Met zijn 63 jaar is Hans Vandeweghe een éminence grise van de Belgische sportjournalistiek. Zopas verscheen bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts een bundeling van zijn meest relevante columns van de voorbije kwarteeuw. Die voorzag hij van actuele commentaar. "Ik heb telkens gecheckt of het klopte wat ik soms jaren geleden schreef. Gelukkig had ik het meestal bij het rechte eind", grijnst hij. "Al zat ik er ook een paar keer naast."
...

Met zijn 63 jaar is Hans Vandeweghe een éminence grise van de Belgische sportjournalistiek. Zopas verscheen bij uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts een bundeling van zijn meest relevante columns van de voorbije kwarteeuw. Die voorzag hij van actuele commentaar. "Ik heb telkens gecheckt of het klopte wat ik soms jaren geleden schreef. Gelukkig had ik het meestal bij het rechte eind", grijnst hij. "Al zat ik er ook een paar keer naast." Het typeert Vandeweghe. Hij is een man met een mening, zelfbewust - sommigen zeggen zelfingenomen. Maar als sportcolumnist staat hij in ons land op eenzame hoogte. Hij had als een van de eersten oog voor de economische kant van de sport, doceert het vak 'geopolitiek van de sport' aan de VUB en kent de interne keuken van de sportwereld als geen ander. Hij werkte enkele jaren voor het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) en de Vlaamse wielerbond, was een vertrouweling van Jacques Rogge, de oud-voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), en weet precies hoe sportfederaties werken - of niet werken. Over het voetbal is hij duidelijk: "Maar één sport heeft een businessmodel dat steunt op mensenhandel, en dat is voetbal." HANS VANDEWEGHE. "Nee, dat vind ik niet. Er kijken nog altijd heel veel mensen uit naar hun nationale team. Wedstrijden als België tegen Nederland of België tegen Frankrijk roepen meer passie op dan een Champions League-finale tussen Chelsea en Manchester City. Ik zag vandaag voor het eerst opnieuw auto's met zijspiegels in de Belgische kleuren. Al zal de beleving dit jaar door corona allicht iets minder zijn." VANDEWEGHE. "Een EK levert belangrijke inkomsten uit sponsoring en tv-rechten op. Ik vermoed dat de UEFA meer opstrijkt aan een EK dan aan de Champions League, waar ze een smak geld moet verdelen onder de deelnemende ploegen. Maar dat is moeilijk in te schatten, omdat we wel weten hoeveel geld de UEFA uitdeelt, maar niet hoeveel de Champions League opbrengt. De bruto-inkomsten worden niet bekendgemaakt. Het IOC doet dat wel: het houdt ongeveer 10 procent van de 6 miljard dollar inkomsten voor zich, om zijn werking te financieren. Voetbalbonden bieden die transparantie niet." VANDEWEGHE. "Het drama van de Super League is dat het project gebracht is als een oefening in desolidarisering door de topclubs, en dat de UEFA nu voorgesteld wordt als een soort caritatieve organisatie die de belangen van de sport zou verdedigen. Het tegendeel is natuurlijk waar. De UEFA wil gewoon geen afscheurliga, want dan vallen haar inkomsten uit de Champions League weg." VANDEWEGHE. "De UEFA heeft in 1999 een nieuwe formule van het kampioenenbal gelanceerd, onder druk van dezelfde clubs die nu dreigen met de oprichting van een Super League. Daardoor zijn de deelnemende ploegen uit de grote landen verzekerd van een pak inkomsten, die veel hoger liggen dan die van ploegen uit kleine landen. Laat ons eerlijk wezen: dat is een schandalig systeem. Dat een club meer geld krijgt enkel omdat haar tv-markt groter is, vind ik pervers. En in de nieuwe formule van de Champions League, die in 2024 van start gaat, wordt het nog een stuk erger. "In België gebeurt overigens hetzelfde op lokale schaal. Elke stijging van de tv-rechten verdwijnt linea recta in de zakken van de grote ploegen. In Engeland hebben ze het omgekeerde gedaan. Vijftien jaar geleden had de laatste uit de Premier League 20 procent van de tv-rechten van het nummer één. Nu is dat al 55 procent. De grotere tv-contracten zijn er gebruikt om de kleine teams een duw in de rug te geven. Daardoor is de spankracht toegenomen, is er meer strijd en blijft het publiek geïnteresseerd." VANDEWEGHE. "Er valt volgens mij ook meer geld uit het voetbal te halen. De NFL (de American-footballcompetitie, nvdr) duurt amper vier maanden en wordt enkel in Noord-Amerika bekeken, maar draait niettemin een omzet van 16 miljard dollar. Dan denk ik dat een Super League met de beste Europese voetbalteams, die wereldwijd bekeken zal worden, veel meer moet kunnen opbrengen dan de Champions League vandaag. Dat beseffen ploegen zoals Real Madrid en Juventus ook." VANDEWEGHE. "De Super League komt er, de vraag is alleen wanneer en in welke vorm. Eigenlijk draait de discussie rond de vraag: who owns the game? Is dat de UEFA, een privéorganisatie met hoofdzetel in Zwitserland, die zegt: voetbal is van ons en als je het wilt spelen, moet je bij ons aangesloten blijven? Dat haalt ze nooit voor een rechtbank. Ooit richten twintig ploegen een eigen competitie op, waarin ze een spel spelen dat ze misschien geen voetbal zullen mogen noemen, maar dat alle kenmerken van voetbal zal vertonen. En omdat het potentieel een fantastische business is, zullen de beste clubs bereid zijn eraan deel te nemen." VANDEWEGHE. "Ik ben een groot voorstander van het Amerikaanse model, omdat de Amerikanen erkennen dat sport een amusementsproduct is en alle regels gebaseerd zijn op economische gronden. De inkomsten en de talenten worden herverdeeld, zodat het verschil tussen groot en klein beperkt blijft en de competities spannend zijn. Er is een beperking op het aantal spelers dat een team onder contract mag hebben en er is een loonplafond. Wie toch te hoge lonen betaalt, moet jaarlijks oplopende boetes betalen. Dat geld wordt verdeeld onder de andere ploegen. Als je een sport economisch goed wilt organiseren, moet je het op die manier doen." VANDEWEGHE. "Als de Amerikanen, die zo antisociaal zijn in hun maatschappij-opvatting, hun sport bijna op een communistische wijze organiseren, heeft dat een reden: de competitie is de business, niet de individuele teams. Als de competitie sterk is, zullen ook de teams het goed doen. Eigenlijk is het eenvoudig: het is McDonald's, en de clubs zijn franchises. Waar plant je de franchises in? Goed gespreid over het land, op plaatsen waar je veel mensen bereikt. En als je geen business genoeg hebt, moet je verhuizen. Dat is gebeurd met de Memphis Grizzlies. Er zijn geen beren in Memphis. Die naam hebben ze in 2001 meegebracht uit Vancouver. In Los Angeles zijn geen meren, en toch spreken we van de Lakers. Omdat die tot de jaren vijftig in Minneapolis speelden. Voor ons, Europeanen, is dat onbegrijpelijk. Maar de Amerikanen bewijzen al meer dan honderd jaar dat sport een gezonde economische activiteit kan zijn." VANDEWEGHE. "Omdat je dan moet aanvaarden dat sport een commercieel gebeuren is, waarbij er een rode stier door de zaal vliegt, zoals bij de Chicago Bulls. Dat gaat in tegen de Europese voetbalcultuur. Voetbal is bij ons een zaak van stammentwisten, met supporters die hun ploeg fanatiek aanmoedigen. Er zijn velden waar supporters in hun blote bast de hele wedstrijd met hun rug naar het veld staan. Dat bestaat dus, hé: mensen die naar een stadion gaan, zich half uitkleden en continu met hun gezicht naar de eigen aanhang staan, om die op te zwepen, terwijl achter hen gevoetbald wordt. Dat moet je eens aan een Amerikaan proberen uit te leggen." VANDEWEGHE. "Er zitten te veel anomalieën in ons systeem. Neem het Belgische voetbal. Daar stijgen ploegen als Tubeke, Eupen en Seraing op basis van toevallige sportieve resultaten. Ze hebben geen geschikt stadion of kunnen het economisch niet waarmaken. Is het dan niet zinvoller om, zoals in de Verenigde Staten, enkel ploegen met voldoende economisch potentieel toe te laten? "Een ander voorbeeld: in België genieten voetballers van een verlaagde bedrijfsvoorheffing en RSZ-bijdrage. Een Belgische profvoetballer betaalt evenveel sociale lasten als een werkloze en minder dan een verpleegster op een covid-afdeling. Op die manier worden ze op een schandalige manier bevoordeeld. En tot wat leidt dat: topploegen zoals Club Brugge en Anderlecht hebben soms vijftig spelers onder contract, en het gemiddelde loon van een profvoetballer in België ligt boven 300.000 euro. Dat is pure verspilling." VANDEWEGHE. "Blindheid. Megalomanie. Wat willen al die voorzitters? In de eerste plaats succes dat op hen afstraalt. En in tweede instantie: economisch succes door middel van mensenhandel. Spelers met winst verkopen, dat is het businessmodel. En de overheid financiert die mensenhandel mee, ten belope van ongeveer 200 miljoen euro fiscale en parafiscale lastenverlagingen. ( Op dreef) Waarom denk je dat er zo veel buitenlandse voetballers in onze competitie spelen? Waarom denk je dat Lommel overgenomen is door Manchester City? Wij hebben ons voetbal zo georganiseerd dat het voor al die buitenlandse investeerders een soort wingewest geworden is. Ze voeren bootladingen buitenlanders aan, leiden ze op en proberen ze met veel winst te verkopen. Het draait altijd om mensenhandel. Dat heb je niet in andere sporten." VANDEWEGHE. "Luister, ik heb veel gereisd, ik ben overal geweest. Van de jaren tachtig tot nu. In alle landen, van Azerbeidzjan tot Zambia. Ik heb over alle sporten geschreven, van atletiek tot zwemmen. En ik blijf het zeggen: het meest immorele en amorele sportmilieu waarin ik heb gewerkt, is voetbal. Ongetwijfeld! En dat straalt af op iedereen in dat wereldje, ook op de journalisten. Ik ken een journalist - die nog altijd werkt - die de statistieken van een speler in zijn krant vervalste, opdat die speler een beter contract zou krijgen en de journalist toegang tot informatie via diens makelaar. Dat is de wereld van het voetbal. Het is geen toeval dat een derde van het vorige uitvoerend comité van de wereldvoetbalbond FIFA, toen nog geleid door Sepp Blatter, in de gevangenis zit of vervolgd wordt door het FBI." VANDEWEGHE. "Dat kan ik u uitleggen, want ik heb het meegemaakt bij de Wielerbond Vlaanderen. Hoe raakt iemand als bestuurslid verkozen? Niet op basis van zijn kwaliteiten of capaciteiten, maar door veel pinten te trakteren aan de mensen die voor hem moeten stemmen. Voorzitters van sportbonden moeten ervoor zorgen dat iedereen rondom hen tevreden is, zodat ze de volgende keer opnieuw verkozen worden. Hoe doen ze dat? Door cadeautjes uit te delen. Voorzitters van sportbonden zijn sinterklazen." VANDEWEGHE. "In Amerika worden sportbonden geleid als een bedrijf, door een CEO. Ik toon aan mijn studenten de organisatie van de NFL, die van de FIFA en die van AB Inbev. Wat lijkt het best op elkaar? De structuur van de NFL en van AB Inbev natuurlijk. Dat zijn bedrijven met directeurs die rapporteren aan de CEO, en de CEO heeft een raad van bestuur boven zich, met daarin de aandeelhouders van de teams." VANDEWEGHE. "De NBA, omdat dat in alle opzichten economisch de meest efficiënte competitie is. Dat heeft te maken met het feit dat je in basketbal minder spelers nodig hebt dan in baseball of football. 8 miljard dollar omzet, verdeeld over 32 ploegen, die elk maximaal 15 spelers tellen, met een loonplafond van 54 procent van de omzet per team. Dat is een duidelijke en doorgedreven regulering, maar economisch werkt het. De interesse is groot, de stadions zitten voor 96 procent vol en de clubs kunnen jaarlijks de ticketprijzen verhogen. Maar ook sportief werkt het, want de rijkste ploeg uit de NBA, de New York Knicks, is in 48 jaar nog geen kampioen geworden. Dat is bij ons ondenkbaar. "Daarnaast weerspiegelt de NBA, ondanks de hoge inkomprijzen, de diversiteit van de samenleving. Ik ben vijf keer naar de San Antonio Spurs gaan kijken. Daar zitten zowel blanken, zwarten als indianen in de tribune. Dat is in de NFL veel minder het geval, dat blijft toch een beetje een witte sport. Op dat gebied moet het Belgisch voetbal zich overigens ook wat vragen beginnen stellen. Ik heb het gevoel dat het racisme bij de supporters van onze topclubs toeneemt en met de mantel der liefde bedekt wordt."