Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, ontdekt Donald Trump dag na dag. De Amerikaanse president probeerde de economie het voorbije halfjaar zo veel mogelijk te sparen door de lockdowns snel op te heffen. Het leverde de Verenigde Staten een recordaantal doden op, 215.000, en een geschatte economische krimp van 6,5 procent voor 2020. Die nooit gezien harde daling staat in schril contrast met de - weliswaar bescheiden - groei van China, dat na een faliekant afgelopen doofpotoperatie hard ingreep om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.
...

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, ontdekt Donald Trump dag na dag. De Amerikaanse president probeerde de economie het voorbije halfjaar zo veel mogelijk te sparen door de lockdowns snel op te heffen. Het leverde de Verenigde Staten een recordaantal doden op, 215.000, en een geschatte economische krimp van 6,5 procent voor 2020. Die nooit gezien harde daling staat in schril contrast met de - weliswaar bescheiden - groei van China, dat na een faliekant afgelopen doofpotoperatie hard ingreep om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. China kon deze zomer al een ererondje lopen. Het leven hernam er min of meer zijn gangetje. In augustus maakte het magazine Fortune zijn jaarlijkse ranking van 's werelds grootste bedrijven bekend, op basis van de omzet. Voor het eerst staan meer Chinese dan Amerikaanse bedrijven in de Fortune 500. Met de Taiwanese erbij is de score 133 tegen 121. De grootste Chinese bedrijven zijn weliswaar nog altijd overheidsvehikels, zoals Sinopec of State Grid. Jawel, hetzelfde State Grid dat zich tevergeefs probeerde in te kopen bij de Vlaamse netbeheerder Eandis. De relatieve achteruitgang van Amerikaanse bedrijven viel te verwachten. Veel dominante Amerikaanse ondernemingen behoorden in hun sector bij de pioniers en zo'n eerste voorsprong is moeilijk vast te houden. "Kopiëren is nu eenmaal gemakkelijker dan zelf iets te moeten uitvinden. Al zijn veel Chinese bedrijven ondertussen geen copycats meer, ze profiteren van hun eigen innovatie", vertelt professor Jan De Loecker. Samen met zijn collega Jan Eeckhout is hij een autoriteit in onderzoek naar de marktmacht van bedrijven. "In de Verenigde Staten kunnen mensen enorm worden beloond voor hun goede ideeën. Dat heeft natuurlijk ook te maken met hun eengemaakte markt. De Verenigde Staten tellen 300 miljoen inwoners. Er is één cultureel kader, één wisselkoers en één taal. Europese bedrijven botsen in hun thuismarkt op meer drempels. Zeker voor Amerikaanse bedrijven die zich richten op consumenten, is hun grote thuismarkt een zegen. De Verenigde Staten hebben een heel dynamische economie die regelmatig nieuwe topbedrijven baart. Maar er zijn indicaties dat het mechanisme sputtert. De reële lonen van de middenklasse zijn er eigenlijk niet meer gestegen sinds de jaren tachtig, terwijl de productiviteit wel is toegenomen. Dat wijst op een gebrek aan concurrentie en een te grote marktmacht van de dominante bedrijven. Die kunnen te veel hun wil opleggen aan leveranciers, consumenten en werknemers. Wij onderzoeken het gebrek aan concurrentie op basis van de winstmarge. Hoge winstmarges zijn niet altijd een probleem. Maar een globale stijging zoals in de Verenigde Staten - maar ook in de rest van de wereld - kan wijzen op te veel marktmacht van de grote bedrijven." Deze generatie Amerikaanse giganten is wellicht te machtig voor hun bestwil. Ze versmachten nieuwe lokale concurrenten, al kunnen ze internationaal nog meer nieuwe markten naar zich toe te trekken. "Maar grote delen van de wereldeconomie zijn nog altijd lokaal gesegmenteerd", nuanceert De Loecker. "De marktleiders in de financiële sector verschillen bijvoorbeeld nog altijd van land tot land. In veel sectoren zijn de internationaal dominante groepen het resultaat van grensoverschrijdende fusies. Kijk maar naar de autoproducenten of AB InBev. Is de grootste brouwer ter wereld na al die fusies en overnames nog altijd een Belgisch bedrijf? Natuurlijk zijn er veel zuiver Amerikaanse bedrijven die hun sector domineren. De meest voor de hand liggende voorbeelden zijn de farma- en de techbedrijven. De grote voorsprong van de Amerikaanse economie zit in de tech. Amazon, Google en andere techgiganten zijn niet alleen dominante spelers met producten en diensten die onze productiviteit verhogen. Het zijn ook privé-universiteiten die enorme bedragen investeren in enorme teams van toponderzoekers. Alleen moeten de Verenigde Staten op dit moment te veel leunen op hun grote bedrijven om te innoveren. De overheid investeert veel minder in onderzoek en innovatie dan in de jaren zestig deed in het ruimteagentschap NASA en andere publieke instellingen." Toch is de Amerikaanse bigtech niet oppermachtig. De voorbije jaren werd duidelijk dat ze in een aantal cruciale sectoren haar voorsprong kwijt is. De Verenigde Staten spelen bijvoorbeeld slechts een bijrol in de telecominfrastructuur. Draadloze netwerken, in het bijzonder het supersnelle 5G, worden cruciaal om machines en infrastructuur beter met elkaar te doen communiceren. Het risico op spionage en sabotage loert om de hoek. De Amerikaanse overheid, zelf geen heilig boontje in cyberoorlogsvoering, is er als de dood voor dat Chinese telecomapparatuur voor 5G gebruikt wordt. Trump heeft daardoor brede steun om marktleider Huawei hard aan te pakken met een boycot. De Belgische telecomoperatoren Proximus en Orange kiezen al voor apparatuur van het Europese Nokia en Ericsson voor 5G. Ze ontkennen dat Amerikaanse druk een factor was, maar een keuze voor Huawei of een andere Chinese leverancier had voor het NAVO-hoofdkwartier in Brussel het einde kunnen betekenen. Het Amerikaanse leger ligt ook wakker van computerchips, die vooral in Azië worden geproduceerd. De Verenigde Staten zijn bang dat ze bij een conflict met China afgesneden worden van die alomtegenwoordige en cruciale componenten. Het Amerikaanse kroonjuweel Intel heeft bovendien alle moeite van de wereld om in zijn lokale fabrieken voldoende van de meest geavanceerde computerchips te maken. De productie vergt een nauwkeurigheid van 7 nanometer, om zo veel mogelijk rekenkracht op een minuscule chip te krijgen. Ter vergelijking: menselijk haar is 80.000 tot 100.000 nanometer breed. Het Amerikaanse leger is nu bereid miljarden aan subsidies te geven aan het Taiwanese TSMC. Die onderaannemer van onder meer Apple moet dan in de Verenigde Staten een geavanceerde chipfabriek bouwen. Een andere blamage is TikTok. De app om korte video's te delen is een waanzinnige hit, vooral bij jongeren. TikTok is eigendom van het Chinese Bytedance, dat op zijn thuismarkt met Douyin een soortgelijke hit heeft. Bytedance kan door de combinatie van beide apps het enige netwerk worden waarop adverteerders op een wereldwijde schaal gepersonaliseerde campagnes kunnen aanbieden. Daardoor is het in recordtijd uitgegroeid tot de voornaamste concurrent van Facebook en diens zusterapp Instagram, die niet in China actief mogen zijn. Het succes van TikTok is een nare wake-upcall voor de Verenigde Staten, schreef de invloedrijke Britse techanalist Ben Evans onlangs op Twitter. Hij was lang een van de naaste adviseurs van de Amerikaanse internetpionier Marc Andreesen. "TikTok stelt Amerikanen voor de vraag waar Europeanen al twintig jaar mee worstelen. Veel van je burgers gebruiken een internetplatform dat elders is gemaakt. Een platform dat geen moer geeft om je wetten of je culturele gebruiken, en geen politieke verantwoording wil afleggen." Het antwoord leek simpel voor Trump. Eind deze zomer kondigde hij aan dat TikTok deze herfst niet meer in de Verenigde Staten mag opereren, tenzij Bytedance het verkoopt aan een Amerikaanse partij. Ook deze keer is de nationale veiligheid het argument. Via de app zouden de Chinese veiligheidsdiensten gevoelige data van honderden miljoenen Amerikanen in hun bezit krijgen en de Amerikaanse publieke opinie kunnen manipuleren. Ondertussen blijkt Trump een beetje gebluft te hebben. Bytedance kan via een regeling met Oracle, geleid door Trump-fan Larry Ellison, de controle over zijn goudhaantje behouden. TikTok wordt gezien als een dubbele waarschuwing. Niet alleen zijn Chinese bedrijven in staat miljarden zieltjes te winnen met hun digitale producten, ze doen dat bovendien met een heel geavanceerde technologie. De enorme populariteit van de video-app zou te danken zijn aan de achterliggende software, die er met artificiële intelligentie een verslavend en gepersonaliseerd tv-kanaal van maakt. TikTok is met andere woorden een demonstratie van China's expertise in artificiële intelligentie, een technologie die even revolutionair is als elektriciteit in de 19de eeuw. Het lijkt erop dat de Verenigde Staten hun superioriteit verliezen in dé technologie van de 21ste eeuw, maar volgens Jonathan Berte, de CEO van de AI-expert Robovision, steken Amerikaanse bedrijven er nog altijd met kop en schouders boven uit. "China heeft inderdaad een enorme pool van talent die de grenzen van de artificiële intelligentie mee verlegt", zegt Berte. "Maar vergeet niet dat Tensorflow, Pytorch en andere basissoftware van Amerikaanse makelij zijn. Bovendien zijn het Amerikaanse Google en Nvidia spilfiguren in het ecosysteem van de artificiële intelligentie. TikTok mag je niet op hun niveau zetten. De meest geavanceerde kennis zit echt nog wel in de Verenigde Staten. Op korte termijn zit de bedreiging in de gespecialiseerde chips en hardware voor artificiële intelligentie, die grotendeels in China geproduceerd worden. Dat is vooral een geopolitieke kwestie, maar wel een met verstrekkende gevolgen. Zelfs zonder Trump zullen de Verenigde Staten weer meer muren optrekken tussen de Amerikaanse en de Chinese techsector." De vraag is of handelsbeperkingen voldoende zijn om de economische macht van de Verenigde Staten te vrijwaren. "Je moet naar de fundamenten kijken, en die zijn nog altijd goed", zegt Jacques Bughin. De Belg adviseert onder meer het bekende durfkapitaalfonds Fortino en had voordien een topfunctie bij de consultant McKinsey. Hij was ook een van de drie directeuren van de prestigieuze interne denktank van McKinsey. "Het is niet de eerste keer dat de Verenigde Staten een economische concurrent krijgen, denk maar aan Japan in de jaren tachtig. Misschien kan China net zoals Japan de groei niet blijven volhouden, zodat er toch geen aflossing van de wacht komt. Het land heeft tenslotte een sterk vergrijzende bevolking. De Amerikaanse economie heeft ook nog altijd meer dynamiek. China is nog te afhankelijk van zijn giganten. Een van de onderbelichte fenomenen is de economische heropstanding van middle America, vooral door kmo's. De Verenigde Staten zijn niet meer twee rijke geavanceerde kustregio's met een onderontwikkelde economie ertussenin.""Een alarmsignaal is wel dat Chinese bedrijven op veel domeinen veel sneller innoveren. Alibaba is bijvoorbeeld innovatiever dan Amazon. Amerika mag zich ook niet verkijken op de sociale spanningen in China. Integendeel: de sociale instabiliteit en de armoede in de Verenigde Staten zelf vormen de grootste bedreiging voor de Amerikaanse economie."