25miljard dollar. Die cheque hield FIFA-voorzitter Gianni Infantino zijn raad van bestuur begin april voor. Een consortium van investeerders uit het Midden-Oosten en Azië zou zoveel geld op tafel willen leggen voor een wereldkampioenschap voor clubs. 24 clubs - de helft uit Europa, de helft uit de rest van de wereld - zouden vanaf juni 2021 om de vier jaar om die titel kampen.
...

25miljard dollar. Die cheque hield FIFA-voorzitter Gianni Infantino zijn raad van bestuur begin april voor. Een consortium van investeerders uit het Midden-Oosten en Azië zou zoveel geld op tafel willen leggen voor een wereldkampioenschap voor clubs. 24 clubs - de helft uit Europa, de helft uit de rest van de wereld - zouden vanaf juni 2021 om de vier jaar om die titel kampen. Het voorstel viel op een koude steen. "Ik weet echt niet wat hij beoogt. Ik vond het zelfs ietwat onvolwassen om het op deze manier te introduceren", spaart Michael Verschueren zijn kritiek niet. "Wie maakt deel uit van het consortium? Wat is het format? Veel transparantie hebben we niet gezien. Zoals het nu werd uitgelegd, doet geen enkele topclub mee." Verschueren, zoon van de legendarische Anderlecht-manager Mister Michel, is een van de hoogst geplaatste Belgen in de internationale sportwereld. Hij is sinds 2013 bestuurder van de European Club Association (ECA), de belangenvereniging van Europese topploegen. Ook zit hij sinds twee jaar in de UEFA Club Competitions SA, een joint venture van ECA en de Europese voetbalbond UEFA. Die wil de Champions League en de Europa League verder uitbouwen. "We werken in cycli van drie jaar. Die competities liggen vast tot 2021, en alleen voor de Europa League komen er mogelijk lichte wijzigingen voor de periode 2021-2024. Natuurlijk hebben sommige grote clubs wereldwijde aspiraties. Misschien kan er na 2024 iets gebeuren, maar voor die datum zeker niet." De plannen van Infantino lijken dan vooral te passen in een partijtje armworstelen tussen de FIFA en de UEFA. "Sport en ontspanning hebben de jongste jaren economisch de wind in de zeilen, met voetbal als exponent", schetst Wim Lagae, sporteconoom aan de KU Leuven. "De topclubs gaan tijdens de zomer al op tournee door Zuidoost-Azië of de VS. Dat er nog meer wordt geïnternationaliseerd, is onvermijdelijk." De Champions League wordt op twee fronten opgejaagd, stipt hij aan. Er zijn ten eerste de clubs in ECA, die een groter deel van de tv-rechten willen. Om de paar jaar dreigen ze met een afscheuring en een eigen competitie, al wijst Verschueren erop dat dit tot nu toe "losse denkoefeningen waren, die nooit formeel werden uitgewerkt". De andere bedreiging komt van de FIFA, met haar plannen voor een Super Liga. Lagae: "Je ziet dat fenomeen ook in andere sporten. De Amerikaanse basketbalcompetitie NBA overweegt twee Europese clubs te laten deelnemen, en het wielrennen heeft het Midden-Oosten ontdekt als groeiregio. Mogelijk kan de Champions League zich ook openstellen voor Zuid-Amerikaanse, Afrikaanse en Chinese topclubs. Voor een aantal grote ploegen is de nationale competitie alleen maar nog een ondergeschikt vehikel om zich te plaatsen voor de internationale competities." Volgens Thomas Peeters, sporteconoom aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, is de Super League een frontale aanval op de UEFA. "De enige winnaars zullen de clubs zijn. Om die in de pas te laten lopen voor de Financial Fair Play, heeft UEFA eigenlijk maar één groot wapen: de toegang tot de Champions League, met het daaraan gekoppelde prestige en prijzengeld. Maar met de Super League kan FIFA de Europese hegemonie doorbreken." Dat is niet onmogelijk, meent Peeters. "De UEFA zou het tornooi in China willen spelen, en met de inbreng van Aziatische en Noord-Amerikaanse clubs is er zeker een economisch potentieel. Als het lukt, dan daalt de waarde van de Champions League. Maar dan moeten wel de echte sterren aantreden. De kans bestaat dat de clubs het vooral als vriendschappelijke wedstrijden beschouwen. Dat scenario zullen de investeerders absoluut vermijden." "Je krijgt wel een meer Amerikaanse opzet, met investeerders die de competitie organiseren, en clubs die worden uitgenodigd. Er zal enorm veel kapitaal nodig zijn om de Champions League echt uit de markt te duwen. Maar als het lukt, is het potentieel enorm. Al moeten de Belgische clubs zich geen illusies maken: zij zullen de kloof met de internationale top alleen groter zien worden." Het is niet het enige aanvalsfront van de FIFA. Naast de Super League stelde Infantino ook een nieuwe landencompetitie voor. Het lokmiddel is een enveloppe van 10 miljard dollar. Dat is een overtuigend argument voor veel nationale bonden, die nu vooral inkomsten halen uit eigen sponsordeals en premies voor deelname aan wereld- of continentale kampioenschappen. Maar ook deze keer speelt de Europese UEFA sneller op de bal. Die begint dit najaar met de Nations League, een alternatief voor de oninteressante vriendschappelijke interlands. "In principe heeft de FIFA hier wel meer macht", stipt Peeters aan. "Het is de enige mondiale voetbalorganisatie. De UEFA is gewoon de Europese club van FIFA-landen. In theorie kan de UEFA zich openstellen voor pakweg Brazilië, Argentinië en China, maar dan riskeren die landen conflicten op hun eigen continent. Kijk naar de Amerikaanse basketcompetitie NBA: die heeft ook rivalen gehad, maar ofwel gingen die failliet, ofwel smolten ze samen met de NBA." "De meest wendbare organisatie met de beste financiële onderbouw zal het wellicht halen", meent Lagae. "De nationale bonden zijn ook op zoek naar meer internationale inkomsten, terwijl het clubgegeven steeds dominanter wordt. Als er te veel landencompetities zijn, bestaat de kans dat in één of meerdere daarvan afkooksels van de nationale ploegen aantreden." Met zijn pogingen om de inkomsten van de FIFA op te krikken, treedt Gianni Infantino in de voetsporen van zijn voorganger, de Zwitser Sepp Blatter. Die stuwde sinds zijn aantreden als secretaris-generaal in 1981, en vanaf 1998 als voorzitter, systematisch de inkomsten omhoog, onder andere door de verkoop van marketing- en tv-rechten. Die hogere inkomsten investeerde hij graag in de minder ontwikkelde voetballanden, waarvan de bondsbonzen in ruil voor zijn herverkiezing stemden. Die aanpak rendeerde tot Blatter in 2015 werd geschorst voor financiële onregelmatigheden. Een intern FIFA-onderzoek sprak ook van persoonlijke verrijking, en er loopt sindsdien een onderzoek van zowel het Zwitserse als het Amerikaanse gerecht. De aanpak van Infantino vertoont gelijkenissen met die van zijn voorganger. Ook hij wil meer middelen om te investeren in de uitbouw van de sport. Toch toont hij zich proactiever, en ambitieuzer. Blatter was de topdiplomaat, die op zoek ging naar de kleinste gemene deler. Infantino lijkt meer bereid om het Europese stemmenblok in de UEFA uit verband te spelen. Van de 220 FIFA-landen heeft een ruime meerderheid nog altijd een niet-noemenswaardige voetbalcompetitie. Infantino lanceerde in 2016 het FIFA Forward-programma, dat voetbal meer toegankelijk moet maken voor jongens en meisjes. Tegen 2026 wil de FIFA meer dan 4 miljard dollar hebben geïnvesteerd in de ontwikkeling van de sport. Voor de cyclus 2015-2018 wordt het recordbedrag van 1,079 miljard dollar geïnvesteerd in 1554 projecten van ledenbonden. Al zijn er duidelijk ook lessen geleerd: het geld wordt pas uitgekeerd na het behalen van individuele doelstellingen per project, met centrale audits door onafhankelijke controleurs. Net zo goed zette de FIFA zichzelf op een rigoureus kostendieet. Met resultaat: ondanks het boekhoudkundige nettoverlies van 192 miljoen dollar pochte de organisatie bij de voorstelling van haar jaarresultaten over 2017 dat het tekort liefst 300 miljoen dollar kleiner was dan gebudgetteerd. Tegelijk botst de Italiaan op de beperkingen van het systeem. "Dé inkomstenbron van de FIFA is de Wereldbeker", analyseert Peeters. "Maar de jongste jaren staat die in een negatief daglicht: de bouw van megalomane stadions in Zuid-Afrika die er nu staan te verkommeren en de gecontesteerde toewijzing van de Wereldbekers 2018 en 2022 aan respectievelijk Rusland en Qatar." Bovendien komt er steeds meer kritiek op het businessmodel van de FIFA. Dat bestaat erin dat de gastlanden met nagenoeg alle kosten worden opgezadeld, terwijl het leeuwendeel van de inkomsten richting Genève gaat, inclusief fiscale uitzonderingsmaatregelen. Zo bedong de FIFA voor de Wereldbeker in Duitsland in 2006 een belastingvrijstelling van naar schatting 250 miljoen euro, een som die ook Zuid-Afrika en Brazilië moesten derven. Ook moeten de belangen van de internationale sponsors te allen tijde worden gevrijwaard. Alleen officiële FIFA-sponsoren mogen reclame maken met termen als 2018 en Wereldbeker, en rondom de WB-stadions mogen lokale ondernemers niks verkopen. Peeters: "Door de steeds hogere eisen is het niet denkbeeldig dat er een moment komt dat er heel weinig kandidaten overblijven. Voor de Olympische Spelen van 1984 was Los Angeles de enige kandidaat, die stad kon toen een groter deel van de koek eisen. Een organisator die een deel van de tv-gelden kan inpikken, kan pijnlijk zijn voor de FIFA." Bovendien lijkt ook de groei van de tv-rechten aan zijn plafond te zitten. Voor het nieuwe tv-contract van de Premier League werd 14 procent minder betaald dan voor het vorige. "De jongere generatie zijn cable cutters, of zelfs cable nevers", verklaart Lagae. "Zij kijken online en gratis naar de Wereldbeker of andere competities. Dat maakt dat de mediarechten minder waard worden. Met de Super League en de nieuwe landencompetitie probeert Infantino de taart opnieuw groter te maken. Nieuwe formats maken dat je nieuwe sponsorpakketten kan uitbouwen, en misschien Chinese en Indiase reuzen aantrekken. In se volgt de FIFA, en de voetbalwereld, met enige vertraging de andere sectoren van de economie, die al langer weten dat er veel geld valt te verdienen in de rest van de wereld."