De opkomst van het internet der dingen doet bedrijven anders werken en daar speelt GiG Technology op in. Dat Internet of Things (IoT) houdt in dat zowat alle toestellen die we gebruiken, uitgerust zijn met hopen sensoren. Zo zijn al die gebruiksvoorwerpen met het internet verbonden en kunnen ze informatie uitwisselen.
...

De opkomst van het internet der dingen doet bedrijven anders werken en daar speelt GiG Technology op in. Dat Internet of Things (IoT) houdt in dat zowat alle toestellen die we gebruiken, uitgerust zijn met hopen sensoren. Zo zijn al die gebruiksvoorwerpen met het internet verbonden en kunnen ze informatie uitwisselen. Het spreekt voor zich dat dat zo snel mogelijk moet gaan. Een zelfrijdende auto moet meteen kunnen remmen als er een obstakel is. Het mag dus niet lang duren voor de informatie over dat obstakel naar de cloud - een netwerk van via het internet gedeelde data - wordt gestuurd en verwerkt, en weer terugkeert naar de auto. De manier waarop we nu informatie opslaan, volstaat daar niet voor. Nu wordt alle informatie opgeladen naar de cloud, wat betekent dat die data opgeslagen worden in gigantische datacenters overal ter wereld. Daarom is met edge computing een nieuwe trend opgedoken. Willem Hendrickx, de CEO en medeoprichter van GiG Technology en vroeger hoofd van Alcatel-Lucent EMEA, maakt een vergelijking met Airbnb. Het klassieke datacenter is niet meer nodig, net zomin als Airbnb nog een klassiek hotel nodig heeft. Dat hotel is als het ware 'gedecentraliseerd', de kamers zijn verspreid overal ter wereld, met enkel het platform van Airbnb als gemeenschappelijk punt. GiG Technology doet hetzelfde voor de opslag van data. Edge computing betekent dat de opslagcapaciteit verschuift, weg van de cloud en dichter bij de toestellen met de sensoren. De zelfrijdende auto, maar ook allerlei applicaties voor uw smartphone slaan zelf data op in plaats van ze via het internet naar een datacenter te sturen. "Al die sensoren genereren zoveel data dat al die gegevens nooit teruggestuurd kunnen worden naar klassieke datacenters. Technisch werkt dat niet", stelt Sacha Vekeman, medeoprichter en chief marketing officer van GiG. "Ons softwarebedrijf duwt de opslagcapaciteit dichter bij de sensoren en de gebruikers. Voor toestellen die data generen voor IoT, artificiële intelligentie of voor robotica heb je rekenkracht, applicaties en veel opslagcapaciteit nodig dicht bij die omgeving." Behalve om de verhoogde reactiesnelheid, is de technologie ook nog om een andere reden interessant. Almaar vaker voeren overheden wetten in om ervoor te zorgen dat online-informatie die in een land wordt verzameld of intellectuele eigendom is, ook in dat land wordt bewaard omwille van de privacy. Nu worden die gegevens vaak in de Verenigde Staten of China opgeslagen omdat de bedrijven die opslagcapaciteit in de cloud verkopen, vaak uit die landen komen. Onder meer multinationals als Microsoft, Amazon en Google bieden zulke diensten aan. "Onze software is op elke locatie bruikbaar. We hebben geen datacenter nodig, al kunnen we er wel een inschakelen als we dat willen", zegt Willem Hendrickx. Klanten van GiG kunnen zo'n softwarebouwblok kopen om hun eigen, lokale cloud te creëren. Daarom noemt GiG zijn producten "infrastructuur als een dienst", virtuele infrastructuur die klanten kunnen gebruiken om hun digitale producten overal ter wereld te verkopen. Zeker in Latijns-Amerika, Afrika en India, waar minder opslagcapaciteit beschikbaar is, ziet GiG de markt snel groeien. Voor de Latijns-Amerikaanse markt sloot GiG een joint venture met Grupo Enesa van de Mexicaanse zakenman Carlos Slim, een van de rijkste mensen ter wereld. GiG heeft een aandeel van 20 procent in de joint venture. GiG Americas biedt de diensten van GiG aan op de Latijns-Amerikaanse markt. Vorige week maakte GiG een partnerschap bekend met de Canadees-Indiase holding DTM Global. GiG Technology heeft 45 procent van de joint venture GiG India. Sanjeev Kumar, de CEO van DTM Global en Delamore Group, gebruikt de technologie van GiG ook om een platform te creëren waarop start-ups gespecialiseerd in financiële technologie ( fintechs) hun apps sneller en goedkoper kunnen verspreiden. "Het nut van de technologie is dat je als bedrijf sneller kunt commercialiseren dan je concurrent", zegt Sanjeev Kumar. "Er is veel synergie in fintech. Bedrijven willen ook betrokken worden bij de technologie. Ze willen geen template krijgen uit Silicon Valley, want dan moeten ze zelf een team uitbouwen om te groeien. Met ons ontwikkelen ze samen het product. Groeien zit er al in ingebouwd." GiG Technology heeft twee jaar in alle stilte aan zijn technologie gewerkt. De ambitie is groot. De oprichters willen van GiG een Europees bedrijf maken dat de concurrentie aankan met de Googles of Microsofts van deze wereld. GiG Technology ontstond in 2015 als Luxemburgse holding uit de consolidatie van enkele vennootschappen waarbij serieel ondernemer Kristof De Spiegeleer betrokken was. Het bedrijf met hoofdkantoor in Lochristi werkt met 45 mensen en haalde naar eigen zeggen 10 miljoen euro kapitaal op. Dat geld kwam van een zestal medeoprichters en kernmedewerkers, plus enkele strategische investeerders. Het geld dat de start-up ophaalde via zijn partnerschappen in Amerika, India en Afrika is daar nog niet bijgeteld. Het bedrijf mikt dit jaar op een omzet van 7,5 miljoen euro en gaat uit van een verdubbeling van de omzet in 2019. GiG haalde met de Brit Mark Simmonds, in een vorig leven Brits parlementslid voor de Conservatieven, wel een prestigieuze voorzitter van de raad van bestuur aan boord. GiG heeft het geld van de toekomstige kapitaalronde nodig voor de commercialisering van zijn product. Dankzij de partnerschappen met Grupo Enesa en DTM Global bestrijkt GiG Latijns-Amerika en India, maar het wil ook klanten werven in Afrika en de thuismarkt Europa. "We hebben in Zuid-Afrika, in Oeganda en in Latijns-Amerika teams die de capaciteit ontplooien en het GiG-merk bouwen", zegt Sacha Vekeman. "Zij werken hard om in een eerste fase een kritische minimale voetafdruk te krijgen in minstens tien à vijftien locaties. Dan kunnen we de volgende stap nemen. Nu moeten we applicaties binnenhalen en de gebruiker naar het platform laten komen om de applicaties te gebruiken." "Ik droom van een platform waar een jonge ondernemer uit pakweg Tallinn zijn app op het systeem kan zetten, waarna we samen met hem een bedrijf oprichten voor de commercialisering ervan", besluit Sanjeev Kumar.