Nooit eerder was in België zo veel belangstelling voor fotografie, en nooit tevoren zijn er zo veel fotoboeken verschenen. Voor de tentoonstelling Photobook Belge selecteerde het Fotomuseum (FOMU) in Antwerpen de belangrijkste 250 Belgische fotoboeken die zijn uitgekomen vanaf de jaren 1850 tot nu. Een groot deel dateert van de voorbije vijftien tot twintig jaar. In die periode zijn grote en kleine uitgevers van fotoboeken opgestaan. Fotografen en galeries brengen boeken in eigen beheer uit. Studenten fotografie aan de academies maken een boek als eindwerk. Het internet zorgt ervoor dat die uitgaven over heel de wereld worden verspreid. Het papieren boek is nog lang niet dood. Zeker niet als er foto's instaan.
...

Nooit eerder was in België zo veel belangstelling voor fotografie, en nooit tevoren zijn er zo veel fotoboeken verschenen. Voor de tentoonstelling Photobook Belge selecteerde het Fotomuseum (FOMU) in Antwerpen de belangrijkste 250 Belgische fotoboeken die zijn uitgekomen vanaf de jaren 1850 tot nu. Een groot deel dateert van de voorbije vijftien tot twintig jaar. In die periode zijn grote en kleine uitgevers van fotoboeken opgestaan. Fotografen en galeries brengen boeken in eigen beheer uit. Studenten fotografie aan de academies maken een boek als eindwerk. Het internet zorgt ervoor dat die uitgaven over heel de wereld worden verspreid. Het papieren boek is nog lang niet dood. Zeker niet als er foto's instaan.Sinds hij in 2012 is afgestudeerd aan het KASK in Gent, bracht fotograaf Max Pinckers vijf fotoboeken uit in eigen beheer. "Ik maak persoonlijke projecten die één of twee jaar in beslag nemen. Ik werk weinig in opdracht, alleen als het echt interessant is. Er zijn fotografen die alleen werk maken om aan de muur te hangen. Ik werk toe naar een boek. Ik maak documentaire fotografie. De kijker moet weten waar de foto's over gaan - in een boek kun je die context bieden. Het boek ís het werk voor mij. Als er een tentoonstelling volgt, is die gebaseerd op het boek. Het is een prachtig medium. Een tentoonstelling is tijdelijk, een fotoboek bekijk je wanneer je maar wilt. En je kunt het gemakkelijk distribueren over de hele wereld." Pinckers' boek Margins of Excess verscheen vorig jaar op een oplage van 1500 exemplaren. Dat is veel: voor de meeste Belgische selfpublishers is 500 exemplaren het maximum, en sommige gaan zelfs niet boven 50 of 100. De nieuwste druktechnologie biedt daarvoor enorm veel mogelijkheden. "Mijn eerste boek is gedrukt op krantenpapier", vertelt Pinckers. "Dat moest toen nog op een rotatie-offset, waardoor ik meteen 1000 exemplaren moest laten drukken. Vandaag kun je één enkel boek laten maken op krantenpapier." Al zijn boeken zijn uitverkocht, op het jongste na. Daar heeft hij bijna niets aan verdiend, geeft hij toe. "Ik financier al mijn projecten zelf, met steun van de overheid en het KASK. Het ene project bekostigt het andere. Ik maak er geen winst mee. Als alle boeken verkocht zijn, heb ik gewoon mijn investering terug. En dat vind ik genoeg." Zijn eerste twee uitgaven financierde hij met crowdfunding. Sinds 2015 werkt hij aan een doctoraat aan het KASK, waarvoor hij een onderzoeksbudget krijgt. Daar maakt hij drie projecten voor, waaronder Margins of Excess, dat hij deels betaalde met het prijzengeld van de tweejaarlijkse internationale Edward Steichen Award Luxembourg. Hij geeft ook les aan de kunstschool. Prints van zijn foto's zijn te koop bij Gallery Sofie Van de Velde in Antwerpen. Met een uitgever heeft Pinckers nog nooit gewerkt. Tot nu heeft hij dat ook niet gemist. "Ik steek heel veel tijd in een project. Ik wil dan ook het best mogelijke boek maken, en dat verkopen tegen een zo laag mogelijke prijs. Een uitgever moet zijn personeel en zijn verdelers betalen. Dan wordt een boek twee keer zo duur. Die kosten heb ik niet. Ik breng de boeken gewoon zelf naar de winkel. Ik kan keuzes maken die ik niet kan maken als ik met een uitgever zou werken." Voor samenwerkingen met andere kunstenaars heeft Pinckers een eigen imprint opgericht, Lyre Press. Het is een van de vele kleine onafhankelijke uitgeverijen in de fotoboekenwereld. Noodgedwongen leidt het een wat slapend bestaan. "Ik doe dat zo graag, boeken uitgeven. Maar ik kan er noch veel tijd, noch veel geld in investeren." Pinckers beseft dat zijn manier van werken nadelen heeft. "Natuurlijk is de verdeling van mijn boeken beperkt. Ze liggen niet in alle boekhandels. Het internet speelt een grote rol voor de verspreiding. Daarnaast heb je overal ter wereld beurzen, tentoonstellingen en events over fotoboeken. Maar dat is een kleine subcultuur, en de kwaliteit van de boeken die je er vindt, is ongelijk. Ik sta open om te werken met een uitgever. Maar hij moet me iets aanbieden dat ik zelf niet kan realiseren - een hogere oplage en een wereldwijde verdeling en promotie." In 2007 gaf Gautier Platteau als uitgever bij Lannoo Belgicum van fotograaf Stephan Vanfleteren uit. Het was een kantelmoment voor het Vlaamse fotoboek, dat tot dan alleen een klein, select publiek had bereikt. "Dat boek vond voor het eerst een mainstream publiek. De boekhandel geloofde opeens dat fotografie kon verkopen. In de slipstream daarvan is heel veel verschenen", zegt Platteau. Ook andere omstandigheden stuwden het fotoboek naar voren. "In de jaren negentig konden fotografen hun foto's nog kwijt in kranten en tijdschriften. Dat is veranderd. Fotografen profileren zich daardoor meer als kunstenaars. Ze maken geen losse foto's meer, ze denken in reeksen. Een boek past daar perfect bij. En je ziet dat ook musea steeds meer de fotografie ontdekken." In 2011 startte Platteau samen met Stephan Vanfleteren de cultuurimprint Hannibal bij uitgeverij Kannibaal. "Ik durf te zeggen dat wij de belangrijkste uitgever van fotoboeken in de Lage Landen zijn", zegt Platteau. "We hebben een groot internationaal netwerk. Die markt is een wereldmarkt. Het is niet via de Vlaamse boekhandel dat je fotoboeken verkoopt. Sommige uitgaven brengen we uit in verschillende taaledities, andere verschijnen alleen in het Engels. Soms werken we samen met buitenlandse uitgevers, andere keren doen we de internationale distributie zelf. Onze uitgaven zijn enorm verscheiden. Ik heb fotoboeken gepubliceerd van 25 tot 150 euro, op oplages van 600 tot 20.000 exemplaren. We moeten heel selectief zijn. Fotoboeken zijn een economisch gevaarlijk product. De productie en de distributie zijn duur." De uitgeverij heeft vijf medewerkers. Platteau begrijpt wel waarom sommige fotografen hun boeken in eigen beheer uitgeven. "Als je iets publiceert op vijftig exemplaren, ben je helemaal vrij. Maar een uitgever moet rekening houden met de markt. Je moet ervoor zorgen dat een publiek dat de fotograaf niet kent, dat boek toch ter hand wil nemen. Ik verwacht van fotografen dat ze die denkoefening mee maken. Maar natuurlijk nemen wij nooit een beslissing die ingaat tegen het artistieke gevoel van de fotograaf. Dat kun je niet maken." Een uitgever heeft een fotograaf veel te bieden, aldus Platteau. "Wij zijn de agent van de fotograaf. Samen proberen we iets op te bouwen. Wanneer wij iets publiceren, kijken musea en curatoren daarnaar. Als een fotograaf een cruciale stap zet in zijn carrière, zul je altijd zien dat een fotoboek of een tentoonstelling daar een belangrijke rol in speelt." "Veel fotoboeken zijn kunstwerken op zich", weet Platteau. "Daardoor zijn ze ook interessant voor verzamelaars. Je ziet ze opstaan, die collectioneurs. Zo is een boek van Sanne De Wilde dat we twee jaar geleden voor 49,50 euro hebben uitgebracht, op de tweedehandsmarkt al 400 dollar waard." Als een boek uitverkocht is, wordt het soms niet herdrukt, om de verzamelaars niet voor het hoofd te stoten. "We investeren dan liever in een nieuw boek met die fotograaf", zegt Platteau. "De mensen die het kopen, moeten waar krijgen voor hun geld. Daar waken we enorm over. Belgicum blijven we wel herdrukken. Daar zitten we aan 14.000 exemplaren. Dat is enorm voor een Vlaams fotoboek." "Natuurlijk is het fotoboek deels nog een nicheproduct. Maar dat kun je niet meer zeggen als we samenwerken met grote instellingen. Wij hebben 10.000 boeken van Ed van der Elsken verkocht in het Stedelijk Museum in Amsterdam, en 16.000 boeken van Anton Corbijn wereldwijd. Dan ben je niet meer bezig in een niche." Toen Roger Szmulewicz in 2000 in Antwerpen Gallery FIFTY ONE opende, was ze de enige fotogalerie in België. Vandaag zijn er alleen al in Antwerpen vier, en hebben de meeste algemene kunstgaleries fotografen in hun stal. "Het begin was moeilijk", blikt Szmulewicz terug. "Maar de timing bleek goed. Er is heel veel gebeurd. Fotografie is vandaag aanvaard als een volwaardige kunstvorm. Eigenlijk heb je geen aparte fotogalerie of een apart fotomuseum meer nodig. Fotografie is gewoon kunst." Szmulewicz heeft het fotoboek mee zien evolueren. "In de jaren zestig en zeventig verschenen ook boeken met een fantastische lay-out. Maar de drukkwaliteit was niet goed. Vandaag zijn de technische mogelijkheden eindeloos. Veel fotoboeken zijn kunstobjecten op zichzelf, terwijl ze vaak gewoon in de boekhandel liggen." Toch zijn die boeken geen concurrentie voor de - veel duurdere - prints die in de galerie worden verkocht, vindt Szmulewicz. "Mensen die kunst kopen, kopen ook boeken. Maar veel mensen die boeken verzamelen, kopen geen kunst. En van een fotograaf kun je verscheidene prints kopen, maar je kunt moeilijk zijn hele werk verzamelen. Dat kun je wel als je ook boeken over die fotograaf in huis haalt. Die markten zijn compatibel." "We sturen veel beelden op via e-mail naar klanten", zegt Szmulewicz. "Maar het is handiger om een fotograaf te promoten als er een boek over hem bestaat. Een boek kun je makkelijk opsturen. En wie het krijgt, houdt het bij, zeker als het een mooi boek is." Szmulewicz werkt geregeld samen met uitgevers om boeken te maken over de kunstenaars die hij vertegenwoordigt. Daarnaast geeft hij in eigen beheer boeken uit op klein formaat, die in de galerie te koop zijn voor 20 euro. De reeks is een soort archief, waarin de werken op een tentoonstelling worden vastgelegd. "Die boeken concurreren niet met die grote fotoboeken, je koopt ze gewoon om de beelden te hebben", legt Szmulewicz uit. "Maar ze hebben een ongelooflijk succes. Ik doe de verdeling niet zelf, distributie is niet mijn corebusiness. Als een boek uit is, maken we dat bekend op Instagram. Blijkbaar zijn er dan altijd boekhandels, verdelers en musea die die boeken willen hebben. Wij zoeken die kanalen niet, zij komen naar ons. Vorige week kregen we een bestelling van 400 stuks uit Japan. Van sommige boeken hebben we zo 3000 exemplaren verkocht." Ook de fotoboekjes van Gallery FIFTY ONE zijn gewilde verzamelobjecten. Op het internet zijn tweedehandse exemplaren te koop voor 50, 60 tot 200 euro. Szmulewicz kijkt er met verbazing naar. "Ik vraag me af wie die koopt. Het lijkt wel alsof elk fotoboek tweedehands veel waard is. Wie een beetje zijn huiswerk maakt, kan de meeste boeken in onze webshop nog altijd kopen voor 20 euro."