Amper 7 à 8 procent van de bevraagde Vlamingen gaf aan in de vier maanden voor de bevraging een opleiding te hebben gevolgd. Ter vergelijking: in Zweden is dat 28 procent, in Nederland 18,8 procent.

De slechte cijfers zijn niet nieuw. Ze schommelen al jaren rond hetzelfde lage percentage. In eerdere data van Eurostat zien we ook deze weinig rooskleurige tendens: 41,8 procent van onze werknemers wil bovendien geen opleiding volgen, een cijfer waarmee we onderaan de lijst bungelen.

Het is dus stilaan vijf voor twaalf. 65 procent van de jobs die we over twintig jaar zullen uitoefenen, bestaan vandaag nog niet. De nood aan snelle en voortdurende bijscholing is bijgevolg groot.

Wat hebben we nodig om het tij te keren?

Geen boekhoudkundige benadering

Enkele weken geleden pakte de federale regering uit met haar begrotingsakkoord, waarin voor het eerst sprake was van vijf verplichte opleidingsdagen per werknemer. Dat het individueel recht op opleidingen daarmee tastbaar wordt gemaakt, is een goede start om werknemers enthousiaster te maken. Het is sowieso een mooie opportuniteit om het debat over opleidingen te dynamiseren, om abstracte mantra's in iets concreets om te zetten. Maar gaat de 5-opleidingsdagen-maatregel over vijf jaar grote verandering gebracht hebben? Ik vrees voor een teleurstelling.

Het is vijf voor twaalf voor levenslang leren.

Het lijkt erop dat die maatregel werknemers langs de prikklok wil laten passeren voor en na een opleiding. Die boekhoudkundige benadering is een bedreiging voor de (informele) opleiding op de vloer. Wat doen we met 'training on the job'? Heeft die dan ineens geen waarde meer? En wat met individuele verschillen op de werkvloer? Er zijn periodes waarin opleiding minder of meer noodzakelijk is. Een gezond opleidingsbeleid vinkt geen dagen af; het biedt werkgevers, werkenden en niet-werkenden flexibiliteit en mikt op impact.

Iedereen in bad

Daarmee komen we bij een tweede belangrijk punt. Een vruchtbare opleidingsaanpak is inclusief, en trekt iedereen mee in het bad, ongeacht zijn of haar positie op dat moment: werkloos, hooggeschoold, laaggeschoold, en waarom niet ook de zelfstandige. Cijfers van Eurostat tonen dat het matheuseffect nu volop speelt bij levenslang leren: hooggeschoolden doen het veel beter dan laaggeschoolden. Kunnen we die verschillen niet wegwerken door het voor iedereen gecentraliseerd, overzichtelijk en laagdrempelig te maken?

Eigen leerrekening

Daarom moeten we fundamenteel inzetten op een betere leercultuur. Onderzoek uit de gedragseconomie toont aan dat mensen pas gebruiken waar ze recht op hebben als ze denken dat ze het kunnen kwijtspelen. 'Loss aversion' zie je bijvoorbeeld bij een cadeaubon waarvan de termijn dreigt te verstrijken: 'Ik was niet van plan momenteel een parfum te kopen, maar zal het toch maar doen nu mijn bon nog geldig is.' Loss aversion kan je ook gebruiken om duurzame gedragsveranderingen in gang te zetten. Neem de ecocheque, die mij ertoe aanzet om ecoproducten te kopen, ook al was ik dat eerst niet van plan. Bij opleidingen ontbreekt zo'n incentive volledig: de werknemer wordt niet aangemoedigd om zijn 'opleidingstegoed' op te nemen. Het voorstel van de Europese Commissie om elke burger een eigen persoonlijke leerrekening te geven, kan soelaas brengen.

Kluwen

Er is nog een laatste reden waarom de vele opleidingsinitiatieven niet werken: het is een onoverzichtelijk kluwen. Er zijn de initiatieven van de werkgever en de sectorfondsen. De maatregelen, kredieten en loopbaancheques van regionale en federale overheden. Het is te complex en te onduidelijk. Het aanbod moet gerationaliseerd en laagdrempelig worden, vertrekkend van uit het individu.

Laat ons elke burger een individueel recht geven op opleiding. Maar laat ons daarnaast niet alleen naar de werkgever wijzen en samen de verantwoordelijkheid en de kost dragen. En laat ons eenvoud vooropstellen door alles te centraliseren op één plek. Enkel zo gaan we er kunnen voor zorgen dat straks niet 7, maar 27 procent van de Vlamingen straks volmondig 'ja' kan antwoorden op de vraag of hij/zij de laatste vier maanden een opleiding heeft gevolgd.

Amper 7 à 8 procent van de bevraagde Vlamingen gaf aan in de vier maanden voor de bevraging een opleiding te hebben gevolgd. Ter vergelijking: in Zweden is dat 28 procent, in Nederland 18,8 procent.De slechte cijfers zijn niet nieuw. Ze schommelen al jaren rond hetzelfde lage percentage. In eerdere data van Eurostat zien we ook deze weinig rooskleurige tendens: 41,8 procent van onze werknemers wil bovendien geen opleiding volgen, een cijfer waarmee we onderaan de lijst bungelen.Het is dus stilaan vijf voor twaalf. 65 procent van de jobs die we over twintig jaar zullen uitoefenen, bestaan vandaag nog niet. De nood aan snelle en voortdurende bijscholing is bijgevolg groot.Wat hebben we nodig om het tij te keren?Geen boekhoudkundige benaderingEnkele weken geleden pakte de federale regering uit met haar begrotingsakkoord, waarin voor het eerst sprake was van vijf verplichte opleidingsdagen per werknemer. Dat het individueel recht op opleidingen daarmee tastbaar wordt gemaakt, is een goede start om werknemers enthousiaster te maken. Het is sowieso een mooie opportuniteit om het debat over opleidingen te dynamiseren, om abstracte mantra's in iets concreets om te zetten. Maar gaat de 5-opleidingsdagen-maatregel over vijf jaar grote verandering gebracht hebben? Ik vrees voor een teleurstelling.Het lijkt erop dat die maatregel werknemers langs de prikklok wil laten passeren voor en na een opleiding. Die boekhoudkundige benadering is een bedreiging voor de (informele) opleiding op de vloer. Wat doen we met 'training on the job'? Heeft die dan ineens geen waarde meer? En wat met individuele verschillen op de werkvloer? Er zijn periodes waarin opleiding minder of meer noodzakelijk is. Een gezond opleidingsbeleid vinkt geen dagen af; het biedt werkgevers, werkenden en niet-werkenden flexibiliteit en mikt op impact. Iedereen in badDaarmee komen we bij een tweede belangrijk punt. Een vruchtbare opleidingsaanpak is inclusief, en trekt iedereen mee in het bad, ongeacht zijn of haar positie op dat moment: werkloos, hooggeschoold, laaggeschoold, en waarom niet ook de zelfstandige. Cijfers van Eurostat tonen dat het matheuseffect nu volop speelt bij levenslang leren: hooggeschoolden doen het veel beter dan laaggeschoolden. Kunnen we die verschillen niet wegwerken door het voor iedereen gecentraliseerd, overzichtelijk en laagdrempelig te maken?Eigen leerrekeningDaarom moeten we fundamenteel inzetten op een betere leercultuur. Onderzoek uit de gedragseconomie toont aan dat mensen pas gebruiken waar ze recht op hebben als ze denken dat ze het kunnen kwijtspelen. 'Loss aversion' zie je bijvoorbeeld bij een cadeaubon waarvan de termijn dreigt te verstrijken: 'Ik was niet van plan momenteel een parfum te kopen, maar zal het toch maar doen nu mijn bon nog geldig is.' Loss aversion kan je ook gebruiken om duurzame gedragsveranderingen in gang te zetten. Neem de ecocheque, die mij ertoe aanzet om ecoproducten te kopen, ook al was ik dat eerst niet van plan. Bij opleidingen ontbreekt zo'n incentive volledig: de werknemer wordt niet aangemoedigd om zijn 'opleidingstegoed' op te nemen. Het voorstel van de Europese Commissie om elke burger een eigen persoonlijke leerrekening te geven, kan soelaas brengen.KluwenEr is nog een laatste reden waarom de vele opleidingsinitiatieven niet werken: het is een onoverzichtelijk kluwen. Er zijn de initiatieven van de werkgever en de sectorfondsen. De maatregelen, kredieten en loopbaancheques van regionale en federale overheden. Het is te complex en te onduidelijk. Het aanbod moet gerationaliseerd en laagdrempelig worden, vertrekkend van uit het individu. Laat ons elke burger een individueel recht geven op opleiding. Maar laat ons daarnaast niet alleen naar de werkgever wijzen en samen de verantwoordelijkheid en de kost dragen. En laat ons eenvoud vooropstellen door alles te centraliseren op één plek. Enkel zo gaan we er kunnen voor zorgen dat straks niet 7, maar 27 procent van de Vlamingen straks volmondig 'ja' kan antwoorden op de vraag of hij/zij de laatste vier maanden een opleiding heeft gevolgd.