Van 25 businessunits naar 4. Van 70 landen drie jaar geleden naar 30 tegen 2030. Het vereenvoudigen en terugplooien van Engie staat in schril contrast met het expansiebeleid van GDF Suez, zoals het bedrijf tot 2015 heette. Onder leiding van topman Gérard Mestrallet en zijn Vlaamse rechterhand Dirk Beeuwsaert was internationale groei toen het ordewoord.
...

Van 25 businessunits naar 4. Van 70 landen drie jaar geleden naar 30 tegen 2030. Het vereenvoudigen en terugplooien van Engie staat in schril contrast met het expansiebeleid van GDF Suez, zoals het bedrijf tot 2015 heette. Onder leiding van topman Gérard Mestrallet en zijn Vlaamse rechterhand Dirk Beeuwsaert was internationale groei toen het ordewoord. GDF Suez surfte mee op de groeiende vraag naar energie in heel de wereld. Er werden kolen- en gascentrales gebouwd, lng-terminals aangelegd en water-krachtcentrales in gebruik genomen in landen als Mongolië, Chili, Qatar en de Verenigde Staten. Terwijl de kennis van de Belgische engineeringdochter Tractebel wereldwijd werd aangeboden en Electrabel zijn zonen en dochters naar alle continenten uitzond, werd het verzadigde Europa steeds minder belangrijk in de groepsomzet. Het Engie van Catherine MacGregor, die begin dit jaar Isabelle Kocher opvolgde aan het hoofd van de groep, legt compleet andere klemtonen. De groep maakt zich sterk dat ze vorig jaar bij haar klanten 20 miljoen ton CO2-uitstoot heeft uitgespaard, een volume dat ze in 2030 wil aandikken tot 45 miljoen ton. In zijn nieuwe visie wil het bedrijf de lage-uitstootenergiesystemen van de toekomst bouwen en plaatst het de ambitie voorop om tegen 2045 zelf klimaatneutraal te zijn. Om dat te bereiken moet de koolstofintensiteit van de elektriciteitsproductie dalen van 348 gram CO2-uitstoot per kilowattuur in 2017 naar 158 gram in 2030. Dus verdwijnen de kolencentrales uit de portefeuille: tegen 2025 in Europa, twee jaar later ook in de rest van de wereld. Enkele worden verkocht, andere gesloten of omgebouwd tot biomassacentrales. Daarom ook wil de groep fors investeren in groene waterstof. Daar wil het concern 4 gigawatt productiecapaciteit installeren tussen nu en 2030, en tegen dan ook meer dan 100 tankstations voor waterstof in portefeuille hebben. "We bouwen een nieuw Engie rond vier activiteiten", kondigt MacGregor aan. De groei moet komen van hernieuwbare energie en 'gedecentraliseerde koolstofarme energie-infrastructuren', een verzamelnaam voor warmte- en koudenetten, gedecentraliseerde energieproductie, lage-uitstootmobiliteit en de diensten die daarmee gepaard gaan. Een extra voordeel is dat het vooral om langetermijncontracten gaat, die veel minder worden getroffen door bijvoorbeeld de coronapandemie. Voor het rendement rekent Engie op de netwerken, waarbij het vooral mikt op het Franse gasnet en de energienetwerken in Latijns-Amerika, en op thermische centrales. Die laatste poot herbergt vooral de gascentrales. De groep gaat ervan uit dat de productiecapaciteit van gascentrales in Europa tegen 2045 nog met 30 procent zal toenemen, waarbij de vraag naar synthetisch en groen gas zelfs zal verdrievoudigen tegen 2030. "In Frankrijk zou biomethaan 10 procent van de gasmix moeten uitmaken in 2030. Dat is voor ons een strategische markt met een aantrekkelijk groeipotentieel op korte termijn." Want dat blijft de hoofdbedoeling van de nieuwe strategie: opnieuw aanknopen met groei. MacGregor wil de nettowinst optrekken: van 2,3 tot 2,5 miljard dit jaar naar 2,7 tot 2,9 miljard in 2023. De kwartaalcijfers waren hoopgevend, met een omzet die steeg van 16,5 naar 16,9 miljard euro en een bedrijfswinst die met 7,3 procent klom naar 3,2 miljard euro. Er wordt 15 tot 16 miljard euro geïnvesteerd tussen nu en 2023. Maar liefst 45 procent gaat naar hernieuwbare energie. De productiecapaciteit wordt opgetrokken van 31 naar 80 gigawatt tegen 2030. "We hebben 56 gigawatt aan projecten in de pijplijn zitten, waarvan twee derde in West-Europa en de Verenigde Staten", zegt MacGregor. "Terwijl we tot nu meestal de projecten verkochten zodra ze waren opgeleverd, willen we voortaan meer dan 70 procent in eigen handen houden. Daarbij mikken we vooral op windturbines op land en zonne-energieparken." Na de verkopen van de jongste jaren staan de komende twee jaar nog maar eens voor 9 tot 10 miljard activa in de etalage. Een belangrijk deel daarvan zal van Bright komen, een tijdelijke projectnaam voor de multitechnische diensten, die vandaag in België bekend zijn als Engie Solutions. Daaronder vallen onder meer de activiteiten rond onderhoud en de plaatsing van verwarming, airconditioning en elektrische installaties, maar ook renovatie en het beheer van gebouwen. Voor Bright liggen alle opties open: een volledige of gedeeltelijke beursgang of verkoop, aan een concurrent of aan een investeringsfonds. Al die veranderingen maken dat ook de perimeter van de activiteiten van Engie in België een metamorfose ondergaat. Aan de top van Electrabel volgde Thierry Saegeman op 1 mei Philippe Van Troeye op. Hij leidt nu het 5000-koppige ingenieursbureau van Tractebel. "Thierry krijgt ons volledige vertrouwen", stak MacGregor de nieuwe Belgische topman een hart onder de riem. "België is altijd een belangrijk land geweest voor onze groep." Van de 17.000 werknemers die de groep begin dit jaar in ons land telde, zijn er maar liefst 10.000 betrokken bij de Bright-operatie. Zij staan met de nakende verzelfstandiging voor een derde nieuwe naam in twee jaar tijd. Mogelijk komt daar, na een eventuele verkoop, nog een vierde bij. Dat komt omdat pas vorige zomer werd aangekondigd dat de merknamen Engie Fabricom (5000 werknemers), Engie Cofely (2500) en Engie Axima (1800) verdwijnen en de krachten bundelen als Engie Solutions. De energiepoot van de groep zal in ons land nog 7000 werknemers tellen. 2500 werken bij de gascentrales, die rapporteren aan de businessunit Generation Europe. Onder de bevoegdheid van Saegeman vallen de 2500 Electrabel-werknemers in de verkoop van elektriciteit en gas en de productie van hernieuwbare energie, en daarnaast de 2000 in de kerncentrales. Die laatsten vallen officieel onder de nucleaire tak van Engie, maar daar is Saegeman ook de CEO van. Saegeman was degene die eind vorig jaar aan het personeel de boodschap bracht dat de werkzaamheden die alleen betrekking hadden op de levensduurverlenging van de twee jongste kernreactoren, werden stopgezet. Anders gezegd: de energiegroep acht het scenario van een verlenging na 2025 weinig waarschijnlijk acht. "De industriële voorbereiding en de nodige aanpassing aan de regelgeving kosten ongeveer vijf jaar. We blijven in gesprek met de regering, maar met elke maand die verstrijkt, wordt de waarschijnlijkheid van een verlenging kleiner", geeft MacGregor toe. "Tegelijk is 2025 geen einddatum. Als de kerncentrales sluiten, begint het ontmantelingsproces. Electrabel zal er zijn om die projecten tot een goed einde te brengen." De groep blijft geïnteresseerd om bij te dragen aan de Belgische energiebevoorrading. Wanneer het ondersteuningsmechanisme voor de bouw van nieuwe gascentrales op punt staat, wordt zeker meegedongen. Daarvoor heeft ze de centrales van Vilvoorde (875 megawatt), Les Awirs (875 megawatt) en Amercoeur (320 megawatt) in stelling staan. Een ander project, voor een 850 megawatt-centrale in Antwerpen, werd door partner BASF van het lijstje geschrapt.