Wereldwijd lijden zowat 50 miljoen mensen aan dementie. In 60 à 70 procent van de gevallen gaat het om alzheimer, de meest voorkomende vorm. Door de vergrijzing van de bevolking stijgt het aantal patiënten snel. Tegen 2050 zullen naar schatting 100 miljoen mensen lijden aan alzheimer, waardoor de roep om een efficiënt geneesmiddel stilaan oorverdovend luid klinkt.
...

Wereldwijd lijden zowat 50 miljoen mensen aan dementie. In 60 à 70 procent van de gevallen gaat het om alzheimer, de meest voorkomende vorm. Door de vergrijzing van de bevolking stijgt het aantal patiënten snel. Tegen 2050 zullen naar schatting 100 miljoen mensen lijden aan alzheimer, waardoor de roep om een efficiënt geneesmiddel stilaan oorverdovend luid klinkt. België staat mee aan de top in het onderzoek naar een potentieel medicijn tegen alzheimer, dankzij wereldautoriteiten als Bart De Strooper en Christine Van Broeckhoven. Eerstgenoemde is behalve KU Leuven-professor ook topman van het Britse Dementia Research Institute, terwijl Van Broeckhoven al lang pioniert in genetisch onderzoek naar alzheimer. Uiteraard speuren ook vele farmabedrijven koortsachtig naar een remedie.Meermaals sneuvelde de ontwikkeling van een medicijn in de derde en laatste klinische fase, bij tests op grote aantallen patiënten. Het uitblijven van succes, gekoppeld aan het snel stijgende aantal gevallen, zet autoriteiten en wetenschappers ertoe aan alle hens aan dek te roepen. De recente aankondiging dat de Amerikaanse farmareus Pfizer zijn onderzoek naar geneesmiddelen voor alzheimer en andere zogenaamde neurodegeneratieve ziektes als de ziekte van Parkinson, zou stoppen, sloeg dan ook in als een bom. Vooral De Strooper reageerde als door een wesp gestoken en sprak schande van de beslissing van Pfizer, dat volgens hem zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid ontvluchtte. Pfizer hield de lippen stijf opeen, maar nu gaan Karel Van De Sompel, de countrymanager voor België en Luxemburg, en medisch directeur Danny D'Hulster in het verweer. Waarom trekt Pfizer zich terug uit alzheimeronderzoek? KAREL VAN DE SOMPEL. "De resultaten van onze lopende programma's waren teleurstellend. We beseften dat wij waarschijnlijk geen geneesmiddel op de markt kunnen brengen dat een meerwaarde biedt." DANNY D'HULSTER. "Wij zaten voor alzheimer trouwens nog maar in klinische fase 1, de eerste testfase van de ontwikkeling van een geneesmiddel. Andere bedrijven zitten veel verder." Dat lijkt weinig resultaat voor twintig jaar onderzoek. VAN DE SOMPEL. "We zijn vroeger verder gekomen. Zo hadden we samen met Johnson & Johnson een product in de laatste testfase, maar dat werd in 2012 stopgezet. Maar eerst dit: het klopt niet dat Pfizer stopt. Het stopt het interne gedeelte van onderzoek, maar het blijft onderzoek ondersteunen door samenwerking met externe actoren, zoals academische centra, biotechbedrijven en mogelijk grotere farmabedrijven.Er wordt ook een fonds opgericht om te investeren in fundamenteel onderzoek naar neurodegeneratieve aandoeningen. We veranderen het geweer van schouder. In een ivoren toren blijven zitten en denken dat wij zelf tot de oplossing gaan komen, is niet het model van de toekomst. Ik geloof trouwens niet dat de samenleving echt van ons verwacht dat we blijven investeren in een pad waarvan we weten dat het geen resultaat zal bieden." De kritiek van De Strooper is snoeihard. VAN DE SOMPEL. "Die kritiek komt hard aan, al hebben we die intussen verteerd. In België was de impact van de beslissing waarschijnlijk groter dan in andere landen, door de aanwezigheid van experts als De Strooper en Van Broeckhoven. Ik begrijp ook de teleurstelling van de miljoenen families die met de ziekte te maken hebben. Het was een moeilijke en pijnlijke beslissing, maar mocht ze niet juist aanvoelen, dan zou ik hier niet zitten om dit verhaal te vertellen." U geeft wel het signaal aan anderen dat ze beter uw voorbeeld volgen. D'HULSTER. "We mogen niet vooruitlopen op de resultaten van het onderzoek bij de andere firma's. Bij al die klinische studies zijn 54.000 patiënten betrokken. We kunnen moeilijk zeggen dat die firma's moeten stoppen met wat ze bezig zijn." Pfizer heeft onderschat hoe gevoelig dit ligt. VAN DE SOMPEL. "Ik denk inderdaad dat we de impact onderschat hebben. We gingen ervan uit dat we maar een van de vele spelers zijn in alzheimer en dat de beslissing van één firma de hoop op een geneesmiddel niet zou wegnemen." Het doet uw imago geen deugd. VAN DE SOMPEL. "Een bedrijf als het onze zal altijd wel kritiek krijgen." D'HULSTER. "Wat ik onterecht vind en me het meest stoort, is dat dergelijke kritiek het beeld schept dat er geen hoop is. Die is er juist wel. Er lopen zowat 140 studies. Als je alle klinisch onderzoek bekijkt, zijn er 105 moleculen in ontwikkeling, waarvan 28 worden getest in fase 3. " Zou Pfizer de zaak nu anders aanpakken? VAN DE SOMPEL. "De beslissing zou dezelfde zijn geweest, maar de communicatie had allicht verfijnder gekund. Het had minder hard kunnen overkomen als we het beter gekaderd hadden. Het debat was anders geweest als wij rond de tafel hadden gezeten met de De Stroopers en de Van Broeckhovens van deze wereld. Dan zouden zij verstaan dat we niet in verschillende werelden leven. Het is de bedoeling dat wij met hen een serene en open discussie kunnen houden, weg van de media en tv-camera's. Nu, door heel de heisa is alzheimer weer uitgebreid aan bod gekomen, en daar was wel behoefte aan." Het lijkt alsof de inspanningen rond alzheimer en dementie almaar meer versnipperd geraken. Er zijn fondsen, fundamenteel onderzoek, de bedrijfswereld en filantropen als Bill Gates, maar in eigen land ook Urbain Vandeurzen met zijn project Opening the Future. VAN DE SOMPEL. "Alle initiatieven die het onderzoek ondersteunen, moeten worden aangemoedigd. Maar ik denk dat er andere, meer structurele maatregelen moeten komen van de overheid, die een soort samenwerkingsmodel moet opzetten met de industrie. Ik heb niets tegen een initiatief naar analogie met Kom op tegen Kanker, zeg maar een Kom op tegen Alzheimer, maar wij moeten net als biotechbedrijven en onderzoekers onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Wij zullen de eersten zijn om te juichen wanneer een ander bedrijf met een geneesmiddel komt." Vreemd, want die concurrent gaat dan wel aan de haal met de vele miljarden die zo'n medicijn zal opleveren. D'HULSTER. "Als zo'n product een therapeutische meerwaarde is voor patiënten, kunnen wij daar alleen maar blij mee zijn." VAN DE SOMPEL. "Als een ander bedrijf met een oplossing zou komen, zal dat trouwens waarschijnlijk ook nog niet het nec plus ultra zijn. Er zal dus nog altijd ruimte zijn voor anderen, want ik geloof niet dat we onmiddellijk de stap doen van symptomatische behandelingen naar genezing. Er zullen heel wat stappen tussenin moeten gebeuren. Het onderzoek stopt dus niet bij het eerste medicijn, dat er hopelijk snel komt."