang Yun toe.

Een andere manier waarmee de Europese Commissie de druk op China wil opvoeren, is de toegang tot de Europese markt voor openbare aanbestedingen te beperken. Daarmee wil het meer wederkerigheid afdwingen en de toegang voor Europese bedrijven tot de Chinese markt forceren. Momenteel zijn dertien sectoren daar nog volledig afgesloten voor buitenlandse bedrijven, waaronder landbouw, luchtvaart en de media. "China is nog volop bezig zijn markten op te stellen. Het is een kwestie van geduld", zegt Zhang Yu.

Gevoelloze fout

Ondanks de paniekreactie van de Europese Commissie zijn veel bedrijven wel te spreken over hun Chinese overnemers of investeerders. Zo ook in de haven van Zeebrugge, waar het Chinese staatsbedrijf Cosco de enige actieve containerterminal heeft overgenomen. "De investering van Cosco was cruciaal voor ons voortbestaan", vertelt Carla Debart, manager van de CSP Terminal. "Zij trekken sterk de kaart van Zeebrugge en willen de activiteiten hier verder uitbreiden. Operationeel is er niets veranderd. Het lokale management is behouden en we besturen de terminal zoals voordien."

In de rest van Europa klinkt dezelfde tevredenheid bij bedrijven die in Chinese handen zijn gevallen. "We investeren twee keer zoveel als onder onze vorige aandeelhouders en er zijn plannen om drie nieuwe fabrieken in Duitsland te bouwen", vertelt Frank Stieler, de CEO van machinebouwer KraussMaffei. ChemChina nam het Duitse bedrijf in 2016 over voor 1 miljard dollar. Zo klinkt het ook bij de Noorse siliconenspecialist Elkem, dat eveneens in handen van ChemChina was. "Wij horen geen slecht woord over de Chinese aandeelhouders", vertelt Per Roar Aas, vakbondsvertegenwoordiger bij Elkem. "Het zijn standvastige industriële ondernemers die naar de lange termijn kijken." Ook Carla Debart merkt dat de financiële middelen iets vlotter voorhanden zijn. "We moeten onze investeringsaanvragen ernstig onderbouwen, maar zodra ze goedgekeurd zijn, zijn de middelen makkelijk beschikbaar." In sommige gevallen durft het Chinese aandeelhouderschap een lelijke politieke angel te hebben. Zo verontschuldigde Dieter Zetsche, de CEO van Daimler, zich openlijk in een brief voor "het leed en het verdriet jegens het Chinese volk door een gevoelloze en nalatige fout". Die fout? In een Instagram-advertentie had een marketingmedewerker van Daimler een citaat van de Dalai Lama gebruikt. Dat bleek voldoende om de CEO van een 's werelds grootste autobouwers op de knieën te krijgen. "China gebruikt zijn economische macht zonder scrupules om de politiek en de publieke opinie te beïnvloeden", zegt Jörg Wutke, het hoofd van de Europese Kamer van Koophandel in China.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Investigate Europe, een pan-Europees collectief van onderzoeksjournalisten.