Volgens het internationale dataplatform Shippeo draait de Europese supplychain begin juni op 70 procent van zijn capaciteit. Op het dieptepunt van de lockdown stond de supplychainindex op amper 30 procent. Shippeo, een Franse specialist in supplychaindata, berekent de index aan de hand van de transportstromen van 3000 fabrieken en magazijnen in Europa. De internationale goederenstroom komt stilaan weer op gang, maar er zijn grote verschillen tussen de sectoren. De supplychain van de voedings- en drankenindustrie draait vrijwel normaal op 96 procent van zijn capaciteit, terwijl de toeleverketens in de auto- en de bouwsector nauwelijks herstellen en op 43 procent van hun capaciteit draaien.
...

Volgens het internationale dataplatform Shippeo draait de Europese supplychain begin juni op 70 procent van zijn capaciteit. Op het dieptepunt van de lockdown stond de supplychainindex op amper 30 procent. Shippeo, een Franse specialist in supplychaindata, berekent de index aan de hand van de transportstromen van 3000 fabrieken en magazijnen in Europa. De internationale goederenstroom komt stilaan weer op gang, maar er zijn grote verschillen tussen de sectoren. De supplychain van de voedings- en drankenindustrie draait vrijwel normaal op 96 procent van zijn capaciteit, terwijl de toeleverketens in de auto- en de bouwsector nauwelijks herstellen en op 43 procent van hun capaciteit draaien. Volgens Robert Boute, professor supplychainmanagement aan de KU Leuven en de Vlerick Business School, is het in die volatiele marktomstandigheden zaak dat bedrijven op korte termijn niet overreageren en hun voorraden niet al te drastisch afbouwen om cash vrij te maken. Dat veroorzaakt alleen maar meer chaos in de zwaar gehavende toeleverketens, waardoor de crisis nog verder uitdiept. "Daar speelt het zweepslageffect", zegt professor Boute. "Kleine schommelingen in de vraag worden versterkt naarmate je meer stroomopwaarts in de supplychain gaat, naar de toeleveranciers van de toeleveranciers. Als een autoconstructeur de helft minder wagens produceert en vervolgens zijn bestellingen van onderdelen en componenten drastisch reduceert, voelt de hele keten dat. Hoe meer je stroomopwaarts kijkt, hoe meer onzekerheid en instabiliteit er zijn." Volgens zijn collega Maxi Udenio, professor supplychainmanagement aan de KU Leuven, zal de voorraadopbouw van de bedrijven zeker nog tot deze zomer aanhouden. Maar de instabiliteit in de supplychains kan nog een jaar spelen. Udenio maakt al sinds de financiële crisis van 2008 modellen om het zweepslageffect in de supplychain van bijvoorbeeld de chemische industrie te voorspellen. "De eerste weken van de lockdown stegen de voorraden omdat er geen vraag was. Vanaf deze maand zullen de voorraden beginnen te dalen, want de vraag trekt opnieuw aan. In de herfst zullen we dan naar alle waarschijnlijkheid de terugslag zien en zal de productie weer snel moeten worden opgeschaald, anders dreigen er tekorten in de keten", stelt professor Udenio. Zeker als de toeleveranciers in het Verre Oosten produceren en ze met een lange doorlooptijd te maken hebben, moeten bedrijven goed kunnen timen. "Als ze niet tijdig reageren, zien we tegen het einde van dit jaar zware problemen opduiken in de internationale supplychains", voorspelt Maxi Udenio. Nu is het aan de bedrijven om de juiste beslissingen te nemen. "Wij geven ze de raad tijdig te reageren op de aantrekkende vraag van de consument. De vraag zal weer oppikken en als je niet alert anticipeert, kom je in de problemen en kun je niet leveren. De bedrijven die succesvol zullen zijn, slagen erin die dynamiek op korte termijn goed te managen", stelt Udenio.Het wordt een drukke en beslissende zomer voor de supplychainmanagers die mee aan de knoppen van de voorraden zitten. En dat met de hete adem van de CFO's in hun nek, die gruwen van stocks die werkkapitaal opslorpen, zeker in deze coronacrisis, waar veel bedrijven bloeden en alle cash angstvallig bijhouden om te overleven. "De voorraad buffert de onzekerheid in de vraag. Managers moeten niet gek worden omdat de voorraden op en neer gaan. De voorraad doet zijn werk. Dat moeten supplychainmanagers goed uitleggen aan de CFO's", antwoordt professor Udenio. "Dat is het spanningsveld tussen de financiële managers die de voorraden proberen te beperken en de supplychainmensen die de toekomstige vraag op korte en lange termijn moeten proberen in te schatten." Volgens de experts helpt visibiliteit in deze onzekere tijden: een goed zicht krijgen op wat in de keten gebeurt, zowel stroomopwaarts bij de toeleveranciers als stroomafwaarts bij de klanten. "Informatie delen is cruciaal, dat komt in alle crisissen terug. Er bestaan heel wat technologische oplossingen om transparant over goederenstromen te communiceren", weet Robert Boute. Maar worden ze ook gebruikt? "Als alle partijen in de keten over dezelfde informatie beschikken, verdwijnt het zweepslageffect. Dat is theorie natuurlijk, maar stabiliteit in de supplychain is heel belangrijk en bij een crisis zien we dat er doorgaans meer open wordt gecommuniceerd dan in normale tijden. Sommige producenten nemen de telefoon en bellen naar de klanten van de klanten", stelt Maxi Udenio. Een andere goede praktijk is ervoor te zorgen dat de supplychain niet te afhankelijk is van alleen maar offshore toeleveranciers met een lange doorlooptijd. "Als je een korte levertermijn hebt, kun je veel sneller inspelen op de schommelingen in de vraag. Zo kun je de voorraden sneller stabiliseren. We zeggen niet dat alles weer lokaal moet worden geproduceerd, maar we zijn grote voorstanders van dual sourcing of multiple sourcing", zegt professor Boute. "Ideaal is de combinatie van een offshore leverancier, die goedkoop is met een lange levertermijn, en een bijkomende lokale bron die je op korte termijn kunt aanspreken. Kijk naar wat is gebeurd met de mondmaskers. Een gedeeltelijke productie in België had kunnen tegemoetkomen aan de onvoorspelbare vraag en zou hebben gezorgd voor meer stabiliteit in die supplychain, die wereldwijd onder druk stond."Dat zo'n lokale toeleverancier doorgaans duurder is dan de concurrent in het Verre Oosten, speelt volgens Robert Boute op lange termijn geen rol. "We betalen ook voor een verzekering voor het geval dat er iets misgaat. Ja, het kost geld, maar het kan helpen. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat we een aantal bronnen moeten hebben om mondmaskers lokaal te produceren. Niemand trekt dat in twijfel."