Het gonsde in economische en politieke middens in Turkije al langer van de geruchten over onhoudbare spanningen rond gouverneur Çetinkaya. President Erdogan steekt niet onder stoelen of banken dat hij het fundamenteel oneens is met het monetaire beleid van de centrale bank (TCMB).

Hoge rente, hoge inflatie

Zo vindt hij de basisrente, die sinds september vorig jaar op 24 procent is vastgelegd, veel te hoog. Volgens Erdogan is de rentevoet niet minder dan "de moeder en de vader van alle kwaad". De president wil dan ook dat de basisrente verlaagd wordt, zodat de economie wordt gestimuleerd.

Maar de Turkse economie is er niet al te best aan toe. Na drie kwartalen van negatieve groei, werd in het eerste kwartaal 2019 opnieuw met een groei van +1,27 procent aangeknoopt, maar in juni bedroeg de inflatie op jaarbasis nog steeds 15,72 procent. In mei was dat 18,71 procent. Een lagere rente dreigt de prijzen verder de hoogte in te jagen.

Lira verloor waarde

Het ergste probleem is echter de aanhoudende muntcrisis. De Turkse lira verloor dit jaar 10 procent van zijn waarde, nadat hij in 2018 al 30 procent was gedaald.

Door de economische malaise stond de onafhankelijkheid van de Turkse centrale bank al langer onder druk. Volgens een bron die door het persagentschap Reuters werd gecontacteerd, had zowel Erdogan als minister van Financiën Berat Albayrak - tevens de schoonzoon van Erdogan - gouverneur Çetinkaya gevraagd om op te stappen. Deze had dat geweigerd, maar is nu dus ontslagen. De nieuwe gouverneur van de centrale bank zal in de komende dagen een persconferentie geven.