Vlamingen zijn als champignons, luidt een boutade. Ze worden gekweekt in het donker, er wordt regelmatig mest over gekapt en als ze groeien, wordt de kop eraf gehakt. Tegen dat beeld trekt Fernand Huts, de topman van Katoen Natie en Indaver, ten strijde. Hij combineert economische expansie met de kans om Vlaanderen in het buitenland te promoten via de kunst. Trends trok drie overdonderende dagen mee naar Estland.
...

Vlamingen zijn als champignons, luidt een boutade. Ze worden gekweekt in het donker, er wordt regelmatig mest over gekapt en als ze groeien, wordt de kop eraf gehakt. Tegen dat beeld trekt Fernand Huts, de topman van Katoen Natie en Indaver, ten strijde. Hij combineert economische expansie met de kans om Vlaanderen in het buitenland te promoten via de kunst. Trends trok drie overdonderende dagen mee naar Estland. Enkele dagen voor het vertrek vallen twee witte boekwerken in de bus. De brochure en het vijfjarenverslag van The Phoebus Foundation geven een verbluffende indicatie van de weidsheid en diepte van de collectie: kunst uit de Zuidelijke Nederlanden van de middeleeuwen tot de barok, Belgische kunst van 1880 tot 1930, hedendaagse kunst, CoBrA, archeologisch textiel, Latijns-Amerikaanse kunst uit de 20ste eeuw, koloniale kunst uit Latijns-Amerika, topografie en cartografie, Reynaert de vos, kant en havenerfgoed. Onder impuls van zijn echtgenote Karine begon Fernand Huts al sinds de jaren tachtig kunst te verzamelen. Het beheer van de collectie gebeurt sinds 2015 onder de vlag van The Phoebus Foundation, een team van kunstspecialisten onder leiding van de bevlogen 'kanselier' Katharina Van Cauteren. De stichting heeft als taak kunst naar Vlaanderen te halen en die hier te houden. Om de collectie te vrijwaren voor familiale of bedrijfsgerelateerde risico's, werd ze ondergebracht in een aparte juridische structuur. Dat Huts koos voor een stichting naar Angelsaksisch recht, heeft niets te maken zijn woonplaats in Kent of de Belgische wetgeving rond stichtingen. "Het verschil is niet zozeer fiscaal, maar vooral dat de Angelsaksische stichtingen geen staatsstructuren zijn. De traditie van private stichtingen die kunst verzamelen en beheren is daar veel sterker verankerd." Een jaarlijks budget voor kunstaankopen is er niet, licht Huts toe. "Het is onmogelijk in de kunst met vaste plannen te werken. Je kunt een werk willen kopen, maar het moet eerst op de markt komen. We mikken op kwaliteit en een waardevol verhaal, en zoeken een evenwicht tussen topwerken en onbekende maar spannende stukken." Veel bekende verzamelaarsfamilies - Guggenheim, Frick, J. Paul Getty en dichterbij Mayer van den Bergh - leven nog lang voort. "In het begin waren we absoluut niet bezig met de legacy", geeft Huts mee. "Maar nadien komt dat er wel een beetje bij. Daarom wilden we het ook structureren in een stichting. De kunstwerken kunnen nooit worden verkocht ten bate van het bedrijf of de familie. Ze worden onttrokken aan het economische risico." Niet toevallig prijkt op Huts' nieuwe businesskaartje 'guardian' van The Phoebus Foundation: voogd, bewaker, bewaarder. Tegelijk zou Huts niet Huts zijn mocht hij geen kansen zien in de kunst. Een vraag van een museum om tijdelijk kunstwerken op te slaan, leidde tot een daarin gespecialiseerd dochterbedrijf. Katoen Natie Art heeft nu twee depots in Antwerpen, en ambieert het Europese nummer één te worden. Vorig jaar nam hij de uitgeverij Hannibal Books over, die de komende jaren wereldwijd vijftig tot zeventig kunstboeken zal uitgeven. Op de luchthaven van Deurne stappen 120 genodigden aan boord van twee vliegtuigen. De passagierslijst vermeldt havenschepen Annick De Ridder, haar voorganger Marc Van Peel, de Antwerpse schepen van Cultuur Nabilla Ait Daoud, oud-Europees commissaris Karel De Gucht; zakenvrienden als reder Nicolas Saverys (Exmar); oud-Dexia topman Karel De Boeck; ex-NMBS- en -De Lijn-kopstuk Marc Descheemaecker; kaderleden van Katoen Natie en de dochter Indaver; en familieleden: echtgenote Karine, zonen Karl, Yves en Stefan en de oudste kleindochter Emmanuelle. Vlaams minister-president en minister van Cultuur Jan Jambon maakt van de reis gebruik om zijn noordse strategie voor het Vlaams buitenlands beleid toe te lichten. Ook opvallend: de uitnodiging komt van Katoen Natie én Indaver. De wereldmarktleider in de verwerking van chemisch en petrochemisch afval, en operator van afvalovens voor huishoudelijk afval, maakt sinds 2016 deel uit van de Antwerpse logistiekgroep, maar wordt in de communicatie bijna op dezelfde hoogte gezet als het moederbedrijf. Huts: "Dat is een andere wereld: andere cultuur, andere manier van denken, andere aanpak. Indaver was vroeger het afval en de vuilkar, en nu is dat plots sexy geworden. Omdat duurzaamheid voorrang krijgt, en Indaver met niets anders bezig is. Dat duwen we ook. Familiaal hebben we ook de klemtonen verlegd: mijn zoon Karl is daar nu CFO en de nummer twee. Eerlijk gezegd: ik ben een Katoen Natie-man, een logistieker, een havenman, een ingenieur. Maar om mij nog eens zo in de diepte te werpen in alles wat sustainability en Indaver is... Dat heb ik overgelaten aan Karl. En als hij hard genoeg werkt, kan hij promotie maken" ( lacht). Indaver is goed voor ongeveer een derde van de groepsomzet, en investeert zwaar. Maar Huts doet geen voorspellingen of dat aandeel zal stijgen. "Dat weet je echt niet. Je moet eens proberen een vergunning te krijgen: het kan zijn dat je ze hebt na zes maanden, maar het kan ook tien, vijftien of twintig jaar duren. Indaver werkt al meer dan twintig jaar aan een grote investering in Cork. We hebben daar een grote oven voor Noord-Ierland, nu willen we er één om Zuid-Ierland te bedienen. We denken altijd dat er schot in de zaak zit, en dan wordt dat weer uitgesteld." Tallinn, een 850 jaar oude stad met 450.000 inwoners, is de poort naar Rusland. Onder de benaming Reval was het een van de meest oostelijke Hanzesteden, met uitstekende handelsrelaties met Vlaanderen. Baltische eik werd gebruikt om de panelen te maken waarmee onze kunstenaars aan de slag gingen, waarna sommige schilderijen en retabels weer oostwaarts gingen. De Russische tsaar Peter de Grote palmde de stad in om een ijsvrije haven aan de Oostzee te hebben, en bouwde er het Kadriorg-paleis, een geschenk voor zijn geliefde Catharina. In dat barokke decor wordt de tentoonstelling From Memling to Rubens: the Golden Age of Flanders officieel geopend. Niet toevallig heet de expositie in het Nederlands eenvoudigweg Wij. Van zalig tot zot. Hans Memling, Dirk Bouts, Jan Gossaert, Quinten Metsys, Antoon Van Dyck en Peter Paul Rubens: de 120 werken van The Phoebus Foundation verdringen de lokale museumcollectie naar het achterplan. Van Cauteren: "Als de Vlaamse kunst een voetbalploeg was, dan hadden we verschillende Lukaku's en Debruynes in ons team. Antwerpen was het Hollywood van de 16de en 17de eeuw. In onze regio werd iets gecreëerd dat de beeldtaal van nu beïnvloedt. Voor het eerst werd kunst niet gemaakt voor een opdrachtgever, maar voor de vrije markt. Tegelijk gaf de kunst uitdrukking aan hun identiteit, hun dromen en ambities. Er werden nieuwe genres ontwikkeld: landschappen, portretten, stillevens,... De grammatica van de huidige beeldtaal is in Vlaanderen tot stand gekomen." Voor Huts is het duidelijk: "Vlaanderen heeft geen betere ambassadeurs dan zijn kunstenaars. We hebben een zeer rijk patrimonium, in publieke musea, in kerken en in kloosters. Ik trap een open deur in, maar we gebruiken die schatten niet als pr-middel in het buitenland. Wij zijn te snel tevreden met wat we hebben. Toen wij met kunst startten, was het niet de bedoeling een diplomatiek verhaal te brengen, maar ze draagt bij aan de relaties tussen naties en regio's." The Phoebus Foundation is een machine geworden, die met kunstwerken, restauraties, wetenschappelijk onderzoek en boeken Vlaanderen over heel de wereld in beeld brengt. Huts: "Phoebus creëert zachte netwerken: we brengen mensen samen op een vriendelijke manier. We geven werken in bruikleen, creëren samenwerkingen met andere musea." Daarom reizen de tentoonstellingen ook de wereld rond: From Memling to Rubens gaat van Tallinn volgend jaar naar Denver. In het Frans Hals Museum in Haarlem komt er een expositie over Jacob Jordaens, en Zot van Dimfna komt volgend jaar 'thuis' in Geel. De tentoonstelling in Tallinn kwam tot stand omdat een lokale havendirecteur een van de 'Vrienden van het Kadriorg Art Museum' was. "Tot nu toe heb ik vooral zaken gedaan, en zo kunst ontdekt. Ik denk dat we nu naar de fase gaan dat we door de kunst ook zaken gaan doen." De economische reden voor de reis is de opening van een nieuw magazijn van 10.000 vierkante meter. Het is al het vierde in Muuga, de haven van Tallinn. Die ambieert de enige haven te worden die zowel op het Europese als het iets bredere Russische spoornet zal zijn aangesloten. Van hieruit wordt Rusland bediend, en ook Oekraïne en Kazachstan. Katoen Natie belandde in Estland door de overname in 2008 en 2009 van de Amsterdamse bedrijven Unicontrol Commodity en Unieveem. Daardoor werd het een belangrijke Europese logistieke dienstverlener voor op- en overslag van cacaobonen en -producten. Katoen Natie bouwde er in 2013 een eerste magazijn. Het vierde brengt de investering in het 63.300 vierkante meter grote complex op ongeveer 50 miljoen euro. Anno 2021 is Katoen Natie een groep met 17.000 medewerkers en bijna 2 miljard euro omzet. Dat is het gevolg van durf, ondernemerschap, snelle beslissingen en hard werk. Huts verknoeide in de jaren zeventig thuis wasmachines voor experimenten voor zijn bedrijf Het Veldboerke, dat biologische groenten verkocht. Als 31-jarige jurist ruilde hij de postelein en pastinaak in voor het ingeslapen Katoen Natie, een bedrijf met 100 medewerkers en enkele loodsen. Hij nam twee jaar later de teugels in handen, kocht de vennoten uit, en nam in 1986 de goederenbehandelaar Seaport Terminals over. Het was de start van een imperium dat nu 180 logistieke centra in 38 landen omvat. "We zijn elk jaar gegroeid: we zullen dit jaar ook wel groeien, zeker?" zegt Huts over de toekomst. "We zijn geen strategische planners. Wij zijn een groep mensen die hun best doen en hun verantwoordelijkheid nemen. Aan het einde van het jaar tellen we alles op, en dan zeggen we: 'ha ja, we hebben het beter gedaan'." Huts staat erom bekend dat hij geen mails leest. Zijn medewerkers sturen alleen de belangrijkste door. "Als ze me bellen, dan is het niet voor een akkefietje. En in een gesprek voel je beter waar de angel zit", lichtte hij ooit toe. Huts geeft veel verantwoordelijkheid aan zijn medewerkers. Aan de kring van dichte medewerkers worden af en toe namen toegevoegd, maar verdwijnen er slechts zelden. Topmannen als Dirk Lannoo en Fabian Leroy draaien al decennia mee. De jongste jaren kwamen ook Paul De Bruycker van Indaver en Katharina Van Cauteren van The Phoebus Foundation het gezelschap versterken. Een bedrijf van die omvang run je niet zonder structuur, maar wie bij Katoen Natie aan de slag wil, moet kunnen omgaan met informele, snelle beslissingsprocessen; en flexibel zijn. Hoeveel bedrijven kunnen een gepensioneerde IT-specialist vragen om in te springen als eventmanager? Die flexibiliteit wordt gekoesterd. "Wij zijn zeer blij dat we opnieuw kunnen feesten", lacht Huts. "De informele beslissingslijnen steken de formele voorbij. Die bouw je maar op door elkaar te kennen. Als ik pinten kan gaan pakken met de persoon die de IT doet, dan kan ik die ook bellen, lijn of geen lijn. Dat werkt allemaal makkelijker. Daarom heeft onze organisatie zo weinig management." Het sluit aan bij zijn persoonlijke kunstsmaak. "Ach, je begint met kunst, leert nieuwe dingen kennen, je gaat dieper, en je smaak verandert. Vanuit mijn achtergrond is het logisch dat je eerst begint met 'de Vlamingen': de Latemse school, Ensor,... Met die kunst ben je verbonden. Een andere lieveling is een Brusselaar, Edgard Tytgat. Die schildert carrousels, en ik zit graag op de paardenmolen. Op onze laatste tentoonstelling heb ik een paardenmolen gezet, zodat ik kon meedraaien op de paardjes. ( lacht) Dat speelse wil ik niet kwijt." "Je ziet dat ook in de tentoonstelling: er zijn veel narren. Ik koop graag narren. En kunstwerken van feesten. Je kan jezelf niet veranderen. Wij zijn een bedrijf dat heel veel feest." In het Niguliste Museum voor religieuze kunst, ondergebracht in de Sint-Nikolaaskerk van Tallinn, wordt de show gestolen door het achtpanelige altaarstuk van de heilige Dimpna dat Goossen Van der Weyden, kleinzoon van Rogier, in 1505 schilderde voor de abdij van Tongerlo. The Phoebus Foundation kocht het van Dora Janssen. De tentoonstelling komt volgend jaar naar de Dimpnakerk in Geel, zodat ze toegankelijk is tijdens de vijfjaarlijkse Sint-Dimpna-Ommegang. Dimpna was een Ierse koningsdochter die, omdat ze niet met haar heidense vader wilde trouwen, naar Geel vluchtte. Toen ze op bevel van haar vader werd onthoofd, groeide de Kempense stad uit tot een bedevaartsoord, en een centrum voor de verzorging van geesteszieken. Ze is een van de weinige Vlaamse heiligen die ook in de VS en Australië worden vereerd. Ook een andere recente aankoop getuigt van de Vlaamse wil om wereldwijd mee te tellen. Mede omdat Huts een cultureel project voor ogen had, besloot de grootbank KBC om op 11 juli de Boerentoren aan hem te verkopen. Bij de oplevering in 1929 was dat project, gebouwd door de banken van de Belgische Boerenbond, het hoogste torengebouw van Europa. Het is geen toeval dat de Petronas Towers in Kuala Lumpur en de Burj Khalifa in Dubai nu met hun hoogte pronken. De sinjoren zijn razend benieuwd naar de oplevering van 'hun' vernieuwde toren. "We zijn dadelijk begonnen met de afbraak. Die duurt drie jaar, en nadien minimaal drie jaar opbouwen, dus je mag op bijna zeven jaar rekenen voor hij klaar is. De belangrijkste fase in het project is nu, de architecten kiezen. We hebben dat gesplitst: één voor de techniek, en één voor de creativiteit. Heel de wereld doet mee." Ondanks zijn onuitputtelijk dynamisme heeft ook Fernand Huts, die twee jaar geleden op zijn 69ste 'stopte met verjaren', niet het eeuwige leven. Met zijn zonen Karl bij Indaver, Yves die de vastgoedactiviteiten beheert en Stefan die over openbare aanbestedingen gaat, lijkt de opvolging verzekerd. Al wil dat niet zeggen dat Fernand zelf stopt. "Waarom zou ik dat ooit willen doen? Als mijn vlieger valt, dan moet de andere vlieger het maar overpakken. Pensioen is een kunstmatig woord, dat is uitgevonden tussen de twee Wereldoorlogen, toen de mensen jong stierven. Nu worden de pensioenen een groot probleem, dus ga ik blijven bijdragen aan de gemeenschap door te werken."