Verstoorde aanvoerketens zijn een wereldwijde plaag, waar ook de Belgische exporteurs niet aan ontsnappen, toont de zesde exportbarometer van Roularta en de exportverzekeraar Credendo aan. Maar liefst 53 procent van de respondenten krijgt bestelde goederen te laat of niet geleverd, of moet prijsverhogingen slikken. De exporteurs laten zich echter niet ontmoedigen. Hun vertrouwen in het economische klimaat haalt een gemiddelde score 6 op een schaal van 1 tot 10, en zit daarmee licht boven het niveau van het pre-coronajaar 2019. De enquête liep van 20 september tot 12 oktober. 763 exportbedrijven namen eraan deel. We zetten de belangrijkste vaststellingen op een rij.
...

Verstoorde aanvoerketens zijn een wereldwijde plaag, waar ook de Belgische exporteurs niet aan ontsnappen, toont de zesde exportbarometer van Roularta en de exportverzekeraar Credendo aan. Maar liefst 53 procent van de respondenten krijgt bestelde goederen te laat of niet geleverd, of moet prijsverhogingen slikken. De exporteurs laten zich echter niet ontmoedigen. Hun vertrouwen in het economische klimaat haalt een gemiddelde score 6 op een schaal van 1 tot 10, en zit daarmee licht boven het niveau van het pre-coronajaar 2019. De enquête liep van 20 september tot 12 oktober. 763 exportbedrijven namen eraan deel. We zetten de belangrijkste vaststellingen op een rij. De pandemie blijft de eerste zorg van de exporteurs: 71 procent verwacht een negatief effect op zijn activiteiten. Maar het doet minder pijn dan vorig jaar, toen het aantal geannuleerde bestellingen explodeerde. In 2020 kampte 38 procent van de respondenten met dat probleem, dit jaar nog 13 procent, een cijfer dat het normale niveau benadert. Dat neemt de impact van de pandemie op de exportomzet niet weg: 14 procent verwacht een daling met een kwart of meer in 2021. Ruim een derde ziet de problemen duren tot in 2022, een tiende vreest nog langer. "De pijplijn aan bestellingen is vorig jaar niet aangevuld geraakt. En omdat er voor sommige bestemmingen nog altijd een reisverbod geldt, kunnen exporteurs niet even intensief prospecteren als voorheen", zegt Nabil Jijakli, adjunct-CEO van Credendo. "Zelfs al normaliseert de toestand en herneemt de groei, het effect van de vertraging zet door." "Waarom zou je een verkoper naar een ver land sturen, als hij daar moet beginnen met tien dagen quarantaine?" aldus Olivier de Wasseige, de CEO van de werkgeversvereniging Union Wallonne des Entreprises (UWE). "Het probleem bestaat niet enkel voor de verre export. Een Waals bedrijf wilde vijf technici naar Rijsel sturen om er machines te installeren bij een klant, maar bij hun terugkeer zouden de technici tien dagen in afzondering moeten gaan, als voorzorgsmaatregel. Zulke aberraties drukken de winstmarges van de bedrijven." Net zoals de effecten van de pandemie zullen ook de aanvoerproblemen nog een tijd aanhouden, volgens de exporteurs. Bijna 30 procent verwacht pas een oplossing in 2023 of later. "Voor ondernemers voelt de toestand aan als de rantsoenering in oorlogstijden", verzucht De Wasseige. "Ze bestellen tien stuks en krijgen er twee of drie. Het is zoals bij een ketting: als één schakel het begeeft, laat de hele ketting het afweten." Dat betekent dat de exporteurs ook zelf problemen hebben om tijdig te leveren. Ruim 40 procent kreeg daarover al klachten van klanten. Van de groep exporteurs die last hebben van een verstoorde aanvoer, ziet een kwart de omzet dalen met minder dan 5 procent. 41 procent ziet geen impact op de omzet (zie grafiek Bevoorradingspijnen) De schade blijft dus binnen de perken, al moet een minderheid van 5 procent omzetdalingen slikken van een vijfde tot de helft. Veel bedrijven ervaren het en de exportbarometer bevestigt het: de bevoorradingsproblemen veroorzaken een prijshausse. "Alles wat schaars is, is duur", zegt De Wasseige. "Dat creëert problemen bij bedrijven die hun prijsofferte al verstuurd of hun product al verkocht hebben. De kosten van duurdere onderdelen kunnen ze niet altijd doorrekenen in hun verkoopprijs, zodat ze aan winstmarge inboeten of soms zelfs met verlies moeten verkopen." De krapte op de arbeidsmarkt doet er nog een schep bovenop, stelt Jijakli. "Dat versterkt de inflatoire druk in de sectoren die de grootste comeback maken in de relance." Volgens onze barometer heeft 41 procent van de exporteurs de prijzen al verhoogd door de bevoorradingsproblemen. 32 procent overweegt dat te doen. "Veel markten zijn nog ontregeld door de pandemie", zegt Edward Roosens, de hoofdeconoom van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). "Het aanbod kan de vraag nog niet volgen. Veel ondernemers moeten enorm veel betalen voor hun grondstoffen. Textielondernemers bijvoorbeeld vertellen dat katoen - een basisgrondstof voor die sector - in zes maanden de helft duurder is geworden." De prijshausse op de grondstoffenmarkten leidt tot problematische kettingreacties. "Aardgas wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de productie van ammoniak", legt Roosens uit. "Door de hoge aardgasprijs is de productie van ammoniak niet langer rendabel. Dat maakt de resterende ammoniak heel duur. En dat heeft dan weer een impact op de industriële processen die gebruikmaken van ammoniak." De schaarste aan grondstoffen en de bijbehorende kettingreacties doen zich uitgerekend voor in een periode van goed gevulde orderboekjes. "Dat is een erfenis van de coronapandemie", zegt Roosens. "Mensen konden hun geld niet kwijt aan reizen, restaurants, fitness en evenementen, terwijl hun inkomen op niveau bleef dankzij de steunmaatregelen van de overheid. Ze besteedden hun geld dan maar aan de renovatie van hun badkamer of keuken, of aan consumentengoederen zoals laptops, tablets, meubelen en fietsen. De vraag is nog altijd groot, en mede daarom zijn de grondstoffen schaars en duur, wat de productie vaak onrendabel maakt. De ondernemer die aan de grote vraag wil voldoen, scheurt zijn broek." Zondag start een cruciale klimaatconferentie in Glasgow, maar voor de exporteurs is het een mindere zorg. Op de lijst van fenomenen die de exportactiviteit negatief kunnen beïnvloeden, staat de klimaatverandering onderaan. Slechts 43 procent van de respondenten maakt zich daar zorgen over. De brexit is voor 57 procent van de exporteurs een kopzorg. Bovenaan in de lijst van bekommernissen staat de coronapandemie, wellicht omdat veel landen nog altijd kampen met besmettingsgolven. Als klimaat onderaan de lijst staat, komt dat allicht omdat de exporteurs moeilijk de effecten op hun activiteit kunnen identificeren, zegt Roosens. "Soms zijn die effecten heel zichtbaar, zoals de tyfoon die onlangs een deel van de productiecapaciteit van de halfgeleiderproducenten in Taiwan vernietigd heeft, en zo een impact had op de prijzen in die sector. Maar onze exporteurs kunnen niet alle klimaateffecten op de wereldmarkten ontrafelen. De productieonderbrekingen deze zomer in China waren ook het gevolg van extreem hoge temperaturen en het gebruik van een enorme hoeveelheid aircotoestellen. Het stroomnet kon de vraag naar elektriciteit niet meer aan, zodat fabrieken afgeschakeld moesten worden. Dat deed de prijzen stijgen. Een Belgische exporteur kan zo'n ketting van gebeurtenissen niet altijd doorgronden. Dat wijst niet op desinteresse. Ook ondernemers maken zich zorgen over het klimaat."