Een paar vrachtwagens en kranen die rond grote cirkels in het zand werken, meer valt er voorlopig niet te zien van wat over twee jaar de grootste opslagtank op de Fluxys-terminal moet zijn. Op piekmomenten zal er nochtans 500 man aan de slag zijn op de hermetisch afgesloten werf. Maar zelfs wanneer het 180.000 m³ grote bouwwerk klaar is, zal het de toevallige passant vanop het strand van Heist wellicht niet opvallen. Door modernere bouwtechnieken, en een veertig meter diepe betonnen muur en stutwering, zal de nieuwe tank zelfs iets lager zijn dan de vier bestaande tanks.

"Inclusief een tweede aanlegsteiger voor lng-schepen en procesinstallaties investeert Fluxys ongeveer 250 miljoen euro in de tank", weet Rudy Van Beurden, manager communicatie en public affairs voor Fluxys.

De nieuwe tank moet vanaf eind 2018 het vloeibaar gas van Yamal LNG opslaan. Dat consortium van het Russische Novatek (60 %), de Franse energiereus Total en China National Petroleum Corporation (elk 20 %) bouwt op het Noordwest-Siberische schiereiland Jamal een van de grootste lng-projecten ter wereld.

Het twintigjarige contract met Yamal LNG levert Fluxys elk jaar 50 miljoen euro inkomsten op. In het beste scenario kan Fluxys elk jaar zowat 8 miljoen ton lng stockeren. Dat is een vijfde van de huidige trafiek van de haven van Zeebrugge. Bovendien stijgt de directe tewerkstelling van tachtig naar negentig, maar er wordt ook indirect veel geld verdiend bij loodsen, sleepdiensten, enzovoort.

Als de capaciteit volledig wordt benut, verdubbelt het aantal aanlopen ruim tot meer dan 200 lng-schepen per jaar. Niet alle schepen gaan overigens naar Zeebrugge. Als het weer het toelaat, stuurt Yamal LNG zijn ijsbrekers-tankers oostwaarts naar Azië via de Noordelijke IJszee, boven de noordkust van Rusland.

West-Vlaanderen is de winterbestemming: hier wordt de lading overgeslagen op gewone lng-schepen, die het gas naar zijn eindbestemming brengen. "Het is niet de bedoeling dat er Siberisch gas op het Belgische net wordt gezet", stipuleert Van Beurden.

Draaischijf

De lng-site in Zeebrugge - momenteel drie tanks van 80.000 m³ en één van 140.000 m³ - is een sleutelkaart in de internationale ontplooiing van het Belgische gasbedrijf. ExxonMobil/ Qatar Petroleum, het Italiaanse Eni en het Franse Engie (ex-GDF Suez) hebben langetermijncontracten lopen voor het gros van de capaciteit. Het is een van de weinige terminals die alle bestaande lng-schepen kan ontvangen: van de kleinste (2000 m³) tot de grootste, die liefst 266.000 m³ kunnen transporteren.

De uitzendcapaciteit van 9 miljard m³ is goed voor de helft van het jaarlijkse aardgasverbruik van ons land. De veiligheidsmaatregelen op de site zijn navenant.

Het vloeibaar gas kan ook met vrachtwagens worden vervoerd. Van Beurden: "Vorig jaar vertrokken er zo 1700 trucks, naar bestemmingen in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Polen en Nederland: industriële sites, of bufferopslag voor voertuigen of scheepvaart. Lng is milieuvriendelijker dan olie, en kan zo bijdragen in de strijd tegen de uitstoot van broeikasgassen."

Met de tweede steiger, die zogoed als klaar is, zal Fluxys ook lng van het ene schip naar een ander kunnen overslaan, en ook kleinere bunkerschepen laden voor de bevoorrading van schepen die lng als brandstof gebruiken, of voor bunkerterminals in andere havens.

Dankzij de lng-terminal, de Interconnector (pijpleiding naar het Verenigd Koninkrijk), de Zeepipe Terminal (naar Noorse gasvelden) en het handelsplatform Zeebrugge Trading Point vormt de West-Vlaamse kuststad een draaischijf in de Europese gashandel.

Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. In Loenhout heeft het bedrijf 700 miljoen m³ opslagcapaciteit. Van Beurden: "Daarmee vangen we vooral seizoenpieken op. Maar de opslagmarkt in Noordwest-Europa is momenteel zeer moeilijk. De kosten van de opslag van het gas zijn groter dan het prijsverschil tussen zomer en winter op de gashandelsplaatsen. "Wij hebben een deel op lange termijn verkocht, maar er staat veel capaciteit onbenut. Europa wil graag alle capaciteit gevuld zien voor de winter, maar de markt volgt niet."

Octopus

Voor zijn groei kijkt Fluxys bewust over de grenzen. In de lng-terminal in Duinkerke heeft het bedrijf een kwart van de aandelen, en 49 procent in de beheersmaatschappij. "Het project ging sowieso door. Dan konden we er beter bij betrokken zijn." Omdat de terminal ook verbonden is aan het Belgische gasnet, komt er vanaf eind dit jaar mogelijk Amerikaans schaliegas naar België. Het Amerikaanse Cheniere Energy heeft een contract gesloten voor de levering van meer dan 2,6 miljard m³ lng aan het Franse EDF in Duinkerke.

Het gasvervoerbedrijf kwam de jongste jaren vooral in het nieuws met overnames van pijpleidingen. "Een van onze troeven is dat wij vrij snel een volledig ontbundeld bedrijf waren: er zitten geen energiebedrijven meer in ons aandeelhouderschap. Daardoor heb je minder beperkingen, maar je moet ook een eigen strategie hebben. De twee grootaandeelhouders, de gemeentelijke holding Publigas en La Caisse du dépôt et placement du Québec, zijn twee partners met een langetermijnvisie."

Fluxys bouwde een mooie portefeuille uit (zie kaart). Behalve de Interconnector en de Zeepipe Terminal heeft Fluxys ook belangen in de BBL (20 %) tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland; de Duitse TENP (49 %) en het Zwitserse Transitgas (46 %); en NEL (24 %). TAP, waarin Fluxys 19 procent heeft, is een pijpleiding die wordt aangelegd in Griekenland en Albanië, om gas uit Azerbeidzjan naar Italië te brengen.

"Dát is onze business: infrastructuur bouwen en exploiteren. Maar er zitten ook altijd strategische overwegingen achter. Gas uit Turkmenistan, Cyprus en Iran, maar ook de vondsten voor Israël en Egypte, kunnen leiden tot trafieken naar Turkije. We hanteren een octopusbenadering. TAP sluit aan op wat onze partner SNAM in Italië doet. Daarom willen we ook investeren om de Zwitserse (Transitgas) en de Duitse (TENP-) leidingen omkeerbaar te maken, zodat we via TAP ook gas noordwaarts kunnen uitvoeren vanuit Italië, mocht daar vraag naar zijn."

Vreemde eend in de bijt lijkt de overname, samen met het Spaanse Enagás, van Swedegas, in maart 2015. "Dat bedrijf heeft een relatief klein gasnetwerk, maar er zijn wel mogelijkheden om een lng-terminal te bouwen in Göteborg. Die zou ideaal zijn om de Baltische landen te bevoorraden met kleinschalige tankers."

Al is niet elk bod een succes. Fluxys bereikte een akkoord over een participatie in MedGas, de link tussen Spanje en Algerije, maar in het bestaande partnerschap werd een voorkooprecht uitgeoefend. "De Europese gastransportsector is een puzzel. Alleen heb je niet altijd in de hand welke stukjes je krijgt," lacht Van Beurden.

Het wordt steeds moeilijker in Europa voldoende goede projecten te vinden. "Dat is ook logisch, want de vraag naar gas stijgt niet. De kansen zijn dus beperkt, maar we bekijken alle opportuniteiten. Ook buiten Europa: Enagás bijvoorbeeld zit al in Zuid-Amerika en Mexico. Al is de eerste transactie op een nieuwe markt altijd de moeilijkste."

Extra belasting op steenkool

Hoewel de expansie van Fluxys misschien anders doet vermoeden, opereert het in een markt die het moeilijk heeft. Er dreigt overcapaciteit: tussen 2015 en 2020 komt zowat 175 miljard m³ lng-capaciteit op de markt, vooral in de VS, Australië en Rusland. Alleen is er momenteel geen vraag naar: de lng-import in Europa is vorig jaar zelfs gedaald.

Dat drukt de prijzen, en maakt dat veel projecten stilliggen. "De gemiddelde bezettingscapaciteit van lng-terminals bedroeg vorig jaar amper 20 procent. Bij ons lag die hoger, omdat de gebruikers van onze terminal gas aankopen met levering in Zeebrugge, en we hier ook herverladen."

Het verklaart ook waarom de privésector niet happig is op meer interconnecties. "Als we investeren in meer interconnectie, dan maken we meer kosten, terwijl de markt niet groter wordt. Dat is niet houdbaar."

De reden van de geringe vraag is dat tal van gasgestookte elektriciteitscentrales in Europa stilliggen. Ze worden genekt door de concurrentie van gesubsidieerde hernieuwbare energie, en van steenkoolcentrales die zich goedkoop bevoorraden in de VS en profiteren van de ineenstorting van de prijs van CO2-emissierechten.

"Dat is jammer, want gascentrales hebben een hoger rendement en zijn flexibeler, en dus beter geschikt om het wegvallen van wind of zon op te vangen. We moeten naar capaciteitsvergoedingen (systeem waarmee centrales vergoed worden voor hun beschikbaarheid, niet op basis van de marktprijs, nvdr), en naar een extra belasting op steenkool. Ik weet dat minister Marie-Christine Marghem aan haar Energiepact werkt, maar er zouden beter tamelijk snel beslissingen vallen."

Want, waarschuwt Van Beurden: "Minder vraag naar gas betekent een lagere vullingsgraad. Daardoor ontstaat druk op onze tarieven. Het blijft ons doel België te behouden als draaischijf in het Europese gasvervoer. Maar we moeten ook zorgen dat onze activa benut blijven. Dat komt ten goede van iedereen: ons, de verbruikers, en de tarieven. Daarom stimuleren we ook andere toepassingen van aardgas, zoals power2gas (opslag van elektriciteit in gas, om er wanneer nodig opnieuw stroom van te maken, nvdr) en lpg-transport op de weg en het water. Met lng heb je bijna geen fijn stof en tot 90 procent minder stikstofoxide. Vergeet niet dat vervoer goed is voor bijna een kwart van de emissies."

Toch blijft hij optimistisch. In Europa raken de Britse en Nederlandse gasvelden langzaam uitgeput. "Zelfs met een stabiele vraag zal de importbehoefte dus stijgen."