" Denk groots, want zo'n kans krijg je maar één keer. Doe het in één keer goed, en kom later niet zeuren dat je nog een extra vleugel nodig hebt." Die raad heeft Guido Gryseels, de algemeen directeur van het AfricaMuseum in Tervuren, altijd voor ogen gehouden, nadat de federale regering in 2006 het licht op groen had gezet voor de renovatie van zijn instelling. Na een lange voorbereiding en een verbouwing van vijf jaar, die 66 miljoen euro heeft gekost, deed het museum vorige maand de deuren weer open. Duizenden bezoekers en 400 journalisten uit binnen- en buitenland kwamen kijken hoe het negentiende-eeuwse pronkpaleis waarmee koning Leopold II zijn koloniale project in Congo in de etalage zette, is omgeturnd tot een modern museum dat zich scherp afzet tegen het kolonialisme.
...

" Denk groots, want zo'n kans krijg je maar één keer. Doe het in één keer goed, en kom later niet zeuren dat je nog een extra vleugel nodig hebt." Die raad heeft Guido Gryseels, de algemeen directeur van het AfricaMuseum in Tervuren, altijd voor ogen gehouden, nadat de federale regering in 2006 het licht op groen had gezet voor de renovatie van zijn instelling. Na een lange voorbereiding en een verbouwing van vijf jaar, die 66 miljoen euro heeft gekost, deed het museum vorige maand de deuren weer open. Duizenden bezoekers en 400 journalisten uit binnen- en buitenland kwamen kijken hoe het negentiende-eeuwse pronkpaleis waarmee koning Leopold II zijn koloniale project in Congo in de etalage zette, is omgeturnd tot een modern museum dat zich scherp afzet tegen het kolonialisme. "Dit museum blijft de volgende jaren dé referentie voor hoe je een historisch gebouw restaureert en al die moderne faciliteiten erin integreert", weet Gryseels. "We krijgen aanvragen van over de hele wereld om te komen praten over hoe wij dit hebben aangepakt. Er zijn doctoraten geschreven over de renovatie van onze instelling. Ik ben daar heel trots op." Last van decompressie heeft Gryseels niet, nu zijn museum eindelijk in het nieuw steekt. Daarvoor heeft hij te veel andere bezigheden. "Ik ben manager van een bedrijf met 235 personeelsleden en een jaarlijks budget van 16 miljoen euro. In personeel en middelen maakt het museum ongeveer een kwart van mijn instituut uit. Wij zijn vooral een wetenschappelijke instelling. We hebben 80 wetenschappers, we werken in 20 Afrikaanse landen en leiden jaarlijks 130 Afrikaanse wetenschappers op. Elk jaar ontvangen we duizenden onderzoekers uit de hele wereld. Wij zijn het referentiecentrum voor natuur- en menswetenschappen over Centraal-Afrika. Je kunt niets zeggen over de klimaatverandering, biodiversiteit, mijnbouw, Bantoetalen of traditionele muziek in Centraal-Afrika zonder dat je ons museum erbij betrekt. We hebben 125.000 etnografische objecten, 10 miljoen zoölogische specimens, 75.000 stalen tropisch hout en 4 kilometer koloniale archieven. Nergens ter wereld kun je een tentoonstelling over Centraal-Afrika zien zonder stukken van ons museum." GUIDO GRYSEELS. "Als ik terugkijk op waar we ons de voorbije vijf jaar doorheen hebben geworsteld, is het een mirakel dat we open zijn. Het was pompen of verzuipen. Veel mensen die hier nu komen, zeggen: 'Wat een fantastisch mooi museum! Het is ongelooflijk hoe jullie dit hebben klaargespeeld!' Dat is fijn, maar het jaagt me ook een beetje angst aan. Het lijkt alsof het zo kan. Verminder ons budget maar, we redden ons toch wel. Terwijl de menselijke kostprijs heel hoog is. Enkele medewerkers zijn al bezweken onder de druk. Niemand wordt nog vervangen. Hele diensten draaien nog op één persoon. Ik heb niemand meer voor het financiële management. Iedereen doet hier dubbele shifts, werkelijk iederéén. Medewerkers met leidende functies zitten mee reservaties voor rondleidingen te boeken. Dat is niet houdbaar. Op een gegeven moment zullen we keuzes moeten maken." GRYSEELS. "Dat is de grote vraag. We zouden kunnen zeggen: we doen alleen nog onderzoek naar menswetenschappen. Maar wat een enorm verlies zou het niet zijn als al die kennis over geologie en biologie verloren gaat. De hele wereld schreeuwt om interdisciplinaire onderzoeksinstellingen die niet vanuit één hokje naar een vakgebied zitten te kijken. Wij zijn zo'n instelling par excellence. Wij hebben bijvoorbeeld politicologen, sociologen en biologen die met geologie bezig zijn. Die verschaffen samen een integraal beeld van wat in dat onderzoeksgebied gebeurt. Moeten we daarmee stoppen? "Of moeten we onze bruiklenen stoppen? We geven elk jaar honderden objecten uit onze collectie in bruikleen voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Zo organiseerde het Musée du quai Branly in Parijs twee jaar geleden een grote expo over kunst en christendom in Centraal-Afrika. Drie kwart van de stukken kwam uit Tervuren. Maar wat is de kostprijs voor ons internationale prestige als we dat niet meer doen? "Of moeten we onze ontwikkelingssamenwerking schrappen? Maar dan stop je ook met het versterken van de lokale capaciteit in Afrika. Die komt niet alleen de Afrikanen ten goede, wij hebben die ook nodig om onderzoek te doen en tentoonstellingen te maken. Het is geen gemakkelijke oefening. Maar we zullen verplicht zijn ze te maken." GRYSEELS. "Sophie Wilmès is de tiende minister of staatssecretaris van Wetenschapsbeleid sinds ik in 2001 directeur van het museum ben geworden. De gemiddelde termijn van een minister is dus anderhalf jaar. Ze komen en ze gaan. Sinds 2000 is bijna elke minister met een hervormingsplan voor de federale wetenschappelijke instellingen gekomen. De regering-Michel I heeft die hervorming in haar regeringsverklaring gezet. Dat vond ik een geweldige stap vooruit. De regering zou ons juridische statuut veranderen om ons meer autonomie te geven en ze zou meer synergie tussen de instellingen proberen te organiseren. Maar van die hervorming is vrijwel niets gerealiseerd. We zijn alleen veel middelen kwijtgespeeld en onze autonomie is er nog meer op achteruitgegaan." GRYSEELS. "Absoluut. Mijn grootste probleem is niet het gebrek aan middelen, maar het gebrek aan flexibiliteit om die middelen te gebruiken. Zo zijn alle federale wetenschappelijke instellingen onderworpen aan de regel van de ESR-neutraliteit, waardoor wij niet meer mogen uitgeven dan de inkomsten die wij in één jaar binnenkrijgen. Die regel geldt ook voor investeringen. Ik maak een vergelijking: stel dat je je huis wilt verbouwen, maar dat je dat alleen mag doen met het loon van dit jaar. Aan je spaarboekje mag je niet komen. Dat lukt toch niet? Maar zo moeten wij wel werken. "Dus krijg je absurde situaties. Niet alleen wij, ook andere federale wetenschappelijke instellingen krijgen bijvoorbeeld geld van sponsors. Als we dat niet hetzelfde jaar gebruiken, worden die middelen geblokkeerd en zijn we ze kwijt. De afgelopen vijftien jaar heb ik geld opzijgezet voor de eindfase van de renovatie. Ik heb van de regering uitzonderlijk toestemming gekregen 2 miljoen euro daarvan te gebruiken. Maar de rest van die reserves staat nog altijd geblokkeerd. In andere landen van de Europese Unie vallen investeringen niet onder die ESR-neutraliteit." GRYSEELS. "Wetenschappers aanwerven kan ik zelf. Maar voor alle niet-wetenschappelijke personeel - zoals communicatiemedewerkers, technici en ICT'ers - moet ik passeren langs Selor (het selectiebureau van de federale overheid, nvdr). Selor werkt veel te traag. Het duurt gemiddeld twee jaar om iemand aan te werven. Als ik morgen een subsidie krijg voor een wetenschappelijk project waarmee ik één wetenschapper en één technicus kan rekruteren, is het project al afgelopen tegen dat die technicus aan het werk is. Dat is absurd. Maar zo maak ik het al zeventien jaar mee." GRYSEELS. "Wetenschappelijk onderzoek is competitief, vooral als je internationaal wilt meedraaien. Je moet dus de beste mensen in huis halen. Voor sommige domeinen zijn die in België moeilijk te vinden. Ik weet dat het een institutionele atoombom is, maar dat iemand op een taalrol moet zijn ingeschreven vooraleer we hem kunnen aanwerven, is een grote handicap voor een wetenschappelijke instelling. Dat betekent dat ik alleen Fransen en Nederlanders in dienst kan nemen, al zijn er uitzonderingen voor contractuelen. Je kunt zeggen: dan moeten ze maar een taalexamen afleggen. Maar een kandidaat moet dat doen voordat hij solliciteert. Dat proces neemt anderhalf tot twee jaar in beslag. Dat is ondoenbaar." GRYSEELS. "Elke dag kijk ik naar de groepsfoto van ons personeel. En dan zie ik dat we nog altijd een heel wit personeelsbestand hebben. 8 procent is niet slecht, maar het is te weinig. De wil is er om meer Afrikaanse mensen aan te werven. Maar natuurlijk, als je een kwart van je personeel verliest en niemand wordt vervangen, is dat heel moeilijk. "Ik wilde bij de opening als eerste nieuwe rekruut van het museum een Afrikaanse vluchteling aanwerven. Ik had een fantastische kandidaat. Wel, we hébben hem aan het werk gekregen. Maar die martelgang! Drie of vier medewerkers zijn continu bezig geweest om aan alle papieren te raken. Voor heel eenvoudige zaken zijn zo veel stapjes en papiertjes nodig dat je je afvraagt: god, zo moeilijk kan het toch niet zijn om dat allemaal veel simpeler te maken? "Ik heb soms een dubbel gevoel. Kijk naar dat nieuwe paviljoen, waar al die mensen naar binnen gaan. Vandaag alleen al hebben we bijna 3500 bezoekers. We hebben momenteel vijftien Afrikaanse stagiairs die hier een opleiding krijgen. Die mensen zijn de beste ambassadeurs die we in Afrika kunnen hebben. Hier gebeurt zo veel fantastisch werk. En dan ga ik weer aan mijn bureau zitten, en dan begint het weer en moet ik weer oplossingen uitvinden voor soms heel simpele problemen. Je moet veel moed en enthousiasme hebben om hier elke dag weer aan de slag te gaan. Maar het resultaat vuurt je telkens weer aan." GRYSEELS. "Omdat wetenschapsbeleid absoluut geen prioriteit is. Iedere minister of staatssecretaris van Wetenschapsbeleid heeft een hoop andere bevoegdheden, die vaak veel mediagenieker zijn. Er zou eens een minister moeten komen die alleen wetenschapsbeleid doet en daar echt werk van maakt." GRYSEELS. "Het eerste wat een minister van Wetenschapsbeleid zich zou moeten afvragen is: zijn er eigenlijk nog wel tien federale wetenschappelijke instellingen nódig? Kunnen we door schaalvergroting geen synergie vinden? Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen doet ook biologisch en geologisch onderzoek in Afrika. Waarom kan dat niet samengaan met het onze? Waarom koopt iedereen dezelfde dure apparaten en delen we die niet? Waarom moeten we elk een eigen ICT-dienst, boekhoudkundige dienst en bewakingsdienst hebben? Waarom zouden wij onze expertise in de renovatie van gebouwen niet ter beschikking stellen van andere instellingen? En tegelijk kan elk instituut zijn identiteit bewaren." GRYSEELS. "Dat heeft een aantal redenen. Ten eerste: de middelen zijn beperkt. En ten tweede: er zijn wel nog middelen in Europa en internationaal. Maar die kun je alleen krijgen als je een bepaalde omvang hebt. Het AfricaMuseum is te klein om Europese subsidies te krijgen. Al die fondsen worden weggehaald door grote instellingen in Frankrijk en Engeland, gewoon omdat wij in gespreide slagorde georganiseerd zijn. "Ik geef een voorbeeld. De Plantentuin van Meise is sinds 2014 een Vlaamse instelling (door politiek gekrakeel was die federale wetenschappelijke instelling schrijnend verwaarloosd, nvdr). Had men ons museum, het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen én de Plantentuin samengebracht in één instituut, dan waren we nu de grootste instelling ter wereld die natuurwetenschappelijk onderzoek doet in Afrika. Dan konden we wél meedoen aan Europese projecten. Automatisch word je dan nog groter. Maar dat is niet meer mogelijk." GRYSEELS. "Staatssecretaris Demir heeft me gevraagd minstens te blijven tot de heropening van het museum. In 2017 is mijn mandaat daarvoor met vijf jaar verlengd. Maar het ziet ernaar uit dat we naar een lange periode gaan dat de federale regering in lopende zaken is. Dat wacht ik af. Een instelling moet tijdens zulke politieke crisissen een ervaren directeur hebben die weet hoe hij nog dossiers in orde kan krijgen. Als het nodig is, ben ik bereid nog een tijdje te blijven." GRYSEELS. "Ja, die instellingen betalen daar een heel zware prijs voor. Om een strategie uit te zetten, veranderingen door te voeren en invloed uit te oefenen op het beleid, heb je een directeur met een mandaat nodig. Als ik zeker ben dat mijn opvolger wordt benoemd, zal ik met een gerust hart vertrekken." GRYSEELS. "Ja, waarom niet? Dat zou goed zijn voor de instelling. Er bestaan goede mensen van Afrikaanse afkomst. Je moet hen alleen kunnen overtuigen naar Tervuren te komen."