België bengelt op de voorlaatste plaats in de OESO-rangschikking van STEM-diploma's. Minder dan 20 procent van de afgestudeerden komt uit wetenschapsgerichte sectoren. In Duitsland is dat 35 procent.
...

België bengelt op de voorlaatste plaats in de OESO-rangschikking van STEM-diploma's. Minder dan 20 procent van de afgestudeerden komt uit wetenschapsgerichte sectoren. In Duitsland is dat 35 procent. "Dit moet echt een beleidsprioriteit zijn. Het is heel moeilijk in België wetenschapsgerichte sectoren te hebben als je geen wetenschappers meer hebt", zei Noels op de jaarvergadering van de sectorvereniging essenscia Vlaanderen. "De combinatie van hoge loonkosten en een laag aantal STEM-diploma's zal heel veel druk zetten op ons systeem."Noels trok in het kader van een door essenscia Vlaanderen gevraagde studie ook naar het buitenland op zoek naar de best practices voor onze regio, en was vooral onder de indruk van Zwitserland. "Dat land ziet wetenschap als de basis van economisch succes en de overheid doet er dan ook heel grote inspanningen voor", stelt Noels. Bovendien besteedt de sectorfederatie er 20 procent van zijn budget aan het ondersteunen van wetenschapsonderwijs vanaf de prille leeftijd van vier jaar.Noels actualiseerde ook het belang van chemie en life sciences voor onze economie. Die sectoren vertegenwoordigen voor Vlaanderen een derde van de toegevoegde waarde en 60 procent van alle investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Bovendien is de sector de voorbije veertig jaar dubbel zo snel gegroeid als de rest van de industrie en is het gewicht van chemie en farma in de Vlaamse economie zowat dubbel zo groot als elders in Europa. "Een spectaculair rapport. Mochten die activiteiten er niet meer zijn, dan zou Vlaanderen als maakland een heel dor uitzicht bieden", zegt Noels.De stichter van de groep Econopolis benadrukt ook dat het hefboomeffect van de chemiesector in indirecte tewerkstelling in ons land wordt onderschat. Het beleid gaat uit van een multiplicatoreffect van 1,6, terwijl dat voor de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk ongeveer het dubbele bedraagt, en in de Verenigde Staten zelfs wordt uitgegaan van een factor 6,8. Dat betekent dus dat er voor elke baan in de chemie drie tot bijna zeven jobs bij komen in andere sectoren. Noels schat nu dat het multiplicatoreffect in België dubbel zo groot is als wordt aangenomen. "We moeten opletten dat we het belang van die activiteiten in de creatie van banen niet chronisch onderschatten, want jobs zijn voor het beleid zeer belangrijk. Als we het onderschatten, zal de aandacht van het beleid voor die activiteiten dus ook wat verslappen."