Guy Cassiers, de artistiek leider van het Toneelhuis in Antwerpen, is er de man niet naar om te zeuren en bij de pakken te blijven zitten, maar hij verheelt niet dat de afgelopen twee jaar tot de moeilijkste in zijn carrière behoren. "Theater bestaat door het fysieke contact tussen kunstenaars en publiek. Als dat wegvalt, wordt je corebusiness je ontnomen. Het was niet makkelijk twee jaar naar alternatieve oplossingen te zoeken om zo'n heel huis te blijven motiveren. We hebben radio gemaakt en een aantal voorstellingen digitaal aangeboden, maar voor mij blijft dat toch risky business. Je kunt theater niet zomaar naar het scherm vertalen. Het was eerder een noodzaak om te kunnen blijven werken dan dat het om vernieuwing ging."
...

Guy Cassiers, de artistiek leider van het Toneelhuis in Antwerpen, is er de man niet naar om te zeuren en bij de pakken te blijven zitten, maar hij verheelt niet dat de afgelopen twee jaar tot de moeilijkste in zijn carrière behoren. "Theater bestaat door het fysieke contact tussen kunstenaars en publiek. Als dat wegvalt, wordt je corebusiness je ontnomen. Het was niet makkelijk twee jaar naar alternatieve oplossingen te zoeken om zo'n heel huis te blijven motiveren. We hebben radio gemaakt en een aantal voorstellingen digitaal aangeboden, maar voor mij blijft dat toch risky business. Je kunt theater niet zomaar naar het scherm vertalen. Het was eerder een noodzaak om te kunnen blijven werken dan dat het om vernieuwing ging." GUY CASSIERS. "Of ik had vroeger kunnen vertrekken! ( lacht luid) Nee hoor, zeker in zo'n moeilijke situatie wil je niemand in de steek laten. Je wilt zoeken naar alternatieven om iedereen aan de slag te houden. En de ziekte zelf zijn we nu een beetje meester, maar het theater zal zeker nog twee jaar de gevolgen van corona dragen. Voor de freelancers was het een ramp. Er zijn veel mensen uit de cultuursector vertrokken, waardoor we de kwaliteit die er was opnieuw moeten opbouwen. Ik denk dat het onmogelijk is daar nu al de impact van in te schatten. "Theaters zoals het onze, die werken met subsidies, hebben ervoor gekozen achter de schermen te blijven werken. Er is dus heel veel werk geproduceerd en heel weinig vertoond. De komende twee jaar wordt het een krachttoer om dat allemaal in balans te krijgen. Er is veel aanbod voor weinig plek. Het gevaar is nu versnippering, dat moeten we vermijden. Wij merken dat in de Bourla: als je drie weken dezelfde productie plaatst, zit de zaal elke avond vol. Als je in drie weken tien verschillende producties aanbiedt, bezorgt dat het publiek keuzestress. Als toeschouwers vertrouwen hebben in een huis, hebben ze graag dat het huis voor hen kiest. Te veel tegelijk aanbieden is niet vanzelfsprekend." CASSIERS. "Het was een grote angst dat de mensen de weg naar het theater niet meer zouden vinden. Maar sinds corona en de angst voor het virus wat weggeëbd zijn, merken we dat het publiek snel terugkomt. Mensen kopen hun tickets iets later, spelen korter op de bal, maar ze komen wel. We zitten nu alweer op hetzelfde aantal toeschouwers als vóór corona. De afgelopen weken, toen Olympique Dramatique in onze zaal stond, waren de tickets telkens allemaal de deur uit." CASSIERS. "Jazeker, en we merken dat in de eerste plaats ook bij onze werknemers. Mensen ervaren theater weer als iets speciaals. De vanzelfsprekendheid is weg, en dat geeft weer een extra kracht aan het medium. Je bent gelukkig dat je opnieuw iets fysieks kunt delen met elkaar, waardoor zo'n voorstelling nu ook een emotionaliteit meekrijgt. Je merkt weer het belang dat mensen hechten aan deze kunstvorm, al weet ik natuurlijk niet hoelang dat zal duren. Wat ik ook merk, is dat mensen meer rondkijken in de zaal. Zich afvragen hoe ze eruitziet. Dat ze weer het belang ervaren van op die plek theater te kunnen zien." CASSIERS. "Toen de voorstelling rond dichter Leonard Nolens in première ging, mochten we 200 mensen ontvangen. Daardoor konden onze eigen mensen geen kaartjes meer krijgen. Toen hebben we een gala-avant-première georganiseerd voor de werknemers, in kostuum en avondkledij. Dat zorgde voor een geweldige sfeer. In het buitenland wordt dat nog iets meer gedaan. In Vlaanderen zijn we daar nonchalanter in, we relativeren te gemakkelijk alles weg. We vergeten er een beetje cachet aan te geven." CASSIERS. "In Nederland is het publiek heel verschillend. Nederlanders spelen graag mee, ze maken zich kenbaar. Wij zijn meer verlegen, gaan ons niet zo manifesteren. En het Franse publiek komt graag voorbereid naar een stuk, terwijl wij ons liever laten verrassen." CASSIERS. "Dat denk ik wel. Zeker na deze coronaperiode. De voorstelling is het centrale punt. Maar de weg ernaartoe, en het verteren erna, daar moet je een traject van proberen te maken. Het voordeel van het werk hier in de Bourla is dat je reizen kunt maken met je publiek. Binnen een voorstelling, maar ook tussen voorstellingen en over de seizoenen heen. Dat stukken met elkaar dialogeren, mensen interesse krijgen in bepaalde auteurs of artiesten, en je zo hun wereld kunt verbreden. "Ik heb me hier gerealiseerd dat de artiesten die werken in de Bourla daar te gast zijn. Het publiek en de Antwerpenaars zijn de echte eigenaars van de Bourla, wij zijn de gasten die binnen de hele geschiedenis van dat huis een steentje kunnen bijdragen." CASSIERS. "Zo is dat! En gaat het niet goed, dan heeft de trainer het gedaan. En gaat het wel goed, dan bestaat de trainer niet!" ( lacht) CASSIERS. "Hiervoor was ik altijd een reizend artiest. Ik maakte een project en zocht daar de juiste mensen bij. In het RO Theater en nu in de Bourla was dat helemaal anders. Je moet een traject uitstippelen. Zestien jaar geleden zei ik: we zijn een huis van makers, een huis met aparte kamers vol mensen met hun eigen traject, maar die samen wel nadenken over hoe je een miniatuurversie van de stad kunt zijn. Toen hoorde men het in Keulen donderden. De kritiek was: word je nu een kunstencentrum, of een cultuurcentrum? Maar dat procedé, van verschillende artiesten naast elkaar in een huis met vele kamers, is nu overgenomen door veel huizen, ook in het buitenland." CASSIERS. "Dat is een van de zaken. Maar ik vind het ook belangrijk dat we altijd verschillende generaties naast elkaar hebben geplaatst en die met elkaar lieten dialogeren, en dat er nu een Antwerps kunstenoverleg is, waardoor we goed samenwerken. Vergeet niet, in de aanloop naar Antwerpen '93, toen de stad Culturele Hoofdstad van Europa was, moest wijlen Eric Antonis (de intendant van Antwerpen '93, nvdr) de Bourla nog redden van de sloop. Dit was een bouwval. Sommigen vroegen zich af of het nog wel nodig was, zo'n theater. Die vraag wordt nu niet meer gesteld. We kunnen veel opmerkingen geven over ons systeem en ons beleid, en het is verre van perfect, maar als ik kijk naar mijn eigen parcours, dan zit daar wel een zekere logica in. Begonnen in de marge, daarna met projectsubsidies gewerkt en zo stilaan geëvolueerd naar het Toneelhuis. Nu is het aan anderen om dit huis verder in te vullen en ga ik in de toekomst proberen andere middelen te vinden om mijn werk voort te zetten." CASSIERS. "Ja. Al klinkt 'freelancer' net iets te los. Ik wil iets meer betekenen. Ik wil kijken hoe ik de internationale contacten uit de verschillende generaties waarmee ik heb gewerkt meer kan doen samenwerken, zodat veel kunstenaars daarvan kunnen genieten."Ik heb door corona veel nagedacht over de ecologische voetafdruk van het theater. Dat je een heel team en een decor verplaatst naar een ander land voor twee voorstellingen bijvoorbeeld. Daarom wil ik een nieuwe manier bedenken om te reizen, waardoor meer de mensen en de ideeën reizen, en niet het materiaal." CASSIERS. "Nee, regisseren blijft het belangrijkst. Maar als ik ergens heen ga, zoals de afgelopen maanden in de Comédie Française (Cassiers bracht er LesDémons van Dostojevski in een bewerking van Erwin Mortier, nvdr), dan neem ik zes of zeven Vlamingen mee, en dan is men altijd weer onder de indruk van ons professionalisme. Dat is iets wat we nog veel meer moeten benadrukken en uitspelen. Er is in Vlaanderen heel veel talent en expertise, zeker in de podiumkunsten, maar we zetten het te weinig in de verf." CASSIERS. "Het schoentje knelt vooral bij de Vlaamse begroting. Ongeveer 1 procent gaat naar cultuur. Dat is heel weinig in vergelijking met de omringende landen. Wordt dat al rechtgetrokken, dan wordt het veel gemakkelijker voor al die commissies die een waardeoordeel moeten geven, om keuzes te maken. Er komen veel jonge, talentvolle gezelschappen bij in de podiumkunsten. We zijn een boomende sector! Ik zie heel veel goesting bij jongere generaties. Vlaanderen mag daar trots op zijn en zou dat volop moeten ondersteunen." CASSIERS. "Dat is dus net niet het geval! Dat is als in een bedrijf: als iets goed draait, dan stimuleer je dat en investeer je daarin. Nu lijkt het omgekeerde te gebeuren. Vergeet niet, als we met voorstellingen naar het buitenland trekken, dan proberen we daar vooral geen verlies op te maken. Het is niet zo dat het buitenland ons geld oplevert." CASSIERS. "Dat moeten we inderdaad veel meer doen. Ik denk dat je moet oppassen dat je stad niet wordt overgenomen door dezelfde ketens die je overal vindt en dat de cafés en de speciaalzaken eruit worden verdreven. Dat ondermijnt de persoonlijkheid van je stad. De theaterbuurt in Antwerpen zorgt ervoor dat die stad 's avonds nog leeft, dat de cafés en restaurants meedraaien en er auto's in de parkeergarages staan. We geven mee identiteit aan de stad, en dat heeft inderdaad ook een economische functie. Nu, ik denk wel dat het stadsbestuur in Antwerpen zich daar heel goed van bewust is."