De autowereld worstelt al een tijd met de gevolgen van de invoering van de Worldwide Harmonized Light Vehicles Test Procedure (WLTP). Die nieuwe testcyclus is de gestandaardiseerde methode om de CO2-uitstoot van wagens voor personen- en goederenvervoer te berekenen. Anders dan de oude NEDC-norm (New European Driving Cycle) houdt de WLTP rekening met de werkelijke rijomstandigheden. De verplichte aanvullende RDE-test (Real Driving Emissions) meet ook de uitstoot van fijnstof en stikstofoxide op de weg. De strengere testprocedures kwamen er na de schandalen rond de sjoemelsoftware om de bestaande labotesten te omzeilen.
...

De autowereld worstelt al een tijd met de gevolgen van de invoering van de Worldwide Harmonized Light Vehicles Test Procedure (WLTP). Die nieuwe testcyclus is de gestandaardiseerde methode om de CO2-uitstoot van wagens voor personen- en goederenvervoer te berekenen. Anders dan de oude NEDC-norm (New European Driving Cycle) houdt de WLTP rekening met de werkelijke rijomstandigheden. De verplichte aanvullende RDE-test (Real Driving Emissions) meet ook de uitstoot van fijnstof en stikstofoxide op de weg. De strengere testprocedures kwamen er na de schandalen rond de sjoemelsoftware om de bestaande labotesten te omzeilen. Door die strengere testcondities ligt de CO2-uitstoot van wagens volgens de WTLP-test gemiddeld 20 tot 25 procent hoger dan de waarden die werden gemeten met de NEDC-procedure. Een hogere CO2-uitstoot betekent hogere belastingen en een hoger belastbaar voordeel van alle aard. Volgens de automobielfederatie Febiac leidde de introductie van de WTLP-testcyclus in september 2018 tot een boost van de verkoop van nieuwe wagens in de eerste helft van 2018. "De nieuwe test dwong de automarkt tot een versnelde verkoop en inschrijving van NEDC-voertuigen", stelt de federatie. Vandaag ervaart de autosector het omgekeerde effect. De verkoop van nieuwe wagens vertraagt in de eerste zes maanden van dit jaar. Met 310.488 nieuwe auto's is er een daling met 6,3 procent ten opzichte van de eerste zes maanden van 2018, wat een zeer goed jaar was voor de Belgische automarkt. Door de complexe regelgeving stellen particulieren de aankoop van een nieuwe wagen uit. Bij de wagenparkbeheerders detecteert de fleetbarometer van het leasingbedrijf Arval, een dochter van BNP Paribas, een verhoogde aandacht voor de gevolgen van de WLTP. Uit hun onderzoek bij 300 Belgische bedrijven blijkt dat de fiscaliteit en de resultaten van de WTLP-tests doorwegen in de aankoopstrategie van de ondernemingen. Vrijwel alle grote ondernemingen (93% van de ondervraagde bedrijven met 500 of meer werknemers) verklaren dat de resultaten van deze emissietest hun carpolicy en wagenpark binnen drie jaar zullen beïnvloeden. Van de ondervraagde fleetmanagers zegt 51 procent maatregelen te nemen om de uitstoot van hun wagenpark te verminderen. Bij de bedrijven met meer dan 500 werknemers loopt dat cijfer op tot 71 procent. 38 procent van de Belgische vlootbeheerders beweert nu al rekening te houden met de resultaten van de WLTP-tests bij de aankoop van voertuigen. Arval, dat in België 66.000 voertuigen verhuurt, verwacht dat de vergroening van het Belgische wagenpark snel zal evolueren. "Alvast veel sneller dan in de andere Europese landen", klinkt het. Voor de wagenparkbeheerders begint de WLTP-testcyclus vanaf 2021 volop te spelen. Tot dan wordt gewerkt met een overgangsregeling, waarbij de WLTP-score wordt geconverteerd naar een lager NEDC-resultaat, de NEDC 2.0-score. Volgens de fleetbarometer van Arval overwegen steeds meer fleetmanagers door de invoering van de WLTP-testcyclus om voertuigen met alternatieve aandrijvingen op te nemen in hun wagenpark. Vandaag heeft 23 procent van de bevraagde wagenparkbeheerders al elektrische, hybride of plug-in hybride wagens rijden in hun vloot. Binnen de drie jaar zou dat percentage moeten klimmen naar 55 procent. Bij de ondervraagde grote ondernemingen stijgt dat percentage naar 82 procent. Het marktaandeel van dieselwagens lijkt de komende jaren helemaal te verschrompelen op de fleetmarkt. Het vertrouwen in de schone diesel van de toekomst is onbestaande. Wanneer Arval aan fleetmanagers vraagt wat ze zouden doen als het aanbod van de autofabrikanten zou evolueren en er dieselauto's op de markt komen die minder vervuilend zijn dan benzinewagens, zegt 48 procent van de wagenparkbeheerders dat ze het dieselaandeel zouden blijven afbouwen. Een kleine 2 procent zou de klok terugdraaien en opnieuw meer dieselwagens kopen. Uit de fleetbarometer blijkt ten slotte ook dat fleetmanagers meer en meer op zoek zijn naar alternatieven voor de auto. Het mobiliteitsbudget en zachte mobiliteitsoplossingen zoals de fiets komen dan in het vizier. Volgens Arval wordt de een of andere vorm van het mobiliteitsbudget al gebruikt door 11 procent van de Belgische bedrijven. Binnen de drie jaar zou al 36 procent van de ondernemingen voor die oplossing kiezen. Dat percentage kan volgens de fleetmanagers oplopen tot 73 procent bij de bedrijven met meer dan 500 werknemers. Hetzelfde groeipotentieel zien de fleetmanagers in de (elektrische) fiets. Vandaag voorziet 25 procent van de bevraagde bedrijven fietsen voor de werknemers. Binnen de drie jaar denkt 41 procent van de ondernemingen fietsen in de vloot op te nemen. Dit percentage stijgt tot 80 procent bij de ondernemingen met 500 werknemers en meer.